Por fin..Por fin....!
Eindelijk heb ik een beetje tijd gevonden om iets op het virtuele rode papier te kunnen neerschrijven over het turbulente leven in Buenos Aires. Alhoewel de vlucht lang duurde en ook niet geheel probleemloos verliep ben ik vanaf de Argentijnse Airport Ezeiza in een adembenemende draaikolk terechtgekomen waar ik zo’n 7 dagen niet uit heb kunnen stappen. Mi Dios wat een stad, ongelofelijk..! Buenos Aires lijkt onvermoeibaar, ze prikkelt alle zintuigen, het schuimt en het bruist, het zindert, ontroert, het raakt je en sleept je meedogenloos mee. Deze stad slaapt nooit..
Op deze zonnige doordeweekse dag werd ik afgezet voor het kleine hostel in de schilderachtige wijk San Telmo. Daar waar ooit de allereerste tango werd gedanst op een hoekje van de straat, daar waar je jezelf makkelijk laat inpalmen door het zingende accent van de porteños, en daar waar kleine boetiekjes vol fijne dansschoenen je de ogen uit doen kijken. In het hostel was het aardig rustig, en kreeg ik een eigen kamer met balkon met hemelsblauwe luiken, bloemetjesbehang en een grote goudkleurige spiegel. Ik wilde hier nooit meer weg. De schilderingen op de muren maakten het gebouw tot een museum en het barretje bovenin was tot in de late uren gezellig bevolkt met mensen uit allerlei landen. In de zomerse namiddag zocht mijn weg door de stad, en tegen zessen liep ik richting Puerto Madero om Maria te ontmoeten. De hele avond konden we niet stoppen met praten. Het deed deugd. We spraken af om Koninginnedag te vieren met de Nederlandse ambassade in een modern café in de stad voordat Maria naar Ushuaia zou vliegen; het einde van de wereld. Het was iig een gezellig feest. De rest van de dagen in de metropool ben ik onder andere op stap gegaan door de yuppen wijk Palermo met Milou, heb ik samen met twee gezellige Brabantse meiden de trein gepakt naar Tigre; de delta van de rivieren Uruguay en Paraná dat bestond uit allerlei eilandjes die je alleen per boot kan bereiken. Het was een geslaagde middag, tot dat me even de schrik om het hart sloeg toen twee honden plotseling opdoken die waarschijnlijk met ons wilden spelen, en daarbij net niet mijn hand grepen. We voegden ons snel bij een groep Braziliaanse toeristen die ons aanraadden een stokken te pakken en gewoon rustig door te wandelen. Zo liepen we bewapend (snel) verder door de jungle en zijn we enkel onze fles water verloren.
Ook het weekend was zinderend. Zaterdag 1 Mei was de dag van de arbeid, en daar op de Plaza de Mayo waar de moeders de wekelijkse demonstratie hun verloren kinderen herdenken, bedwong de stad deze dag zijn emoties. Tenminste, dat leek zo want met een Canadees ben ik naar de paardenraces geweest in Viejo Palermo, en daar doemde de chaos weer op in de vorm van tierende Argentijnen die veelal op het verkeerde paard hadden gewed. Het winnende paard van de grote prijs van Argentina was lucky number 7, een jonge merrie met de naam studentessa. Ik had met haar te doen. ’s Avonds was werkelijk’ incroyable’ zoals Emely dat zou zeggen. Volledig in stijl, dansten we de tango in een oude balletzaal in het hart van de stad, en hebben daarna van de aangrijpende tangoshow genoten. Het was prachtig, geen woorden voor.
Zondag was weer zo speciaal maar compleet anders, en eigenlijk verdient het een aparte pagina. ’s Ochtends ging in naar het museum van Evita Perón en heb ik de bus gepakt naar La Boca, de typische buurt van Buenos Aires. Niet eens van de veiligste, er woont veel arme bevolking maar het heeft karakter. La Boca staat bekend om haar muurschilderingen en gekleurde huisjes en het voetbalstadion van Boca Juniors dat ooit de club van Maradonna was. Die avond werden we met een bus opgehaald om naar het stadion te rijden met enkele mensen, voor de wedstrijd tussen de Boca Juniors en Club Independiente Argentina. Allemaal gekleurd in het geel en blauw, de kleuren van de club. De legende gaat dat de club de kleuren zou kiezen van het eerste zeeschip dat ooit in de haven van Buenos Aires aankwam. De eerste boot was Zweeds. Onze gids Paola, was denk ik dat wat je bij de Argentijnse vrouw moet voorstellen. Een hese stem, snelle bewegingen, donkerrode lippen en een getekend gezicht. Ze verbood ons om ook maar iets uit te halen wat riskant is en dat zij altijd voorop door de menigte moest lopen. Ik geloofde haar meteen. Het was bijzonder om zoiets in een voetballand als Argentinië mee te maken, de sfeer was adembenemend en het is alleen al fascinerend om te zien hoe de Argentijnse legioen opgaat in het spel. Er werd gezongen, gescholden, gefloten en gesprongen. Alhoewel Independiente alles uit de kast had getrokken, wonnen de Bocas , en we reden door naar een kroeg in de betreffende barrio zelf voor Pizza, birra... y faso.. zoals het hoort. In de bus naar La Boca had ik een erg boeiend gesprek met een Argentijnse jongeman met bruine krullen die erg geïnteresseerd was in een specifiek soort plant die in Nederland legaal is. Ik was andersom geïnteresseerd in de zuid Amerikaanse bloemen en planten. Het was een interessant gesprek. Met het stel meiden keerden we keerden terug naar het hostel met het briefje met zijn naam veilig in mijn zak gestopt. Hij had wel hele mooie ogen.
Die nacht, het moet rond 1.30 zijn geweest, besloten om een kaartje te kopen voor de boot naar Uruguay. En ik pakte ’s nachts mijn spullen bij elkaar. Met pijn in mijn hart weliswaar door de gedachte dat ik het liefelijke hotelkamertje in Ayres Porteños zou gaan verlaten...
Puur vergane glorie; Colonia de Sacramento - Uruguay
En toen waren we net op tijd…of beter gezegt; kantje boord. Met de Eladia Isabel – het grote en trage ferry schip met een veel te mooie naam – doorkruisten we die ochtend om 9.30 de Rio de Plata op weg naar het land aan de overkant. Het was mistig maar toen we de Uruguayaanse kust naderden was de stilte het eerst wat ons opviel. De stad, Colonia del Sacramento was werkelijk precieus. Als je ooit een foto van Cuba hebt gezien ben je in staat ook een beeld te maken. Er waren bouwvallige koloniale huizen, hobbelige straatjes, oude stoeltjes en tafeltjes, antieke brommers, motors en automobielen. Eigenlijk was alles hier oud en vervallen. Rond 1680 stichtten de Portugezen de stad Colonia en gebruikten het als smokkelroute om goederen over de Rio de Plata, Buenos Aires binnen te krijgen. Je kan je precies voorstellen hoe het moet zijn gagaan. De tijd heeft hier werkelijk stilgestaan. Maar het was goed om even aan het prikkelende Buenos Aires te ontkomen. Hier kon je tenminste even stilstaan, denken en ademen. Het hostel Colonial - How original -, dat we op de route door de stad troffen was eveneens geheel in stijl. We sloten een deal met de vrouw des huizes, en voor een paar dollars deelden we een pittoresk kamertje met grote ramen in het pensionnetje. Het deed me denken aan het Portugese vakantiehuisje waar ik ooit ben geweest. Bijna alles was bedekt met mooie bloemen en In het midden lag een patio met paardenspullen en fietsen die we mochten pakken. Uruguay was gemoedelijk. De mensen praten er langzaam en zijn vriendelijk ook is er genoeg om te ondernemen. De volgende dag, in de haven nam ik afscheid van de twee lieve meiden, Emily en Jessie. Ook dat is reizen. Ik ging alleen terug naar Buenos Aires om die avond de bus van het Retiro station naar Puerto Iguazu te nemen..
And so it is.. daar zit ik dan. Ook al duurt de reis nu nog 10 uur. Ik ben blij dat ik zit. Dat ik kan lezen en schrijven en alle impressies van deze week kan overpeinzen. Ik word hier ongelofelijk gelukkig van ondanks dat ik soms wel het gevoel heb dat ik op de proef word gesteld. Zoals de vulkaan die me mijn plannen deed omgooien, dan één van de vliegtuigmotoren die uit was gevallen waardoor we een extra stop in Brazilië moesten maken, de hond die uit het niets op me afkwam, de creditcard dier eerst niet werd geaccepteerd in de haven, terwijl ik bleef aandringen dat hij het wel deed wat uiteindelijk ook zo was.. en dat het platform van de bus van Via Bariloche naar het noorden maar niet op het bord verscheen waardoor ik hem op drie minuten voor vertrek zelf tussen de talloze perrons eindelijk ontdekte… maar goed dat soort momenten zullen zich nog wel vaker voordoen en toch, je doet het toch wel maar weer. Als ik naar buiten kijk zie ik dat het land veranderd en de rotsen richting Misiones langzaam rood kleuren. 'Dat wordt geen witte broek' denk ik dan meteen ;). Ik ga naar Puerto Iguazu; daar waar de enorme watervallen een gat slaan op de grenzen van Brazilië, Argentinië en Paraguay. Vamos a ver..
Liefs uit Argentina,
Eva
No hay comentarios:
Publicar un comentario