miércoles, 9 de julio de 2008

Como la realidad gana siempre de la fantasia’

Al vanaf het begin van de reis had ik al tegen deze dag opgekeken, en de hele website van de KLM binnenstebuiten gekeerd om te kijken of ik mijn ticket niet nog een week of drie kon uitstellen... helaas, want dan moest ik een nieuw retour boeken en dit is min of meer onmogelijke onder de 700 euritos.. Maar goed, het vertrek uit México, en het leven wat daarbij hoort.. De hele vakantie hadden we eigenlijk al verschillende vertrekmomenten gehad want het waren eigenlijk meer dan drie reizen in één die we hadden gemaakt. Het vertrek vanuit Ocotlán, Cholula en Acapulco, en het vertrek vanuit Mexico stad. Alleen het grootste vertrek kondigde zich dan ook nu aan. Het vertrek uit het land en van een cultuur, en een afscheid van al die jonge mensen die vrienden waren geworden en van Lau, die we weer een tijd lang zouden moeten missen. Ook keek ik weer op tegen de aankomst in Nederland, het weer, de drukte en de stress, het werken bij La Place, waaruit mijn leven vooral uit zal bestaan voordat ik naar Granada zou vertrekken. Want ja, niet voor niks gaat de zon op, he. Maar ik kon wel weer een beetje lachen als ik dacht aan mijn gezellige kamertje op de Gloriantdreef en de feestjes bij ons in huis, mijn blauwe fiets met gouden bolletjes en mijn lieve huisgenoten uit Utrecht, waarvan ik er eentje heb meegenomen. Tineke is behalve mijn huisgenoot ook studiegenoot en mijn helpdesk voor huishoudelijke, algemene en officiële problemen. Ze is handig en praktisch ingesteld, houdt van leuke en gezellige dingen en haar verstand laat haar nooit in de steek. Ik ben ook praktisch ingesteld, maar dan anders praktisch, ofwel praktisch met een knipoog. Mijn verstand laat het ook regelmatig over aan het gevoel want niet bij alle zaken ten goede komt, of ik droom even weg, ook op momenten waarop dat minder gewenst is waardoor ik af en toe weer eens hardhandig met de neus op de feiten wordt gedrukt. Met de neus op de feiten gedrukt, werden we ook toen we deze ochtend nog wat Mexicaanse waren voor thuis in wilden slaan in de enorme Wal-Mart, die op een afstandje van het huis lag. We kochten zoveel tequila, maïstortilla’s, chilisaus, oaxaceña en nog wat andere lokale waren, dat ik wel genoodzaakt was een extra tas in te checken omdat ik anders zeker boven de vijfentwintig kilo zou uitkomen. Dus op stip en sprong moest ik alles nog verdelen over een koffer en een tas nog voordat Elvia zou arriveren. Net op tijd klikte ik mijn koffers dicht toen de Nex- Tel van Laura oplichtte en Elvia met haar zwarte Passat sportmodel buiten stond te wachten. We sleepten onze spullen naar buiten, en voor de laatste keer stapten we in voor de korte roadtrip van een uurtje naar de luchthaven van Guadalajara. Elvia ging niet parkeren dus stopte op de plaatsen waar men kon laden en lossen dus van haar namen we bij de auto afscheid. Ze zou rondjes blijven rijden met Mariana zodat Laura wel mee naar binnen kon om rustig afscheid van ons te kunnen nemen. Nou het moment was dan eindelijk daar, we omhelden elkaar voor de laatste keer en namen afscheid van elkaar. Terwijl we Laura nakeken tijdens het teruglopen naar de auto, draaide ze zich nog minstens tien keer om, om ons uit te zwaaien tot dat ze compleet uit het zicht was verdwenen. Ik volgde Tineke die naar de incheckbalie liep en haar papieren toonde aan de baliemedewerker, nadat onze koffers uitgebreid werden gecheckt. Ik hield mijn hart vast omdat ik meer Tequila bij me had dan wettelijk was toegestaan maar met een simpele knipoog palmde ik ook deze Mexicaanse bewaker in waarop hij lachte, knikte en zei dat het goed was. Maar een nieuw probleempje kondigde zich natuurlijk al weer aan ondanks dat ik altijd georganiseerd en goed voorbereid op reis ging. Ik denk dat Mexico iets met mijn persoonlijkheid moest hebben gedaan want de migratiepapieren die ik toen nog veilig had opgeborgen in mijn tas waren opeens spoorloos verdwenen. Zenuwachtig zocht ik mijn tas door die gevuld was met flyers, kassabonnen, viltjes, Corona kroonkurken, en andere onbelangrijke zooi maar nergens kon ik die verdomde migratiepapieren vinden. Terwijl ik zocht legde Tineke de baliemedewerker uit dat ik ze zo snel niet vinden kon waarop deze reageerde met dat ik nog de tijd had tot in Mexico om ze te vinden omdat ik anders opnieuw door de migratie zou moeten. In eenmaal in het vliegtuig keerde ik mijn tas binnenste buiten en uiteindelijk vond ik de papieren in één van de twintig zijvakken in mijn tas. Tineke en ik konden weer voorzichtig lachen, want het bleek achteraf onmogelijk om nog op tijd door de migratie te komen omdat we precies een kwartier hadden om van het ene vliegtuig in het andere te komen op de luchthaven van Mexico D.F., en nu konden we dat hele ritueel gelukkig achterwege laten. Eenmaal in het KLM toestel kan je rustig de overstap maken, dat kwam waarschijnlijk door de Nederlands sprekende luchtpersoneel en dat er natuurlijk ook Nederlands gesproken werd in het vliegtuig zelf door de passagiers die stuk voor stuk naar Amsterdam zouden worden gebracht. De terugreis heb eigenlijk vooral proberen te slapen om maar niet te hoeven denken aan het leven thuis, en al helemaal om niet te hoeven denken aan het weer en de duizend en één dingen die ik nog zou moeten doen. Even had ik spijt dat ik de Erasmus uitwisseling niet naar Guadalajara had gepland, maar naar Granada, maar na even goed nadenken wist ik dat dát niet nodig was. Andalusië is ook heel mooi en minder ver weg van je huis en je familie, alhoewel wist ik dat ik het nu de wereld wel aankon, dat ik alles wel aankon. Zo’n reis doet hoe dan ook altijd wel iets met me, het veranderd me en laat me anders naar dingen kijken. Zelfs nu. Ik heb deze reis als bijzonder mooi ervaren, anders dan anders als alle andere mooie reizen die ik heb gemaakt. Ik heb op sommige momenten meerdere keren naar de lucht gestaard om te vragen aan wie dan daar dan ook moge zijn, waar ik dit allemaal aan te danken heb en waarom ik, waarom wij, op deze plaatsen mochten zijn en waarom wij dit mochten zien. En nu, ga ik dit verhaal tot een einde brengen, alleen kan ik de juiste woorden niet vinden. De 19.927 die ik tot nu toe heb geschreven zijn er eigenlijk nóg steeds te weinig. Maar dan heb je in ieder geval iets, dat je over een lange tijd nog kan lezen of kan laten lezen. En tja, het land van de diepe wateren en rokende vulkanen heeft mijn hart wel een beetje veroverd…

Teotihuacan en naranja y el cáos al estacion del Norte en el D.F.’

Vandaag zou het Koninginnedag zijn in Nederland. Normaal ben ik niet zo paternalistisch ingesteld, maar als je zover van huis bent denk je toch nog wel eens terug aan m’n kikkerlandje Nederland. Je beseft ook dat men hier zich om hele andere dingen bekommerd dan in Nederland en dat er hele andere problemen zijn dan daar. Toch kan ik stellen dat het leven hier veel relaxter is, niet omdat er een vakantieachtige sfeer hing deze drie weken. Met de nadruk op ‘leven’, want dat is hier meer. De mensen maken zich minder druk, leven minder volgens een schema, iets waar ik in het begin nog wel eens sterk aan moest wennen., en lopen de dingen die eigenlijk écht belangrijk zijn zoals familie en vrienden niet voorbij. Iedereen groet elkaar ondanks dat je elkaar niet eens kent, iets wat in Nederland bijna als ondenkbaar kan worden gezien. In Nederland heeft iedereen een drukke agenda waarin er drie weken van te voren een afspraak kan worden gemaakt als je eens een keer met iemand een borrel wil drinken, moet je drie jassen aantrekken als je een avondje wil gaan stappen, en de bus naar de stad nemen omdat ik anders in de dagelijkse windstoten langs de oudegracht van m’n blauwe fiets met gouden bolletjes waai. Maar goed buiten dit alles, mag ik niet klagen, want in Nederland heb ik tot nu wel al mijn kansen kunnen benutten, heb ik m’n eigen Mexico in mijn kamer op de gloriantdreef gecreëerd, want als je in Nederland écht iets wil, kan je het ook bereiken, als je er maar genoeg voor doet. Dat is in Mexico weer niet het geval want als je ouders geen geld hebben om je te laten studeren, dan kan dat simpelweg ook gewoon niet waardoor je gewoon aan het werk gaat in de papa’s verrijdbare taquería, of een baantje op de boot zoals de jongeman in Acapulco. En toch.. misschien zijn die mensen we gelukkiger dan de gemiddelde afgestudeerde topmanager in Nederland die misschien al drie keer hertrouwd is, een hekel heeft gekregen aan schoonmoeders, een heuse burn- out heeft gehad en zich druk maakt om welke auto hij rijdt, want ik wordt weer bevestigd in het prachtige spreekwoord dat mijn oma altijd zei, ‘hoe minder je hebt, hoe minder je kwijt kan raken. En ook de oneliner ‘geld maakt niet gelukkig’ is hierop zeker van toepassing. De hele vakantie waren het ook de mensen, de kleurige omgeving kortom de kleine dingetjes die ik zag en die mij gelukkiger maakte dan ooit. Het reizen met een halve tas, wat voor mij eerst nog als ondenkbaar kan worden gezien, waren de leukste dagen van het hele jaar geweest, want ik ben van de vijf dingen die ik bij me droeg, maar liefst niet één ding verloren.
En vandaag, op koninginnendag,. rijden we over de snelweg richting Pachuca naar één van de zeven wereldmonumenten die ik binnen nu en enkele uren zal betreden. Dat kan ik alleen maar beschouwen als een grote eer. De Piramides van Teotihuacán, dateren uit 200 voor Chr maar de naam Teotihuacán werd pas eeuwen later gegeven door de Azteken. In het Nahuatl, betekent het "plaats waar men god wordt", nou of ik dat ik een godin werd dat weet ik niet maar ik voelde me toen ik uitkeek over het enorme gebied wel iets aparts, zeg maar. De Azteken hadden grote eerbied voor Teotihuacan, en zij geloofden dat de stad door goden is gebouwd. Dat kon ook niet anders want hoe we het anders mogelijk om zo’n enorm bouwwerk te maken zonder dat er ook maar iets van de moderne wereld aan te pas kwam. We fantaseerden zittend op de Piramide del Sol, over hoe het bouwwerk tot stand moest zijn gekomen. Voordat we trouwens aan de klim van de Piramide del Sol begonnen, dat bestond uit een ontelbaar aantal lastig begaanbare treden, gestimuleerd door Almohada die zei dat er een ‘bar’ boven op de piramide was, liepen we langs talloze souvenir kraampjes en ontdekten we dat je als je alles wilde zien er wel een hele dag moest verblijven. Daar hadden we uiteraard geen tijd voor dus betraden we alleen de grootste Piramide del Sol, die op dezelfde manier bebouwd was als de Piramide de la Luna, en versierd met de oranje bloemenkransen die ik in mijn tas had zitten vierden we koninginnendag op het enorme bouwwerk. Ik wed dat we de eerste Nederlanders zijn in de gehele geschiedenis, die deze dag op de Piramides van Teotihuacán vierden. Toen we het zat waren daalden we af via de gebruikelijke trappen en liepen we naar de wagen om een restaurantje te gaan zoeken waar we Quesadillas con Chorizo konden gaan eten. Gewapend met onze pijl en boog, die we bij een souvenirkraampje op de kop hadden getikt waren binnen enkele minuten aangeschoven in één van de tientallen restaurantjes langs de route. De tafel bezaaid met een stapel Quesadillas, Micheladas en limoentjes. Simpel, maar héél lekker. Ook probeerde we nog pulque een Azteeks drankje, gemaakt van de Agave. De plant waar ook tequila van werd gemaakt en waar het in de verste verte nog niet naar smaakte, gelukkig, want op tequila was in minder dol naar een aantal slechte ervaringen enkele jaren terug.
Die avond zouden we per bus weer vertrekken, omdat we op tijd naar Guadalajara moesten omdat we onze vlucht op vrijdag moesten halen, en we ook nog op het laatste moment naar het dorpje Tequila zouden gaan. Wat de bakermat moest zijn van uiteraard ‘de Tequila’.
Toen we die avond bepakt en bezakt aan de terugreis begonnen. Hadden we er natuurlijk niet aan gedacht dat het dat weekend in heel Mexico Puente was. Dat houdt in dat het weekend al op donderdag begint, en dat de halve stad leeg zou lopen om naar vrienden of familie in de rest van het land te gaan. Het drukke en vervuilde Mexico Stad is geen plek om te blijven namelijk. En we erop konden rekenen dat het er bij de busstations met handen en voeten uit zou hangen. Er was al een telefoontje gepleegd naar het zuidelijke busstation dat in de buurt van het huis van Alan en kleiner was dan het in Mexico D.F gelegen Estación del Norte, waar we op de heenweg waren belandt, maar deze lieten ons weten al tot middernacht vol te zitten en dat we het in het noorden maar moesten proberen. We vertrokken vlak na de avondspits om het vele verkeer dat de stad uit stroomde te vermijden. Maar tevergeefs, het was nou eenmaal Puente en reden we stapvoets de stad uit, waarin Almohada er ons op wees de ramen en deuren gesloten te houden in verband met de mogelijke berovingen die zo nu en dan plaatsvonden. Opeens sloegen we een straat in van de hoofdweg af, omdat Miguel meende een binnendoor route door het centrum te weten, en zo konden we toch nog de prachtig mooie koloniale kathedraal zien, het verlichtte Zócalo en de typische straatjes van het centrum. Ook passeerden we de straat waar de vele musea lagen, en sneden we een stuk van de drukke hoofdweg die als een ader de stad in tweeën splitste.
Aangekomen bij het Estación del Norte was het nog erger dan we dachten.. en we hebben drie kwartier gestaan, om alleen al de wagen te kunnen parkeren. Laura was inmiddels al een half uur geleden uitgestapt om zo snel mogelijk nog kaartjes te kopen voor de bus om nog voor middernacht te kunnen vertrekken. De rijen op het station voor het loket van Puebla waren zowat oneindig en ook voor Acapulco waren immens lang. Ik hoopte dat Guadalajara minder populair zou zijn maar ook deze rij was niet mis, dus ik begon te vermoedden dat we misschien de eerste bus van de volgende dag zouden moeten pakken.. Toen Alan me liet weten dat je naar de kustplaats Puerto Vallarta moest gaan, via Guadalajara zou gaan en Laura al een uur spoorloos was op dit godvergeten ‘Estación del Norte’, wistten we ons even geen raad meer. Door de grote drukte kon ze waarschijnlijk haar telefoon niet horen en stond ze in de rij voor een kaartje. Toen ze uiteindelijk door de Nex Tel liet weten nog drie kaartjes te geregeld te voor de bus van tien over twaalf maakte mijn hart een sprongetje, het was gewoon onmogelijk geweest om nog een dag later in Guadalajara aan te komen, want dan zou ook onze terugvlucht nog in gevaar komen. Maar goed, we zouden vannacht nog vertrekken dus alles kwam goed, alhoewel ik er al bijna niet meer op hoopte de anderen de volgende dag mee naar Tequila zou krijgen. We spoedden ons naar de eerste beste broodjeszaak, want omdat we vanaf vanmiddag al niks meer hadden gehad, rammelden we van de honger. Door de grote drukte, was ook aanbod in broodjes flink gedaald waardoor er nog ongeveer twee soorten overbleven. Een sandwich met ham en kaas, of ééntje met tonijn. We gingen maar voor de eerste en luttele minuten laten zaten we met al onze spullen op een bankje te eten, gelukkig was het een lekkere dikke sandwich waar we de rest van de nacht wel weer even op vooruit zouden kunnen. Rond twaalf uur liepen we richting de vertrekhal van de bus, en moesten we helaas afscheid nemen van Alan en Almohada. Het was een beetje een raar gevoel om afscheid te nemen van mensen waarmee je dag en nacht had doorgebracht, en die zoveel voor ons hadden gedaan, in ieder geval, mij een onvergetelijke week hadden bezorgd. Maar gelukkig vonden zij het ook leuk dat wij er waren, en Alan zei me nog dat dit voor hem ook een twee hele leuke weken was en dat het ook weer niet altijd zo was. Iedereen moest natuurlijk normaal ook gewoon naar werk of school, maar toch. De tijd in het huis in Cholula was echt bijzonder leuk geweest evenals het hotel van z’n ouders en de tijd in Mexico stad, alle piramides, de restaurantjes en barretjes, de nachtelijke tochten en rondvaarten en eigenlijk alles wat we dan ook hebben gedaan en gezien, ‘lo quedo en el corazón’ .
Een laatste groet tijdens het passeren van het bewaakte ijzeren hekwerk, en na enig op en neer lopen betraden we dan eindelijk met al onze spullen en de rieten hoedjes uit Acapulco de juiste bus. De zeven uur durende busreis terug was alles behalve comfortabel. Ik zat bij het raampje naast Tineke en ondanks dat het eerste klas was waren de stoelen een crime als je ’s nachts moet reizen. Toen ik probeerde te slapen en van mijn sjaal een dekentje had gemaakt, hoorde ik opeens een geluid dat het laatste is wat je op dat moment wil horen. Achter ons zat een luid, maar dan ook echt luid snurkende beschonken mexicaan die tot ergernis van de hele bus de halve nacht als een kettingzaag heeft liggen snurken. Tegen zessen, kwamen we dan ook als vaatdoeken de bus uitgevallen, en ik had m’n lenzen maar uitgelaten omdat mijn ogen er zowat uitvielen. Dat had ik overigens alleen in Mexico stad en wat ik tot op heden nog niet kan verklaren. De vorige dag, toen ik mijn lenzen indeed had ik het gevoel alsof mijn ogen uit werden gestoken. Maar toch, moest ik ze maar inhouden omdat ik anders de helft van het werelderfgoed waar we toen naartoe zouden gaan anders zou moeten missen, en dat wil niemand. Maar goed de schoonheid van het busstation in Guadalajara hoefde ik toch echt niet scherp te zien, dus liet ik ze maar uit. We zwegen de hele taxirit naar huis om vervolgens na een douche meteen het bed van Lau in te duiken. Kapot waren we, en er was geen haar op mijn hoofd die er nu nog over dacht vandaag naar Tequila te willen gaan.

‘La consciencia de que enojarme no tiene mucho sentido aqui, para conformarme con el hecho de ser una mujer dependiente...

De titel licht al een tipje van de sluier op van de ‘setting’ waarin ik me momenteel bevind, of ik het wil of niet. Ondanks dat we de vorige avond nog voor twee uur in bed lagen, stonden Lau en Alan niet voor drie uur naast hun bed en toen er vervolgens ook nog eens deel drie van Harry Potter op werd gezet was dat voor mij weer een moment waarop alle aderen in mijn hoofd op gingen zetten.. Altijd als je ook maar iets afspreekt, moet je er vier lange Mexicaanse uren bij tellen voordat er eindelijk schot in komt…
Ik keek naar Tien, die haar schouders ophaalde. ‘No Chance’, dus.. Toen we uiteindelijk aanschoven voor de lunch van Martina, een gebakken vis waarvan ik de naam in Nahuatl al ben vergeten maar dat het één van de lekkerste vissen van heel Mexico blijkt te zijn, kwamen er wat plannen over tafel en vroegen ze ons wat we nog sowieso wilden doen voordat we de stad zouden verlaten. En echt, je kan wel iets willen, vragen of zeggen, maar dan moet je nog maar afwachten of het er van komt, iets wat me echt het bloed onder mijn nagels uit kan halen soms. Gelukkig zat moeder aan tafel, die Alan zowat verplichtte ons mee te nemen naar het Zócalo, het Malecón en de kathedraal van Acapulco, wat hij dan ook zonder mokken deed. We slenterden wat over het pleintje met de talloze bankjes onder de bomen waarop een enkeling siësta hield. Vervolgens bezichtigden we de felblauwe kathedraal, sloegen een kruis en draaiden ons weer om, richting Málecon dat niet meer was dan een korte boulevard waar wat rondvaartboten aangemeerd lagen. Het was al laat in de middag, dus de meeste rondvaarten vertrokken niet meer. We zouden nog wel met z’n vieren kunnen gaan, maar dat zou extra geld kosten en dat wilde meer dan de helft er niet aan spenderen, het zou toch niet zo indrukkwekkend zijn als men dat voorstelde. We spraken af naar de ‘Mall’ te gaan om nog wat te shoppen omdat we die avond weer terug zouden rijden naar Mexico stad. Zo gezegd zo gedaan, en binnen tien minuten stonden we dan in de helverlichte Mall. Deze Mall was gewoon perfect voor iemand zo als ik. Hij was drie verdiepingen hoog en lag volledig in het rond, met op de beneden verdieping jawel, een Starbuck’s met terras. Het was geheel overzichtelijk wat je kon de winkels tot op de tweede verdieping herkennen, en dus beslissen waar je wel in niet in wilde. Op de derde etage was een grote Amerikaanse bioscoop, die er erg verleidelijk uitzag, door de lange bar met wel tien soorten popcorn, en de kleurige affiches van de films die er draaiden. De pinautomaat was maar vijf meter lopen en daarna snelde ik me de Mango, Zara en ook de Pull & Bear in en kwam naar buiten met een nieuwe broek en een paar shirtjes. Evenals Tineke die ook wat had gekocht. We staken door na de tweede verdieping waarop de mannen wenkend over de reling hingen om vervolgens de Ferriano in te gaan, een soort Fornarina winkel met een breed scala aan kleurige zomerjurkjes met ruches en strikjes in de etalage. Opeens waren we de rest kwijt en besloten Tineke en ik naar de Starbucks te gaan, want vanaf hier kon je alles en iedereen zien.. en konden we gelijk een Frappucino Venti voor onszelf scoren. Zo gezegd zo gedaan, en terwijl Tineke en ik aan een tafeltje in het midden zaten zagen we opeens Laura over de reling van de derde verdieping ons gebaren dat we naar boven moesten komen. ‘Luister’, zei ze op serieuze toon, en ik wist dat ze iets ging vertellen waarover ze mogelijk zou denken dat we het er niet mee eens zouden zijn, dat hoorde ik gewoon. ‘Deze avond, rijden we niet terug naar Mexico stad, want Alan heeft een woordenwisseling gehad met z’n vader omdat hij niet wil dat hij ’s nachts zou rijden. “Dus daarom dachten we, gaan we nu naar de bios en staan we morgen vroeg op zodat jullie de rondvaart kunnen maken met mij en ‘Trompe’, en Alan daarna klaar zou staan om te vertrekken”. Ik liet het even bezinken, maar tegen alle verwachtingen in vonden we het uiteindelijk wel een puik plan. Er was tenminste een plan, waarin we ook nog eens wat zouden doen..! Dat hij zelf had gemaakt, dus daar kon hij dan onmogelijk nog onderuit komen. We kochten kaartjes voor de horror film ‘Imagenes de allá’, die Laura had uitgezocht, waarna we uiteindelijk met z’n vijven vastgeklampt aan elkaar gillend (vooral Laura) in de bioscoop zaten, en er heel wat Mexicaanse scheldwoorden de bres passeerden van de gruwelijkheden waarmee we op het enorme bioscoopscherm geconfronteerd werden. Lachend verlieten we de bioscoop richting cocktailbar…

La noche que pasabamos casi volando...

Ik schrok op door een blauwe bus die opeens in mijn linkerooghoek opdook. Hij moet beslist op mijn blinde vlek hebben gezeten, en snelde mij naar het midden van de drukke weg, waardoor ik vervolgens na vijf minuten pas kon oversteken door de lange stroom verkeer. Het was niet de eerste keer dat ik mijn leven weer voorbij zag schieten door verkeer dat mij op een haar na bijna raakte. Twee jaar geleden in Madrid, gebeurde het eveneens en nu was het weer bijna raak. Maar goed, dit keer was ik blij met het altijd aanwezige Engeltje op mijn schouder, en besloot het maar niet aan Tineke en Laura te vertellen wat er net bijna gebeurde… Extra oplettend keerde ik terug met mijn Cappuccino van de Oxxo, terwijl hoe verrassend genoeg ook ik een luid gestommel op de trap hoorde van mensen met koffers die naar beneden kwamen. Twee uur later kwamen ook de Quesadillas met salsa op tafel, en ook Jorge, die aan de andere kant van de stad woonde belde op, dat hij klaar stond. ‘El Almohada’, de broer van Jorge zou niet mee gaan naar Acapulco, waar ik stiekem wel een beetje blij om was omdat we dan niet meer met z’n vieren de achterbank van een personenwagen hoefden te delen.
De avond viel en we verlieten we Mexico stad richting het hotel van de ouders in Acapulco, omdat we de avondspits van de metropool wilden vermijden, en we zouden dan rond middernacht de kustplaats bereiken. Toen we reden leek het net of dat we in een vliegtuig zaten want door de hoogte zagen we de enorme stad vol met ontelbaar veel kleine lichtjes in de achteruit van het raam, terwijl iedereen zweeg en héél even in mijn achterhoofd hoorde ik ‘Fast Car’van Tracey Chapman:

So I remember when we were driving, driving in your car, speed so fast I felt like I was drunk. I got no plans I ain’t going nowhere, so take your fast car and keep on driving”.

Eenmaal de berg gepasseerd reden we dan ook minstens 140 kmph over de Mex 95 met de muziek aan, en bij Cuernavaca begon het zo hard te stormen waardoor mijn hart even een slag oversloeg. Allerlei rommel vloog over de weg en het stuur van de Yaris trilde. Tineke vertelde me dat je beter harder kan rijden met storm waarin ik haar dan maar gelijk gaf. We probeerden er nog wat gezelligheid in te gooien door een eigen versie op een liedje van Enrique Iglesias te maken, lapten wat geld bij elkaar voor de tolweg, probeerde we de liedjes van Vicente Fernandez nog uit onze kop te knallen maar tegen elven toen de storm enigszins was gaan liggen was de halve achterbank toch wel een beetje weggevallen. Met het ‘Bienvenidos en Acapulco’ van de stem van Jorge ontwaakten we weer, door het opnieuw zien van de miljoenen lichtjes in de baai die je vanaf de snelweg goed kon zien. Ik was opeens klaarwakker bij het gene wat ik zag, en kneep eventjes mijn ogen dicht om te denken of het wel echt waar is wat ik zag…
We scheurden langs barretjes en restaurantjes met knipperende neonverlichting in alle mogelijke kleurcombinaties, clubs, disco’s, hotels en stranden, en de tientallen paardenkoetsjes versiert met ballonnen. De stad zelf was die avond rustiger dan ik dacht, de barretjes waren wel open maar niet meer voor lang. We parkeerden de wagen bij een bar, het moet rond tweeën zijn geweest want ze gingen zo sluiten. We stationeerden ons op het terras, bestelden een fles Barcardi, en gingen kaarten tot een uur of vier. Het klimaat was wel aangenaam in Acapulco, iets vochtiger dan Mexico Stad maar wel lekker overdag was het droger en warmer volgens Jorge die me ook nog vertelde dat de naam Acapulco in Nahuatl, de indiaanse taal, ‘where the reeds stood’ betekent. In de hele stad was volgens mij geen riet te bekennen, maar dan snapte je tenminste wel waar de muggen vandaan kwamen. Althans, dat nam ik dan maar aan, en eigenlijk… nam ik alles maar aan deze nacht.. Toen de obers van de bar de stoelen naar binnen gingen halen en onze fles Barcardi op een bodempje na leeg was, maakten we aanstalten om naar het hotel van de ouders van Alan te gaan, de plaats waar we zouden verblijven de komende paar dagen..




Desde la Búrbula, hasta la lluvia en Puebla..’

Het leven is maar een vreemd iets. Alle spreekwoorden en wijze gezegden waar ik tot nu toe altijd aan had vastgeklampt leken op dit moment niet meer te kloppen. Zeker gisteren niet, hoe ik het ook bekeek.. het was één van de leukste avonden geweest tot nu toe, ondanks dat mijn humeur de hele dag op onweer had gestaan..
‘Alcohol maakt meer kapot dan je lief is’, kan je dus doorstrepen…en ook het gezegde ‘iedereen is altijd de bouwer van z’n eigen geluk’, viel te betwijfelen, want ik was weldegelijk afhankelijk. Maar goed.. Vandaag zouden we dus écht naar terug naar Mexico D.F gaan, en daarna naar Acapulco, dat wist ik nu bijna zeker.. want we waren al een dag langer gebleven dan gepland (of ja gepland), en we hadden met de heer des huizes afgesproken dat hij met ons voor de laatste keer zou gaan eten, dus ook hij ging er nu echt van uit dat we gingen. !Ojála! We gingen vervolgens naar een gezellige kantine waar veel studenten kwamen en weldegelijk goed was, compleet met een drietal televisies waar voetbalwedstrijden op te zien waren. We zaten met z’n allen aan een lange tafel en kletsen een beetje over de feestjes die geweest waren en die nog moesten komen, de stranden van Acapulco en de drukte van México stad. Eenmaal bij het huis aangekomen pakten we de boel bij elkaar, om vervolgens nog een uur in de salon te zitten kletsen, tot dat de eerste aanstalten maakte richting de voordeur. Een uur en een kwartier later stond de banda buiten bij de auto’s, en een half uur later stapte de laatste in nadat we nog snel een fotootje schoten en weer tien minuten later werd eindelijk de motor van de wagen gestart. Totaal heeft het uiteindelijk nog twee Mexicaanse uren geduurd voordat we Cholula zingend verlieten richting México D.F. Het was een beetje een benauwd met z’n vieren achterin maar uiteindelijk was ik allang blij dat er beweging was richting metropool om vervolgens de volgende dagen in Acapulco te besteden. Door dat we al vrij laat in de middag waren vertrokken door de avonden ervoor kwamen we ’s avonds aan en waren er enkele mensen die door de drukte van het verkeer meteen naar de fles grepen, er was namelijk al een gezellige sociale aangelegenheid aan de gang op de Calle Alejandrina, doordat er wat medestudenten van Christopher, Alan’s broer in de woonkamer werkten.. Na een stevige borrel en een koude douche (want als er drie mensen voor jou douchen dan is het water op) was er gelukkig weer de lits-jumeaux van Christopher, en met een paar filmpjes erbij heb ik op dat moment niks meer te wensen.

martes, 8 de julio de 2008

‘El amor para la Michelada Cubana y la famosa pirámide más amplia del mundo, o sea un día en Cholula..’

Wat ze die nacht nog allemaal hadden uitgevreten in de caseta van Ramon, was is me tot op heden nog een groot raadsel, maar ik weet wel dat toen ik vanochtend weer fris en fruitig de trap afliep naar de keuken op zoek naar iets eetbaars, dat de ravage niet te overzien was. De gehele Red Bull collectie lag door het huis, overal lagen speelkaarten, en de bekende huisvoorraad alcohol was zo goed als op. Op een luxe fles met een geel etiket ‘President’ na dan. Opeens kreeg ik een flash- back van een huisfeestje toen ik achttien werd en plotseling merkte ik onder een felle deken met een lelijke clown erop, een beide slapende Alan en Laura op die van de kussens van de beige sofa een heus bed hadden gemaakt. Ik liep de voordeur uit en zette hem op een kier om zo weer naar binnen te kunnen lopen, om vervolgens naar de buurtsuper te lopen voor een koffie dat op een steenworp afstand van het huis lag. Op mijn weg naar de winkel passeerde ik een tiental aan vrolijke Mexicaanse eetkraampjes die naast elkaar op het trottoirs opgesteld stonden. In mijn linkerooghoek, merkte ik eveneens een enorm gebergte waar rook uitkwam, waarover Ramon mij later liet weten dat het dorp aan de voet van de vulkanen ‘Popocatepetl’ (5452 m) en de naastgelegen ‘Iztaccihuatl’ (5286 m) lag, in de volksmond ‘Popo’ en ‘Izta’ genoemd. Volgens de legende was Popocatépetl “rokende berg” een strijder die verliefd was op Iztaccíhuatl “slapende vrouw/blanke vrouw”, een wonderschone Azteekse prinses. Zij dacht dat haar minnaar in een veldslag was gesneuveld en stierf van verdriet. Toen Popocatépetl levend terugkeerde, legde hij haar lichaam op de heuvel naast de plek waar hij nu zelf staat, wakend over haar als een eeuwige schildwacht. Als je goed kijkt zie je ‘Itza’ de vorm van een op haar rug liggende vrouw. Ik keerde terug naar het huis dat net aan het ontwaken was, het was inmiddels al bijna drie uur, en dat we het huis zouden verlaten om ergens in het centrum wat te gaan eten. Ramon nam ons mee naar een volgens mij redelijk goed restaurant, dat onder een soort van prieel aan het Zócalo van Cholula, ‘los Jarrones’ was de naam. Ik bestelde een gerecht dat Mole Poblano de Guajalote heette, een traditioneel gerecht van Azteekse kip in een saus van chili en chocolade, dat ik gewoon moest proberen volgens onze gids voor vandaag. Na een grap met het toetje van Almohada, maakten we aanstalten om de stad een beetje te verkennen, en we kruisten het grote Zócalo om vervolgens een kerk van binnen te gaan bezichtigen. Op het plein maakten we nog kennis met een echte Don compleet met hoed, die op een soort van schoonsteentje zat te bellen.
Toen gebeurde het onvermijdelijke wat tot nu toe tijdens elke reis wel een keer voorkwam: Een van de teenslippers van Tineke was losgegaan waardoor het op niet meer leek dan een zool met wat draden eraan. Gelukkig wees Ramon ons op een plek in de buurt waar veel Artesanías hun waren hadden uitgestald en legde ons hoopvol uit dat er op iedere hoek van de straat wel een paar nieuwe slippers te vinden waren. Zo gezegd zo gedaan; en Tineke kwam naar buiten met een paar slippers waar zelfs Moctezuma nog over getwijfeld zou hebben, maar goed, we konden onze weg voort zetten naar ’s werelds grootste Precolumbiaanse piramide van Cholula, (450 m bij 450 m) gewijd aan de Azteekse Godheid Quezatlcoatl, waarop een kerk stond, gebouwd door de Spanjaarden in de koloniale tijd. Na een korte aarzeling van de groep, maakten we de rondleiding door de smalle gangen van de piramide met een gids die ons al lopend de legendes van de oude beschavingen predikte. Na de rondleiding in en om de piramide, nam de gids afscheid en was de rest van de groep al eigenlijk te moe (ondanks dat ze pas net twee uur wakker waren) om ook nog maar één stap naar boven richting de kerk te zetten, waarna ik doorliep alsof er niets aan de hand was zonder ook maar iets van het geklaag te horen, waarna ik me vervolgens zeer verrast omdraaide en werkelijk het hele Equipo Jalapeño en Ramon achter mij de trappen opstrompelden. Met Laura en Alan achteraan wellicht. Het uitzicht boven, over de stad Puebla was overweldigend en door de heldere dag lagen ook de rokende ‘Popo’ en zijn ‘Itza’ kranig naast elkaar in het ruige berglandschap. We daalden af richting het huis, zonder de onvergetelijke Oxxo over te slaan, en werden de speelkaarten bij elkaar geraapt om vervolgens
weer ‘Happy King’ te gaan spelen.

‘’El equipo verde, la mala copa de Evita y uno de las infamias del Almohada’

Achter een bewaakte slagboom in het zuiden van de stad, lag la Calle Alejandrina, de straat waar het huis van Alan en zijn broer stond. Een gezellige volkswijk die afsteekt tegen de grijze massa van de enorme stad, compleet met een parkje en speeltuin, en een Oxxo op 500 meter afstand. In het rommelige huis woonden verschillende studenten, die in en uit liepen. Er hing was te drogen aan de kroonluchter, overal stonden pakken Kellogs, lagen boeken en papieren door het huis, en stonden er overal kastjes. De weg werd je eigenlijk constant verspert door slingerende dingetjes en soms zo erg dat het je het idee kreeg een safari door het huis te maken, als ik weer eens schuin langs een kast liep en een aantal koffers opzij moest zetten om bij het achterste kamertje te komen. Eigenlijk overal lag wel iets wat er niet hoorde, om nog maar niet over de keuken te spreken. Gisternacht, bij het openen van de deur van de kamer waar wij zouden slapen, kreeg ik het al benauwd als je had verwacht dat het er net zo eruit zal zien als de rest van het huis. Maar compleet tegen mijn verwachtingen in, was het een kamer met schone witte muren, een TV meubel met een collectie Dvd’s van heb-ik-me-jou-daar, en als klap op de vuurpijl een strak opgemaakte lits-jumeaux voorzien van enkele witte donzen kussens. Ik haalde opgelucht adem toen ik mijn twee weekendtassen aan het voeteneind van het bed neerzette, en ploften we met z’n drieën tegelijk op het grote zachte bed. De rest dacht er blijkbaar net zo over…
De volgende (mid)dag ontbeten we met quesadillas a la Alan en zelfgemaakte salsa, en liepen we tegen vieren naar het winkelcentrum voor een Starbucks dat op tien minuten lopen van het buurtje lag. We hadden ons voorgenomen, Koninginnendag in Acapulco te gaan vieren, en dat iedereen dan in de nationale kleur van Nederland moest verschijnen. De broer van Alan, Christopher dacht dat het blijkbaar een grapje was en zei me met een heel serieus gezicht dat het vandaag toevallig de dag van de groene chilipeper was. Door mijn goedgelovigheid dacht ik dat hij het serieus meende, terwijl de hele banda al plat lag van het lachen over mijn goedgelovigheid en het nog steeds serieuze gezicht van Christopher. Hij stelde maar voor dat dan iedereen in het groen moest, waar iedereen zich dan ook maar aan zou houden. De Mexicanen hadden geen haast en we zouden pas tegen de avond gaan, echter niet naar Acapulco, maar naar een huis van een vriend in een dorp vlakbij Puebla, dat op vijf uur rijden van de stad lag. Ik wachtte rustig af, en uitgedost in groene T-shirts (dat ik gelukkig bij me had), vertrok het equipo verde met twee auto’s richting Puebla. Tineke en ik zaten met Jorge en Alan, terwijl Laura de Jetta deelde met Christopher en Luis Miguel, alias ‘Almohada’. We reden stapvoets de stad uit vanwege het altijd drukke verkeer in de metropool. Onderweg werden wel zes keer onze ramen gewassen door kinderen bij stoplichten, werden vermaakt door (eigenlijk enge) clowns die hun kunsten voor de auto lieten zien, en kwamen er tientallen verkopers tussen het verkeer door. Toen we eindelijk het stuk snelweg bereikten werden we snel weer tot stoppen gedwongen door een ernstig ongeluk, waardoor er nog maar twee van de zes banen open waren. Het ruige berglandschap kwam in zicht en de file loste zich langzaam op. De radio speelde zachtjes, en we zwegen verder de hele weg. Ik had geen zin om ook maar iets te zeggen, en toen Alan Rios me vroeg waarom we zo stil waren was het eerste antwoord dat in me opkwam; ‘omdat jij me ook niks vraagt’, waarop hij lachte om mijn ietwat krasse taal. Uiteindelijk kwamen de gesprekken over de alledaagse dingen langzaam op gang, en ook Jorge Garcia en onze Campanita haakten in. Eenmaal in Cholula aangekomen rond zevenen ’s avonds, parkeerden we de auto bij ‘La Cantinera’, een in mijn ogen typisch studentachtige Mexicaanse bar in het centrum. Ik was gefascineerd door de inrichting van de tent en kreeg opeens honderden ideeën voor onze Casa Gloria te Utrecht. Er stonden prachtige spreekwoorden op de gekleurde muren geschreven, er hingen piñata’s aan het plafond en er stonden stoeltjes in een gietijzeren art- nouveau stijl van verschillende hoogten. Ook de toiletten waren een aardigheidje om te zien, na het passeren van de houten saloon deuren voor de (dronken) dames waar dan ook in Wild-West lettertype ‘borrachas’ opgeschreven stond. En bij de heren stond er uiteraard ‘borrachos’. Hier houden we van, en zocht mijn camera om het vast te leggen, maar die lag natuurlijk nog in één van mijn tassen in de auto. Nou ja, zeven van de acht anderen waren wel zo slim om hun spullen mee te nemen dus aan foto’s geen gebrek. Alhoewel ik niet om een camera te leen durfde te vragen om er vervolgens mee de toiletten in te lopen, dat zou wel een beetje vreemd zijn. Maar goed, er werd een fles Bacardi besteld vergezeld met een paar blikjes mineraalwater en cola, en zo wijdden we de avond weer in met iets dat in Mexico al zo’n iedere dag het geval was geweest. Volledig ontwetend over hoe laat we leefden en het feit dat ik de hele dag in de auto nog niks gedronken had sloeg ik de cubas pintadas achterover, en als er iets dom is, is het alcohol drinken als je dorst hebt. Nou ja, alhoewel ik mijn glas telkens bijvulde met water, sloeg het in als een bom. Ik bestelde samen met de rest maar een stapel tortillas met ‘camarones al chipotle’ wat het lichte gevoel iets deed minderen, maar uiteraard zette het geen zoden aan de dijk.
Bij aankomst van het huis van Ramon Flores, de vriend van Alan waar we een paar dagen zouden logeren wist ik al niet meer wat onder en boven was met als gevolg dat ik voor de voeten van Ramon de auto uitgevallen kwam. Een beetje onhandig raapte ik mijn tassen van de grond, probeerde ik op te staan alsof er niks gebeurd was terwijl ik me netjes voorstelde aan knappe Mexicaan Ramon. Terwijl ik gesteund door Alan, de rest naar binnen volgde schaamde ik me natuurlijk wel een beetje. Wat een binnenkomer, dacht ik bij mezelf. De rest ging kaarten en ik vluchtte me naar de kamer om er een halve liter water achteraan te spoelen om nog enigszins normaal voor de dag te kunnen komen, en hopelijk ook nog iets aan de rest van de avond te hebben. Niets was minder waar, want een uur later voelde ik mijn benen inclusief de rest zwaarder dan ooit worden, en dat kwam vast niet alleen door het water. Vanavond zouden we naar een Rave, een concert in de buitenlucht gaan, waar elektrische muziek zou worden gedraaid. Aangezien Ramon voor de firma Red Bull werkte en goddank de hele koelkast ermee volstond, was dit het enige wat mij op dit moment nog kon redden. Na vier blikjes vond ik het wel weer genoeg en hoopte ik op de adrenalinestoot die nog moest komen. Het was helaas maar van korte duur, want eenmaal op de Rave aangekomen kwam hetzelfde gevoel in mijn benen weer terug en ook mijn oogleden leken last te hebben van plaatselijke verlamming.. Ik wist me werkelijk geen raad. Aangezien het feest buiten op het gras was kon ik (met witte broek) niet gaan zitten, maar ik kon ook niet blijven staan, én ik wilde het feest voor de rest ook niet bederven, dus deed ik mee, totdat ik letterlijk omviel. Gelukkig zag Tineke het aan mijn gezicht, en hoorde ik de rest al smoezelen over een mogelijke ‘mala copa’, en kwam Ramon mij vragen of ik misschien in zijn camioneta wilde slapen…
Op dat moment was hij mijn held, een beter idee had ik nog niet kunnen bedenken, en samen liepen we naar de Red Bull-blauwe wagen op de parkeerplaats half lachend over het feit dat ik misschien nog vijf blikjes had moeten nemen, en in de wagen viel vervolgens volledig ‘out’ op de leren achterbank in slaap. Opeens werd ik wakker van een klik, het moet tegen vijf uur zijn geweest van het openen van een autodeur. Ik schoof door naar het raam, en de rest stapte nog napratend over de Rave in om vervolgens naar het huis te rijden. ’s Nachts of beter gezegd ’s ochtends, heb ik me boos lopen maken over het feit dat er opeens drie Mexicanen bij mij op het bed kwamen liggen na één of ander kaartspel wat ze nog hadden gespeeld. Ook hoorde ik de volgende dag dat Tineke hetzelfde was overkomen. Toch kon ik er wel om lachen, later. Het feit dat je elkaar pas één dag kent en dan meteen als een groep vriendelijke vrienden beschouwd kan worden, ook door het feit dat iedereen meteen iets groens aan ging trekken om de denkbeeldige dag van de Jalapeño te vieren, versterkte het gevoel. En dát was dan nog maar één dag in Cholula..!


‘Las aventuras imprevistas alcoholicas de Laurita, Campanita y Evita..’

Gisteren in de America’s hadden we het er met z’n allen nog over gehad wat we van het weekend zouden gaan doen. Eerst hadden we het plan te gaan kamperen bij een strandje dat La llorona heette, maar dat ging uiteindelijk niet door. Toen zouden we naar de bekende badplaats Puerto Vallarta gaan, maar door een ruzie tussen de toen nog vrienden Roman Villavazo en Marlon Gallardo was dit helaas ook van de lijst geschrapt, omdat we de achtpersoonswagen van Roman wel nodig zouden hebben als we met z’n allen wilden gaan. Ik smeekte Marlon om ons naar Vallarta te nemen als moesten we met z’n achten in zijn auto, een soort Ford Ka, als we maar niet het hele weekend opgesloten hoefden te zitten in het huis in Guadalajara. Na een hoop heen-en- weer gefunk met de Nex- Tel, een soort van walkietalkie verbinding die goedkoper uitviel dan gewoon bellen, had hij dan toch twee wagens weten te regelen waarmee we die vrijdag nog naar het strand zouden rijden.
De volgende dag stond ik op met weer een zekerheid erbij. Althans dat dacht ik... Vandaag rijden we naar Puerto Vallarta. Ik weet niet wanneer, hoe laat, overdag of ’s nachts of wat dan ook, maar we zouden de stad uitrijden om het weekend in de fameuze badplaats te verblijven. Terwijl de rest nog sliep, plantte ik mezelf op de sofa in de woonkamer met de al met wijnbevlekte Lonely Planet en een Cola, want dat was het enige vocht wat nog in het huis aanwezig was die ochtend, en bladerde door naar de P van Puerto Vallarta. Al wegdromend bij het feit dat de film met Sofia Loren daar opgenomen is, het eten er fantastisch is, er paarden kan huren, surfen, duiken en snorkelen, en de baai vol jachten van de jetset ligt werd ik opeens opgeschrikt door een springende Laura met Nex-Tel. “Eef, Alan heeft gebeld, ik dacht dat hij volgende week pas vrij had maar pak nú je spullen want we gaan op Roadtrip naar México D. F., gaaf hè?” Even gingen alle haren op mijn hoofd overeind staat en moest ik moeite doen om mijn boosheid over de verandering van plannen niet te laten blijken. Ik had mij volledig ingesteld op het strand, de zon en de zee, en opeens zag ik niks anders dan nadelen aan het Districto Federal, alhoewel het centrum vast hartstikke mooi is. Aan Tineke was niks vreemds op te merken terwijl we de dag ervoor nog hadden besproken dat we deze plotselinge verrassingen, wijzigingen van plannen en afhankelijkheid eigenlijk wel vervelend vonden zo nu en dan… Ik wierp een kwade blik richting haar toen ze even opkeek, en ze zei onverschillig ‘Eef, wat moet ik ervan zeggen, we hebben geen keus, wen er maar aan dat het hier zo gaat’. Ik verbaasde me over de haast die Laura opeens had, en als mijn perfectionistische geest ergens een hekel aan heeft, dan is het alles binnen vijf minuten in je koffer flikkeren, zonder eigenlijk ook maar te weten waar je heengaat. Wat zeg ik koffer? Ik moest al mijn spullen verdelen over twee weekendtassen, omdat we het anders van mijn leven niet mee gezeuld zou krijgen. Mijn boze bui was al bijna weer verdwenen toen Laura me vertelde dat we wáárschijnlijk vanuit daar naar het hotel van z’n ouders in Acapulco zouden rijden, en dat ze speciaal voor ons een week vrij hadden genomen om zoveel mogelijk te gaan doen.. Later legde ze me uit niet te laat te willen vertrekken uit Guadalajara omdat we anders midden in de nacht in Mexico D.F. zouden aankomen, en dat is gewoon niet zo fijn als Alan ons ook nog op zou moeten halen. Maar goed, alles verliep verder soepel, we pakten onze boel bijeen, hoed op, passeerden de al inmiddels bekende Playita om wat drinken te halen om ons de zeven uur durende busreis zo comfortabel mogelijk te maken, hielden de eerste beste gele taxi aan, en waren we vervolgens nét op tijd om de bus van drie uur ‘s middags naar Mexico D.F te pakken. We reden met ETN, de meest confortabele bus die ik ooit van mijn leven had betreden. Het leek wel net de businessklas van een vliegtuig, mede door twee hostesses die de hele busrit met ons meereisden, en de geuniformeerde buschauffeur die zich voorstelde alsof hij gezagvoerder was van een Boeing 747. De extra brede stoelen kon je uitklappen totdat het zowat een bed werd, een grote collectie aan kwaliteits films, en bovenal, een grote badkamer in de achterkant van de bus. Wat wil je nog meer. Ik settelde me in de stoel en terwijl de zon al onder ging en de rest van de bus al na een uur of vier rijden weggedommeld was, gluurde ik door een kier van het blauwe gordijntje aan het raam. en keek ik naar het passerende ruige Mexicaanse berglandschap terwijl de zon onderging, fantaserend over de talloze slagen tussen de oorspronkelijke bewoners en de Spanjaarden die hier moesten hebben plaatsgevonden. Uit mijn Ipod klonk net ‘La vida.. es un ratico’, van Juanes, dat een beetje dezelfde boodschap draagt als ‘Donde están corazón’ van Enrique Iglesias. Oftewel, dat mooie tijden komen en gaan en dat het leven al kort genoeg is en dus eigenlijk geen tijd overblijft om je druk te maken over dingen. En ik realiseerde me alles opeens beter dan ooit en dacht als eerste aan mijn soms boze buien om niks, die mede door deze gewaarwording al helemáál als sneeuw voor de zon verdwenen waren. Nou ja luister het op zo’n moment en je weet waar ik over praat… of niet misschien...
Aangekomen op een altijd druk busstation in het Districto Federal, wachtten we op een jongen die Alan heet. Wanneer hij zou komen wisten we niet, en ik bereidde me voor dat we nog wel een aantal uurtjes in deze nacht op het busstation zouden moeten wachten op deze vriend van Laura omdat het verkeer in Mexico stad namelijk altijd drama is. We zaten in een hoek op de grond tussen onze spullen en door het dragen van onze hoeden werden we aangesproken door een bende geïnteresseerde Mexicanen. Een half uur ging voorbij en Laura’s Nex-Tel lichtte op, gelukkig. We snelden ons naar de plaats voor laden en lossen en een jongen met bruine krullen en een vriendelijk gezicht vol sproeten kwam ons tegen moet, dat moest Alan zijn. Ook een andere jongen die me aan een indiaan deed denken hielp ons met de spullen en tien minuten later kruisten we de enorme verlichtte metropool per auto op weg naar een kroeg in het centrum van Mexico stad met hoe hilarisch het ook klinkt, een groot bord in de trant van ‘een teveel aan alcohol kan schade aan de gezondheid berokkenen’, waarna we vervolgens nog maar een Tinto de Verano bestelden. Toen er enkele uren passeerden en de rest alvast op wilde staan, vervolgde we onze tocht naar Alan’s huis dat in het zuiden van de stad lag.

‘Las consecuencias de la playita en el centro de Guadalajara’

De volgende dag waren we vroeg opgestaan, ondanks de enorme peda van gisteravond. Half negen stonden we kant en klaar (dat was overigens het vroegste tot nu toe), zodat de Mexicaanse Gustavo ons thuis af kon zetten om vervolgens door naar de Universiteit te rijden. Ik voelde me een beetje brak en had mijn zonnebril vanaf vanochtend al niet meer afgedaan, maar gelukkig stelde Kendra bij thuiskomst voor om met z’n allen het traditionele gerecht ‘Tortas Ahogadas’ te gaan eten, een sandwich met vlees, salsa en veel chilisaus, dat goed schijnen te werken tegen de gevolgen van alcohol, aldus haar. Het voelde alsof er een steen op mijn maag lag en ik heb er zeker een liter water achteraan gespoeld, maar uiteindelijk kan je er dan wel weer even tegen. Die middag vertrokken we per hobbelcamión compleet met verlicht kruis (want dat hebben ze daar allemaal) naar het koloniale centrum van Guadalajara, waar we na het passeren van de Playita, een soort Mexicaanse Gall&Gall, meteen de volgende Turibus in stapten voor een toeristische rondleiding, compleet met ons voorraadje voor onderweg. Achteraf gezien was dit ook de beste optie als je wat wil zien, want alles ligt heel ver uit elkaar. En wat het voorraadje voor onderweg betreft (bestaand uit een mix van Rosé met Caribbean), begin er niet te vroeg mee anders mis je nog de helft. Gelukkig was ik zo slim, en mijn twee vriendinnen die eerst nog uit volle borst ‘Alguien soy yo’ van Enrique Iglesias aan’t zingen waren, kwamen bij de karakteristieke Mexicaanse wijk; Tlaquepaque al de bus uit gevallen. Tlaquepaque is het oude centrum van Guadalajara. Het is héél traditioneel Mexicaans en het staat bekend om de vele Artesanías en de typisch mexicaanse kunst die is verspreid door de straten heen. Ook vindt je er allerlei musea en de restaurants waarbij er geen Mariachi ontbreken, beelden van bekende Mexicaanse strijders en kraampjes met groenten en fruit, taco’s, enchiladas etc. Een fleurig, kleurig en geurig geheel waarbij ik het gevoel kreeg pas écht in oud Mexico te zijn zoals je dat altijd in de bladen leest. Nog nagenietend van dit feit was ik opeens Tineke en Laura kwijt, en vond ze achter bij het beeld van Pancho Villa, een van de bekendste en legendarische revolutionaire leiders uit de Mexicaanse geschiedenis, en ik wijdde me aan het beeld van de indiaanse goden van de wind, die me warempel. Tot vliegen brachten (zie foto’s). Een beetje licht in onze hoofden stapten we weer de bus in om de volgende toeristische route door het moderne stadsdeel te doen. Deze was helaas minder interessant want je zag vooral de Amerikaanse en de kant van het handelscentrum van de stad. Guadalajara is namelijk de 2e grote stad van Mexico, en ik moet eerlijk toegeven dat ik er ook weinig van hem meegekregen doordat ik met Ipod was weg gezwijmeld bij de muziek van diezelfde Enrique Iglesias.
De avond viel en het centrum van Guadalajara doofde langzaam uit. We stapten uit op een groot verlicht plein met een levensgrote fontein in het midden waar zoal wat jonge stelletjes dromerig tegenaan hingen. Onze ogen vielen op een bar met live muziek die er aanlokkelijk uitzag, ook door het aantal verleidelijke copa’s verspreid over de tafeltjes van het terras. We kozen een rond tafeltje in de hoek, en ondanks dat de zon al bijna onderging bestelden we toch maar een Tequila Sunrise, of twee….

La casa en ocotlán, el lago de chapala y la casa sin caballos..

De volgende dag kwam ik er erachter dat ik toch meer in mijn handbagage bij me had dan ik dacht.. Er zat zelfs een droge spijkerbroek en drie paar schoenen in, en andere zware dingen om mijn koffer te verlichten. Alleen aan een extra t- shirt had ik niet gedacht, dus droeg ik nog steeds de blauwe houthakkersbloes van Rafa over mijn lichtblauwe spijkerbroek. Samen met Tineke, die de vorige avond was omgedoopt tot Tinkerbell, vertaald Campanita, verkenden we de rancho bij daglicht. De meerderheid lag nog in diepe rust verspreid in de kamers van de witte villa. De ravage viel mee, alleen het gras was bezaaid met de nodige omgevallen stoelen, flessen, kleding, borden en lege zakken gesmolten ijs.. Ik zocht een plekje in de zon bij het zwembad, om rustig al mijn zonden te kunnen overdenken. Na Laura kwam Kendra naar buiten, en het eerste woord dat ze uitbracht was ‘After’. Iedereen weet wat dat betekend daar. En de halflege fles Red Label, kreeg na twee uur al spoedig de bodem in zicht. Met onze voeten in het zwembad leerden we elkaar een beetje kennen, van een zeer relaxte kant dan.. De rest van het huis ontwaakte ook, en in de namiddag verlieten we per Hummer met z’n allen de ranch voor een lunch in het hart van Ocotlán. Mijn eerste Mexicaanse gerecht was trouwens wel een beetje een tegenvaller.. Je ziet van alles op de kaart staan, en het enige bekende wat je ziet is Taco’s dorados con Camarones (Gamba’s) dus daar kozen we dan maar voor. Terwijl ik bij de rest van de club de hele oceaan voorbij zag komen, een breed scala aan salsa’s, onbekende salades en garnalencocktails, wachtten Tineke en ik braaf op onze tacos. Toen ze eindelijk kwamen, brak je bijna je voortanden, en de camarones waren enig zins donker en onherkenbaar geworden.. Gelukkig hadden we zoveel eten op tafel dat we zeker geen honger hebben geleden, en werden er onderling gerechten geswitcht. Het enige wat we verder die dag nog hebben gedaan is per 4x4 naar meer van Chapala gereden (1609 km2) waar een mythe ligt dat het een centraal punt van het universum zou zijn, daarnaast een toeristische route door de geboorteplaats van Carlos Salcido, en een rondleiding door alle eigendommen van de vader van Rafael. Diens vader bezat zowat de hele stad, (behalve de banken, aldus Rafa) en toen ik hem vroeg hoeveel auto’s ze zoal bezaten gaf hij geen antwoord en zij hij dat het niet wist. We werden we via een stoffige gebied naar een plaats gereden met een oprit van bomen met witte voetjes (tegen de mieren) verschuilt achter haciënda-achtige deuren die je alleen in films ziet. Achter de automatisch verzwaarde bewaakte poorten was een soort van privé-parking, waar een vijftiental luxe wagens overdekt geparkeerd stonden, in alle soorten en maten, maar stuk voor stuk buitengewoon luxe.. ‘Tel ze maar’, zei hij. Met dat beetje kennis over de Mexicaanse geschiedenis was ik natuurlijk nog veel nieuwsgieriger geworden na het zien van al dat glimmende moois, maar toch…de vraag wat zijn vader voor de kost deed, durfde ik hem echt niet te stellen…
Enfin, terug naar de rancho gekeerd en in de tuin neergeploft met een borrel erbij, terwijl een er een grote witte wagen met geblindeerde ramen, de oprit opreed. Twee mannen met zonnebril stapten uit en kwamen op ons af. Het waren de twee broers van Rafa die langs kwamen langs om iets op te halen. Ze bleven echter langer hangen en settelden zich vervolgens naast ons op de sofa in de tuin om zich in het interessante gesprek over culturele verschillen te mengen… De jonge heren lieten duidelijk weten de halve wereld al te hebben bereisd, van het burj-al-arab in Dubai tot de toen nog bestaande Twin Towers in New York…Ik denk ook dat het de bedoeling van hun aanwezigheid moest zijn geweest om ons Europese gasten dat te laten weten, hoe goed gesitueerd deze Mexicanen waren…. Want veel zinnige woorden heb ik er niet uit kunnen halen eigenlijk.. er schoot opeens alleen wel even een gedachte door me heen omhoogkijkend naar de fruitbomen boven mij: ’Creo que me caso con él’. Oftewel, ik denk dat ik maar met hem ga trouwen.. met Rafa dan.. Maar goed en wel drie uur later viel de avond al snel in, rond 20 uur wordt het donker en wat frisser, en iedereen settelde zich binnen voor de TV. Die avond was er een belangrijke voetbalwedstrijd tussen Mexico D.F (Americas) en Guadalajara (Chivas) op TV. Volgens de Mexicaan Marlon is dat vergelijkbaar met een wedstrijd Ajax –Feyenoord in Nederland, dus die wilden ze zeker niet missen.. Normaal gesproken interesseert voetbal me geen reet daarom deed ik maar als of.. en toch heeft het wel als je voor een enorm scherm met de hele Banda de wedstrijd zit te volgens, die uiteindelijk voor mij alleen maar bestempeld kan worden als ‘oersaai ‘.. Langzamerhand, met de nadruk op ‘langzaam’, had iedereen z’n spullen bij elkaar geraapt, en regelde Rafael een chauffeur om ons veilig en wel in Guadalajara te brengen. Met z’n allen zingend in een confortabele achtpersoons Chevy passeerden we de airport, vermaakten we ons een DVD’s van Steven Spielberg, stopten we langs de eerstvolgende Oxxo voor een cappuccino, en werden vervolgens compleet met bagage netjes in thuis afgeleverd. Bedankt is niet nodig (maar toch beleefd in mijn ogen) Het antwoord is steevast.. ¿pa’ que?/ Waarvoor? Ik draai me om en volg de rest, we douchen, we praten en we vallen met z’n vieren naast elkaar in slaap.

El 12 de Abril de 2008

Met mijn IPod fully loaded, vergezeld door de rode monsterkoffer, huisgenoot, en nog een weekend tas, vertrok ik naar Schiphol in een druilerige hollandse ochtend van 12 April... Na de eerste Starbucks Cappuccino met chocola en kaneel, en heel spijtig genoeg ook een vleugje nootmuskaat’ sinds tijden, kon mijn reis zo goed als beginnen... Ik had ook nog een zak drop in mijn handbagage maar die heeft de gate al niet meer gehaald, (zoveel affectie met mijn land opeens tijdens het wachten in de lounge.Het zullen de zenuwen wel geweest zijn.)
Ik wist niet of het aan de sfeer van de ‘heenweg’ lag, of dat ik dichter bij de wereld van de dromen terechtkwam, maar de vlucht was relaxt, meer dan dat eigenlijk.. ‘Compleet verzonken in ‘La sombra del viento van Carlos Ruiz Zafón, had ik Groenland, Canada en Chicago al gepasseerd. Het enige nadeel was dat op het moment dat het halve vliegtuig bijna in slaap viel, net als ik, de lichten plotseling aan gingen, alle klaptafeltjes met een hels kabaal uitgeklapt werden,.. en dat maar liefst voor een groen plastic bakje opgewarmde Knorr tomatensoep compleet met een driesoorten bonensalade, (het smaakte best hoor, met een kilo zout en peper), maar ik had persoonlijk toch voor een ander moment gekozen, omdat ik nu weer genoodzaakt was om over twee stoelen te klimmen om voor de tweede keer mijn tanden te poetsen om de verschrikkelijke (na)smaak van één hap Schiphol- bonen weg te krijgen. In de stoel naast mij zat slapende Duitser, die door zijn omvang mij het er niet makkelijker op maakte, om ook maar in de buurt van het gangpad te komen. Geloof me, ik had me al verschillende keren in allerlei bochten gewrongen in de hoop hem niet wakker te maken en evenmin de pinnige vrouw naast hem, heb ik weer. Een enkele keer had ik zelfs spijt met het stel, om het feit dat ik de stoel bij het raam had en zij de stoelen aan het gangpad, maar ook dat zal wel weer met zenuwen te maken hebben…
.. en ondertussen vlogen we gewoon verder. Op het moment dat we boven de Caribische kustlijn, Over de stad Pachuca naar Mexico D.F vlogen was mijn slaperige gevoel opeens helemaal verdwenen en leek het net alsof ik Mexicaanse muziek al hoorde. Sterker nog, het leek niet zo.. het was zo. Want tijdens de landing krijg je altijd zo’n tropisch muziekje te horen. Vraag me overigens niet waarom, ik dacht altijd dat het ter afleiding werkte voor de mensen die de landing een enigszins onprettig gevoel vinden.. Voor mij was het alles behalve onprettig.. maar waarschijnlijk hetzelfde triomfantelijke gevoel van ‘land in zicht!’ voor Columbus van enkele eeuwen geleden... Ik heb nog nooit zo fijn geland ondanks dat we wisten dat we op Mexico D.F, Benito Juarez airport ons moesten haasten van terminal 1 naar terminal 2 (of andersom) om de aansluitende vlucht naar Guadalajara te halen.. We waren namelijk al vertraagd aangekomen.. Naar een halve marathon gelopen te hebben op het vliegveld, haalden we gelukkig deze vlucht naar Guadalajara, ondanks een twintigtal (en ik lieg het niet) Mexicaanse controleposten waar we langs moesten. Spullen laten zien, half uitpakken, checken, hierheen en daarheen, kastje naar de muur. Maar ik geef toe, het had erger gekund. Na het duidelijk maken dat we echt haast hadden, het feit dat we de taal beheersen, Tineke mooie krullen heeft en ik blauwe ogen met een grijs randje heb, konden we zo passeren en sneller dan ooit toch nog onze vlucht halen. Alleen onze bagage was helaas niet zo snel als ons. En zou dus met de volgende vlucht meekomen..
Even brak er een gevoel van paniek bij me uit en was vastberaden nog die avond te wachten op de aeropuerto van Guadalajara, want wat moest ik, Eva, nu zonder al mijn spullen in Mexico, zonder te weten wat we gaan doen en waar ik nu naartoe ga? Laura had namelijk per telefoon duidelijk gemaakt een verassing voor ons te hebben, en aangezien ik niet van verrassingen zonder koffer hou .. Zei ik; ‘Ga dan, maar ik wacht op mijn k…’. Ik kon deze zin niet eens afmaken, en we werden overvallen door Laura in levende lijve met Mexicaanse Banda achter zich compleet met welkomstspandoek van keukenpaper met blauwe koetjes erop. We kregen een beker met iets (sterks) in onze handen gedrukt (, werden met z’n 9en in een acht- persoons zwarte wagen met leren bekleding geladen, en opeens was de afwezigheid van mijn koffer nog maar een minuscuul probleempje geworden. Volledig onwetend waar we nu weer zouden belanden reden we van Guadalajara richting het meer van Chapala. De volgende dag kwam ik erachter dat het plek waar we waren Ocotlán heette, en de geboorteplaats van de Mexicaanse voetballer Carlos Salcido is die tegenwoordig in Nederland actief is. Maar dat terzijde.. De hele nacht was het feest in een luxe ranch van een jongen die Rafael heette, een vriend van Laura. Ik herinner me nog dat tijdens openen van de poorten van de ranch, ik even mijn ogen open en weer dicht deed, na het zien van dit Mexicaanse paleis... Het was volledig in het rond gebouwd in Mexicaanse stijl met een enorme patio in het midden, tussen de begroeide trappen naar de tweede etage stond een torenhoge palmboom vergezeld door de tropische begroeiing in het trappenhuis, en precies midden in de tuin lag een helderblauw verlicht zwemband, met de perfecte trapjes in Romaanse stijl.. Het feestje was geslaagd, veel drank, muziek, veel gedanst, kortom echt een geweldige sfeer.. Midden in de nacht heb ik zelfs voordat ik het zelf door had de bodem van het zwembad mogen bezichtigen, en tijdens het uitklimmen van het zwembad (via die pittoreske romaanse trapjes die me opeens een stuk minder interesseerden jaa) keerde mijn ware ik opeens even terug en bedacht ik me opeens dat mijn koffer nog in Guadalajara stond.. en nu.. alles maar dan ook alles was nat.... Ik kleedde me om op één van de tien badkamers in huis, en hees mezelf in een geleende blauwgeruite houthakkers bloes van Rafa..evenals Laura die ook de toeristische route door het zwembad had gemaakt.. Tineke was gelukkig wel zo slim geweest om van de rand van het zwembad weg te blijven. Soms was ik jaloers op haar praktische en slimme instelling. Tineke zag altijd alles van te voren aankomen, let altijd goed op en heeft dingen snel in de smiezen.. Bij mij is dat een stuk minder, af en toe slaat me de schrik weer om de ogen als ik door mijn onoplettendheid weer eens een keer bijna geraakt wordt door een bus of een tram, maar ok.. Mijn natte laarzen waren overigens het ergste, en samen met de net zo doorweekte Kendra hing ik al mijn kleren en laarzen over het smeetijzeren balkon. Tegen vier uur gingen we op zoek naar een geschikte kamer in het huis, met hulp van Rafael die ons door de hal, via de salon naar de eerste verdieping leidde. En echt.. de als ik me bedacht hoe een luxe suite van het Hilton eruit zou moeten zien dan was het als deze kamer..Veel tijd om te beseffen hoe onze eerste Noche Mexicana was vergaan had ik echter niet…want na twee nachten puente, ben ik als een blok in slaap gevallen…

Once upon a time in Mexico may 2008..

In een regenachtige lente van 2008 verliet ik mijn koude kikkerlandje en begon ik aan een trip naar een plek op deze aardbol die eeuwen geleden nog door Columbus als ‘nieuwe wereld’ werd beschouwd; Mexico. Tot nu toe was de ontdekking niet verder gegaan dan Europa en daarom had ik mij deze hele winter er al verheugd op het feit dat ik op 12 April 2008 dan eindelijk per vliegtuig de Atlantische oceaan zou kruisen. Maar wat neem je dan in hemelsnaam allemaal mee..? Op de stressvolle vrijdag voor vertrek, na vier keer mijn rode koffer in en uit gepakt te hebben, kreeg ik hem met een beetje wrikken met de sloten eindelijk dicht.. Om dan nog maar niet over de hoeveelheid aan handbagage te spreken... Tweeëntwintig kilo woog het monster. Het aantal kilo’s van mijn leeftijd in jaren, terwijl ik de ochtend daarna al grotendeels was vergeten wat ik zoals allemaal had meegenomen, op ruimvoldoende kleding, m’n stijltang ‘Christmas edition’ met heus rood tasje,de nieuwste bruine ruches bikini, en mijn rode pumps... want ja, dat zijn natuurlijk op z’n minst belangrijke zaken voor perfectionisten zoals ik.. Waar je dan ook terecht moge komen...
Over die strakke planning die ik van te voren tijdens een etentje bij (hoe toepasselijk) de Italiaan aan de gracht in Amsterdam, met mijn reis/huisgenootje Tineke had besproken, heb ik me eenmaal in de nieuwe wereld aangekomen.. nog enigszins over op zitten vreten, soms.. Een enkele keer had ik het idee niet eens twee bladzijden van de Lonely Planet te hebben nageleefd, op een belangrijke cultureel puntje na; dat de Mexicaanse bevolking wel van een stevige borrel,lekker eten, slapen en een filmpje houden… En volgens deze informatie, is Laura met vlag en wimpel geslaagd op gebied van integratie in de samenleving, in tegenstelling tot mijn ‘la vida no espera’ houding, oftewel vrij vertaald ‘er zoveel mogelijk uit halen wat er in zit’... Maar goed, het enige wat op in ieder geval zeker was, is dat onze vlucht op zaterdag 12 april zou vertrekken, en dat ik op vrijdag 2 mei weer terug zou keren, hoewel ik over dat laatste ik ook mijn twijfels had…