martes, 8 de julio de 2008

‘’El equipo verde, la mala copa de Evita y uno de las infamias del Almohada’

Achter een bewaakte slagboom in het zuiden van de stad, lag la Calle Alejandrina, de straat waar het huis van Alan en zijn broer stond. Een gezellige volkswijk die afsteekt tegen de grijze massa van de enorme stad, compleet met een parkje en speeltuin, en een Oxxo op 500 meter afstand. In het rommelige huis woonden verschillende studenten, die in en uit liepen. Er hing was te drogen aan de kroonluchter, overal stonden pakken Kellogs, lagen boeken en papieren door het huis, en stonden er overal kastjes. De weg werd je eigenlijk constant verspert door slingerende dingetjes en soms zo erg dat het je het idee kreeg een safari door het huis te maken, als ik weer eens schuin langs een kast liep en een aantal koffers opzij moest zetten om bij het achterste kamertje te komen. Eigenlijk overal lag wel iets wat er niet hoorde, om nog maar niet over de keuken te spreken. Gisternacht, bij het openen van de deur van de kamer waar wij zouden slapen, kreeg ik het al benauwd als je had verwacht dat het er net zo eruit zal zien als de rest van het huis. Maar compleet tegen mijn verwachtingen in, was het een kamer met schone witte muren, een TV meubel met een collectie Dvd’s van heb-ik-me-jou-daar, en als klap op de vuurpijl een strak opgemaakte lits-jumeaux voorzien van enkele witte donzen kussens. Ik haalde opgelucht adem toen ik mijn twee weekendtassen aan het voeteneind van het bed neerzette, en ploften we met z’n drieën tegelijk op het grote zachte bed. De rest dacht er blijkbaar net zo over…
De volgende (mid)dag ontbeten we met quesadillas a la Alan en zelfgemaakte salsa, en liepen we tegen vieren naar het winkelcentrum voor een Starbucks dat op tien minuten lopen van het buurtje lag. We hadden ons voorgenomen, Koninginnendag in Acapulco te gaan vieren, en dat iedereen dan in de nationale kleur van Nederland moest verschijnen. De broer van Alan, Christopher dacht dat het blijkbaar een grapje was en zei me met een heel serieus gezicht dat het vandaag toevallig de dag van de groene chilipeper was. Door mijn goedgelovigheid dacht ik dat hij het serieus meende, terwijl de hele banda al plat lag van het lachen over mijn goedgelovigheid en het nog steeds serieuze gezicht van Christopher. Hij stelde maar voor dat dan iedereen in het groen moest, waar iedereen zich dan ook maar aan zou houden. De Mexicanen hadden geen haast en we zouden pas tegen de avond gaan, echter niet naar Acapulco, maar naar een huis van een vriend in een dorp vlakbij Puebla, dat op vijf uur rijden van de stad lag. Ik wachtte rustig af, en uitgedost in groene T-shirts (dat ik gelukkig bij me had), vertrok het equipo verde met twee auto’s richting Puebla. Tineke en ik zaten met Jorge en Alan, terwijl Laura de Jetta deelde met Christopher en Luis Miguel, alias ‘Almohada’. We reden stapvoets de stad uit vanwege het altijd drukke verkeer in de metropool. Onderweg werden wel zes keer onze ramen gewassen door kinderen bij stoplichten, werden vermaakt door (eigenlijk enge) clowns die hun kunsten voor de auto lieten zien, en kwamen er tientallen verkopers tussen het verkeer door. Toen we eindelijk het stuk snelweg bereikten werden we snel weer tot stoppen gedwongen door een ernstig ongeluk, waardoor er nog maar twee van de zes banen open waren. Het ruige berglandschap kwam in zicht en de file loste zich langzaam op. De radio speelde zachtjes, en we zwegen verder de hele weg. Ik had geen zin om ook maar iets te zeggen, en toen Alan Rios me vroeg waarom we zo stil waren was het eerste antwoord dat in me opkwam; ‘omdat jij me ook niks vraagt’, waarop hij lachte om mijn ietwat krasse taal. Uiteindelijk kwamen de gesprekken over de alledaagse dingen langzaam op gang, en ook Jorge Garcia en onze Campanita haakten in. Eenmaal in Cholula aangekomen rond zevenen ’s avonds, parkeerden we de auto bij ‘La Cantinera’, een in mijn ogen typisch studentachtige Mexicaanse bar in het centrum. Ik was gefascineerd door de inrichting van de tent en kreeg opeens honderden ideeën voor onze Casa Gloria te Utrecht. Er stonden prachtige spreekwoorden op de gekleurde muren geschreven, er hingen piñata’s aan het plafond en er stonden stoeltjes in een gietijzeren art- nouveau stijl van verschillende hoogten. Ook de toiletten waren een aardigheidje om te zien, na het passeren van de houten saloon deuren voor de (dronken) dames waar dan ook in Wild-West lettertype ‘borrachas’ opgeschreven stond. En bij de heren stond er uiteraard ‘borrachos’. Hier houden we van, en zocht mijn camera om het vast te leggen, maar die lag natuurlijk nog in één van mijn tassen in de auto. Nou ja, zeven van de acht anderen waren wel zo slim om hun spullen mee te nemen dus aan foto’s geen gebrek. Alhoewel ik niet om een camera te leen durfde te vragen om er vervolgens mee de toiletten in te lopen, dat zou wel een beetje vreemd zijn. Maar goed, er werd een fles Bacardi besteld vergezeld met een paar blikjes mineraalwater en cola, en zo wijdden we de avond weer in met iets dat in Mexico al zo’n iedere dag het geval was geweest. Volledig ontwetend over hoe laat we leefden en het feit dat ik de hele dag in de auto nog niks gedronken had sloeg ik de cubas pintadas achterover, en als er iets dom is, is het alcohol drinken als je dorst hebt. Nou ja, alhoewel ik mijn glas telkens bijvulde met water, sloeg het in als een bom. Ik bestelde samen met de rest maar een stapel tortillas met ‘camarones al chipotle’ wat het lichte gevoel iets deed minderen, maar uiteraard zette het geen zoden aan de dijk.
Bij aankomst van het huis van Ramon Flores, de vriend van Alan waar we een paar dagen zouden logeren wist ik al niet meer wat onder en boven was met als gevolg dat ik voor de voeten van Ramon de auto uitgevallen kwam. Een beetje onhandig raapte ik mijn tassen van de grond, probeerde ik op te staan alsof er niks gebeurd was terwijl ik me netjes voorstelde aan knappe Mexicaan Ramon. Terwijl ik gesteund door Alan, de rest naar binnen volgde schaamde ik me natuurlijk wel een beetje. Wat een binnenkomer, dacht ik bij mezelf. De rest ging kaarten en ik vluchtte me naar de kamer om er een halve liter water achteraan te spoelen om nog enigszins normaal voor de dag te kunnen komen, en hopelijk ook nog iets aan de rest van de avond te hebben. Niets was minder waar, want een uur later voelde ik mijn benen inclusief de rest zwaarder dan ooit worden, en dat kwam vast niet alleen door het water. Vanavond zouden we naar een Rave, een concert in de buitenlucht gaan, waar elektrische muziek zou worden gedraaid. Aangezien Ramon voor de firma Red Bull werkte en goddank de hele koelkast ermee volstond, was dit het enige wat mij op dit moment nog kon redden. Na vier blikjes vond ik het wel weer genoeg en hoopte ik op de adrenalinestoot die nog moest komen. Het was helaas maar van korte duur, want eenmaal op de Rave aangekomen kwam hetzelfde gevoel in mijn benen weer terug en ook mijn oogleden leken last te hebben van plaatselijke verlamming.. Ik wist me werkelijk geen raad. Aangezien het feest buiten op het gras was kon ik (met witte broek) niet gaan zitten, maar ik kon ook niet blijven staan, én ik wilde het feest voor de rest ook niet bederven, dus deed ik mee, totdat ik letterlijk omviel. Gelukkig zag Tineke het aan mijn gezicht, en hoorde ik de rest al smoezelen over een mogelijke ‘mala copa’, en kwam Ramon mij vragen of ik misschien in zijn camioneta wilde slapen…
Op dat moment was hij mijn held, een beter idee had ik nog niet kunnen bedenken, en samen liepen we naar de Red Bull-blauwe wagen op de parkeerplaats half lachend over het feit dat ik misschien nog vijf blikjes had moeten nemen, en in de wagen viel vervolgens volledig ‘out’ op de leren achterbank in slaap. Opeens werd ik wakker van een klik, het moet tegen vijf uur zijn geweest van het openen van een autodeur. Ik schoof door naar het raam, en de rest stapte nog napratend over de Rave in om vervolgens naar het huis te rijden. ’s Nachts of beter gezegd ’s ochtends, heb ik me boos lopen maken over het feit dat er opeens drie Mexicanen bij mij op het bed kwamen liggen na één of ander kaartspel wat ze nog hadden gespeeld. Ook hoorde ik de volgende dag dat Tineke hetzelfde was overkomen. Toch kon ik er wel om lachen, later. Het feit dat je elkaar pas één dag kent en dan meteen als een groep vriendelijke vrienden beschouwd kan worden, ook door het feit dat iedereen meteen iets groens aan ging trekken om de denkbeeldige dag van de Jalapeño te vieren, versterkte het gevoel. En dát was dan nog maar één dag in Cholula..!


No hay comentarios: