Nou misschien handhaafde de man de Zapotheekse, de Tolteekse of de Aztheekse telling want het bleken er meer dan tien te zijn voordat we bij het hotel aan kwamen. Mijn witte pantalon, en ik snap ook niet waarom ik deze weer had aangetrokken, zag er aan de onderkant gebatikt uit door de opgespatte modder van de straten maar het gaf niet. Enkele minuten later reserveerden we een kamertje voor drie in het kleine doch gezellige hostel. ’s Avonds verdwenen we in een tacobar vlak bij de Santo Domingo kerk, en maakten een plan voor de opeenvolgende dagen. De meiden bleken dezelfde plannen te hebben als ik dus zo gezegd zo geplant. In de drie dagen dat het franse gezelschap in de buurt was, bezochten we Mitla, Monte Albán en el Arbol Tule..by night. En vraag me niet waarom deze laatste op dergelijk tijdstip. Pero tengo mis razones. Monte Albán, op een steenworp van Oaxaca was werkelijk wonderbaarlijk. Dat wat ooit Zapotheekse hoofdstad was, was nu onderdeel van het werelderfgoed en werd goed onderhouden. Men schat dat in 600 v. Chr. De stad voor het eerst werd bewoond,en is snel uitgegroeid tot een belangrijk centrum. Het hoogtepunt,ongeveer 750 na Chr. was het een stad van naar schatting zo'n 30.000 inwoners. Het leek mij dat de stad één van de belngrijkste kenniscentra moet zijn geweest in het Zapotheekse rijk aangezien het imponente observatorium in het midden van het centrale plein, dat ik nergens anders op
deze manier had waargenomen, en de ligging van de plek zelf. Op een berg dat een waar uitzichtpunt
vormt over het land. Toen ik even op een steentje stond uit te kijken - wat ik overigens altijd wel doe - begon ik het strategische punt te begrijpen. Ooit hebben zij ook daar zo gestaan, met immers precies hetzelfde uitzicht, want dat moet nauwelijks veranderd zijn. De stad Mitla was iets moeilijker te bereiken. Een voorbijganger had ons verteld dat we een van de ´rode´ collectieve taxi´s op de grote markt aan moesten houden maar dat bleek lastiger dan gedacht. De taxi´s schijnen in een bepaalde baan te rijden, en dan moet je de goede baan wel weten te vinden. Ze kwamen enkel langs een bepaald punt. Na even slenteren over de drukke benauwde markt van Oaxaca zaten we dan eindelijk in een krakkemikkige taxi op weg naar Mitla. Het bleek een uur rijden, en aangezien in voorin zat hoopte ik niet dat er nog iemand bij zou komen. Bij de collectieve taxi´s gaat het namelijk zo, zoveel mensen mogelijk en het is niet meer dan normaal dat je met z´n drieen voorin zit. Het geluk stond aan onze kant, en een uurtje later worden we in het dorpje Mitla eruit gezet. Het ritje kostte ons zo omgerekend, nog geen twee euro. Mitla was ook verassend mooi. Het was een archeologische vindplaats – anders dan Monte Albán overigens – door de bezetting van een ander volk naast de Zapotheken; De mixteken, die daar hebben geleefd van 950- 1521. Ik moest nog lachen om Julie, die bij een korte uitleg van een Costa Ricaanse archeoloog iets uitlegde over de Grecas ‘de motiefjes aan de zijkant van de berg’. Julie wendde zich vijf minuten later tot mij, en vroeg me hoe het kon dat de Grieken hier waren geweest. Ik snapte haar redenering, de motiefjes leken ook verdacht veel op wat menig Nederlander op een randje tegeltjes in de badkamer zou hebben, maar ‘Grecas’ en ‘Grieken’? Dat kan elkaar zeker niet beïnvloed hebben. En we waren nog niet eens in de mezcalería geweest. Een heus avontuur, want de mezcal afkomstig uit deze regio is een typische soort alcoholische drank dat gemaakt van agaves, in dit geval; de maguey. In Mexico zijn er veel verschillende soorten agaves die elk een andere soort mezcal opleveren. De bekendste is uiteraard tequila, die je vooral in de regio Jalisco aantreft, maar ook de pulque. Maar het pulque avontuur vertel ik in het volgende hoofdstuk. Ik zweer namelijk bij pulque, ik wordt er gelukkig van, als ik dat al niet was.
deze manier had waargenomen, en de ligging van de plek zelf. Op een berg dat een waar uitzichtpunt
vormt over het land. Toen ik even op een steentje stond uit te kijken - wat ik overigens altijd wel doe - begon ik het strategische punt te begrijpen. Ooit hebben zij ook daar zo gestaan, met immers precies hetzelfde uitzicht, want dat moet nauwelijks veranderd zijn. De stad Mitla was iets moeilijker te bereiken. Een voorbijganger had ons verteld dat we een van de ´rode´ collectieve taxi´s op de grote markt aan moesten houden maar dat bleek lastiger dan gedacht. De taxi´s schijnen in een bepaalde baan te rijden, en dan moet je de goede baan wel weten te vinden. Ze kwamen enkel langs een bepaald punt. Na even slenteren over de drukke benauwde markt van Oaxaca zaten we dan eindelijk in een krakkemikkige taxi op weg naar Mitla. Het bleek een uur rijden, en aangezien in voorin zat hoopte ik niet dat er nog iemand bij zou komen. Bij de collectieve taxi´s gaat het namelijk zo, zoveel mensen mogelijk en het is niet meer dan normaal dat je met z´n drieen voorin zit. Het geluk stond aan onze kant, en een uurtje later worden we in het dorpje Mitla eruit gezet. Het ritje kostte ons zo omgerekend, nog geen twee euro. Mitla was ook verassend mooi. Het was een archeologische vindplaats – anders dan Monte Albán overigens – door de bezetting van een ander volk naast de Zapotheken; De mixteken, die daar hebben geleefd van 950- 1521. Ik moest nog lachen om Julie, die bij een korte uitleg van een Costa Ricaanse archeoloog iets uitlegde over de Grecas ‘de motiefjes aan de zijkant van de berg’. Julie wendde zich vijf minuten later tot mij, en vroeg me hoe het kon dat de Grieken hier waren geweest. Ik snapte haar redenering, de motiefjes leken ook verdacht veel op wat menig Nederlander op een randje tegeltjes in de badkamer zou hebben, maar ‘Grecas’ en ‘Grieken’? Dat kan elkaar zeker niet beïnvloed hebben. En we waren nog niet eens in de mezcalería geweest. Een heus avontuur, want de mezcal afkomstig uit deze regio is een typische soort alcoholische drank dat gemaakt van agaves, in dit geval; de maguey. In Mexico zijn er veel verschillende soorten agaves die elk een andere soort mezcal opleveren. De bekendste is uiteraard tequila, die je vooral in de regio Jalisco aantreft, maar ook de pulque. Maar het pulque avontuur vertel ik in het volgende hoofdstuk. Ik zweer namelijk bij pulque, ik wordt er gelukkig van, als ik dat al niet was.
Alleen mezcal is geen pulque en ook geen tequila, aangezien het dezelfde plant is. Je dit niet zeker niet over één kam scheren, een agave uit Jalisco is niet hetzelfde als eentje uit Oaxaca. Na de rondleiding door het bedrijfje kon het zelfs nog moeilijker. Binnen één soort mezcal, (van één soort agave) zijn er weer verschillende soorten processen en toevoegingen die weer verschillende mezcals teweegbrengen. Zo heb je de mezcal met cocos, maracuya, cacao, manzana reposado, jovén etc. Dat is mooi natuurlijk vooral in het begin want als je naar een traditionele mezcalería gaat om het allemaal te testen, dan moet je zeker de tijd nemen. En een glas water. Eén ding is zeker. Wat hebben we gelachen… de twee francaises en een Dutchie.
De dag erna zou het franse duo op doorreis gaan naar Chiapas, maar ik geloof dat ze het een dagje hebben uitgesteld vanwege een meer dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan agaves op één dag. We zijn enkel naar de markt gegaan. En daar ben ik dol op. Zeker de overdekte mexicaanse markten waar alle kleuren en geuren en geluiden een waar museum vormen. Een vrolijk geheel waar ik in stilte langs kan lopen erg kan van genieten. Er wordt geschreeuwd, gesjouwd, geslentert en gewerkt en je klan er zelfs eten. Een bonte verzameling van dat wat ook maar alles met het leven te maken heeft. De vele getekende gezichten van de Oaxaqueños, sieren het geheel evenals de traditionele kleding van de mensen. Gevlochten manden in hun armen en kinderen worden gedragen op hun ruggen. Ik kon er maar geen genoeg van krijgen, en op één of andere manier had ik een bijzondere fascinatie voor de talloze manden gedroogde pepers die het land rijk is. Bij kraampje 88, keek ik naar de lokale kazen en moles (sauzen) die uitgestald lagen in de kraam en een vriendelijk meisje bood me aan om een te proeven. Ik raakte aan de praat met Ester Garcia, die vroeg wat ik zo alleen op de markt deed. Ik vertelde haar dat ik op doorreis was en nog enkele details van de tocht. Na een half uur praten, stopte ze me een briefje met een telefoonnummer toe en als ik iets wilde weten of iets gezelligs wilde doen kon ik haar bellen ‘je weet ‘t, kraampje 88’ gilde ze me na, toen ik mijn weg naar het hostel verzette. De opeenvolgende dagen zag ik Ester elke dag in de markt. ’s Avonds gingen we weleens kletsen in de lokale bar en ik hielp haar met het werk op de markt. Ik had immers geen haast meer en wilde een paar dagen uitrusten en me verplaatsen in het leven op de markt. Gewoon helpen met het rollen van de kazen, het snijden van moles, terwijl ik met Ester, haar
nichtje Laurita en haar broers enkele dagen doorbracht. We spraken over alles, over Nederland en México, mannen, paarden, studies en avonturen. En ondanks dat het leven van Ester er duidelijk anders uitzag dan het mijne, waren de verschillen in denken klein. Terwijl we bezig waren met het verdelen van de moles in zakjes kwamen gebood Ester haar broers om wat te eten te halen op de hoek. Van vis tot tlayuda’s (tortilla’s met groene mole en kip), chapulines (gefrituurde krekeltjes), gebakken vis en agua de horchata. Ik mocht alles proberen. ’s Avonds besloten we om met wat vrienden te gaan stappen en we hadden een bijzonder gezellige avond met Ione en wat mexicaanse jongens die we in de salsabar leerde kennen. Na vieren besloten een afterparty te houden op de mirador van Oaxaca (het hoogste punt waarop je over de hele stad uitkijkt), en dansten op een berg met de miljoenen lichtjes onder je. We hadden het niet bijster laat gemaakt maar toch laat genoeg om niet meer verder te kunnen na het avontuur op de mirador. Onderweg was één van de jongemannen, nog tegen een paaltje aangereden met zijn auto van een maand oud. Pato was de enige nuchtere van het drietal, wat een tegenslag. Soms vraag je jezelf af waarom. De volgende ochtend slenterde ik nog duf door het mooie stadcentrum van Oaxaca. Het was boekenmarkt en het was drukker dan de avond daarvoor. Ik had nog steeds geen foto rondje door de stad gemaakt en besloot dat nog even te doen. In Oaxaca was elk portiek namelijk een foto waard, het straatbeeld is werkelijk fantastisch. Al schiet je wat in het rond, dan komen daar zonder meer mooie foto’s uit. Maar heb ook oog voor details, ook die zijn er te vinden. Enkele uren later verzette ik mijn weg richting de markt.
Kraampje 88. Ik wist dat Ester al om negen uur moest zijn begonnen en toen ik daar aan kwam was ze druk in de weer met het uitpakken van dozen. Ze deed het kleine witte deurtje van de kraam voor me open en gebood me op het krukje te gaan zitten naar de kassa. ‘En..Hoe is het?’ knipoogde ze in mijn richting toen ik voor de tweede keer in mijn ogen wreef. ‘gewoon..goed, ’t was leuk gisteren’ antwoordde ik. Ze stemde in en ging verder met het werk terwijl ik een doos van haar over pakte en hem begon uit te pakken. De gesprekken gingen gewoonlijk over gisteravond en ze stelde voor om vanavond wat te gaan eten bij Igone, een goede vriendin met een restaurantje in de stad. Het was mijn laatste avond dus dat wilden we nog even genoeglijk afsluiten. Misschien zie ik ze wel nooit meer,
dacht ik. Die avond aten we sushi in het huis van Igone boven het restaurant, en samen met Ester pakte ik een taxi naar huis. Toen we onderweg alvast waren begonnen met het nemen van afscheid , brak er plotseling een as van de wederom gammele taxi. We lagen over elkaar van het lachen, het tweede auto- incident van de twee keer dat we bij elkaar in de auto zaten. We zijn geen goede combinatie, wat het verkeer betreft. We stapten uit en besloten verder te lopen. Even later nam ik afscheid van het meisje dat ik op de markt had leren kennen. Voordat ik ging slapen wilde ik nog even de tijden checken voor alweer de volgende bus naar het zuiden, naar San Cristobal de las Casas dat ik al op de heenweg naar Puerto Escondido eigenlijk al gepasseerd had willen zijn. Opeens op de vertrouwde Facebook voorpagina verscheen er een felgekleurde uitnodiging voor een verjaardagsfeestje in het noorden. "Zaterdagavond, 22h." Even staarde ik naar het plaatje.. dacht twee seconden na en klapte mijn laptop dicht.
De dag erna zou het franse duo op doorreis gaan naar Chiapas, maar ik geloof dat ze het een dagje hebben uitgesteld vanwege een meer dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan agaves op één dag. We zijn enkel naar de markt gegaan. En daar ben ik dol op. Zeker de overdekte mexicaanse markten waar alle kleuren en geuren en geluiden een waar museum vormen. Een vrolijk geheel waar ik in stilte langs kan lopen erg kan van genieten. Er wordt geschreeuwd, gesjouwd, geslentert en gewerkt en je klan er zelfs eten. Een bonte verzameling van dat wat ook maar alles met het leven te maken heeft. De vele getekende gezichten van de Oaxaqueños, sieren het geheel evenals de traditionele kleding van de mensen. Gevlochten manden in hun armen en kinderen worden gedragen op hun ruggen. Ik kon er maar geen genoeg van krijgen, en op één of andere manier had ik een bijzondere fascinatie voor de talloze manden gedroogde pepers die het land rijk is. Bij kraampje 88, keek ik naar de lokale kazen en moles (sauzen) die uitgestald lagen in de kraam en een vriendelijk meisje bood me aan om een te proeven. Ik raakte aan de praat met Ester Garcia, die vroeg wat ik zo alleen op de markt deed. Ik vertelde haar dat ik op doorreis was en nog enkele details van de tocht. Na een half uur praten, stopte ze me een briefje met een telefoonnummer toe en als ik iets wilde weten of iets gezelligs wilde doen kon ik haar bellen ‘je weet ‘t, kraampje 88’ gilde ze me na, toen ik mijn weg naar het hostel verzette. De opeenvolgende dagen zag ik Ester elke dag in de markt. ’s Avonds gingen we weleens kletsen in de lokale bar en ik hielp haar met het werk op de markt. Ik had immers geen haast meer en wilde een paar dagen uitrusten en me verplaatsen in het leven op de markt. Gewoon helpen met het rollen van de kazen, het snijden van moles, terwijl ik met Ester, haar
nichtje Laurita en haar broers enkele dagen doorbracht. We spraken over alles, over Nederland en México, mannen, paarden, studies en avonturen. En ondanks dat het leven van Ester er duidelijk anders uitzag dan het mijne, waren de verschillen in denken klein. Terwijl we bezig waren met het verdelen van de moles in zakjes kwamen gebood Ester haar broers om wat te eten te halen op de hoek. Van vis tot tlayuda’s (tortilla’s met groene mole en kip), chapulines (gefrituurde krekeltjes), gebakken vis en agua de horchata. Ik mocht alles proberen. ’s Avonds besloten we om met wat vrienden te gaan stappen en we hadden een bijzonder gezellige avond met Ione en wat mexicaanse jongens die we in de salsabar leerde kennen. Na vieren besloten een afterparty te houden op de mirador van Oaxaca (het hoogste punt waarop je over de hele stad uitkijkt), en dansten op een berg met de miljoenen lichtjes onder je. We hadden het niet bijster laat gemaakt maar toch laat genoeg om niet meer verder te kunnen na het avontuur op de mirador. Onderweg was één van de jongemannen, nog tegen een paaltje aangereden met zijn auto van een maand oud. Pato was de enige nuchtere van het drietal, wat een tegenslag. Soms vraag je jezelf af waarom. De volgende ochtend slenterde ik nog duf door het mooie stadcentrum van Oaxaca. Het was boekenmarkt en het was drukker dan de avond daarvoor. Ik had nog steeds geen foto rondje door de stad gemaakt en besloot dat nog even te doen. In Oaxaca was elk portiek namelijk een foto waard, het straatbeeld is werkelijk fantastisch. Al schiet je wat in het rond, dan komen daar zonder meer mooie foto’s uit. Maar heb ook oog voor details, ook die zijn er te vinden. Enkele uren later verzette ik mijn weg richting de markt.
Kraampje 88. Ik wist dat Ester al om negen uur moest zijn begonnen en toen ik daar aan kwam was ze druk in de weer met het uitpakken van dozen. Ze deed het kleine witte deurtje van de kraam voor me open en gebood me op het krukje te gaan zitten naar de kassa. ‘En..Hoe is het?’ knipoogde ze in mijn richting toen ik voor de tweede keer in mijn ogen wreef. ‘gewoon..goed, ’t was leuk gisteren’ antwoordde ik. Ze stemde in en ging verder met het werk terwijl ik een doos van haar over pakte en hem begon uit te pakken. De gesprekken gingen gewoonlijk over gisteravond en ze stelde voor om vanavond wat te gaan eten bij Igone, een goede vriendin met een restaurantje in de stad. Het was mijn laatste avond dus dat wilden we nog even genoeglijk afsluiten. Misschien zie ik ze wel nooit meer,
dacht ik. Die avond aten we sushi in het huis van Igone boven het restaurant, en samen met Ester pakte ik een taxi naar huis. Toen we onderweg alvast waren begonnen met het nemen van afscheid , brak er plotseling een as van de wederom gammele taxi. We lagen over elkaar van het lachen, het tweede auto- incident van de twee keer dat we bij elkaar in de auto zaten. We zijn geen goede combinatie, wat het verkeer betreft. We stapten uit en besloten verder te lopen. Even later nam ik afscheid van het meisje dat ik op de markt had leren kennen. Voordat ik ging slapen wilde ik nog even de tijden checken voor alweer de volgende bus naar het zuiden, naar San Cristobal de las Casas dat ik al op de heenweg naar Puerto Escondido eigenlijk al gepasseerd had willen zijn. Opeens op de vertrouwde Facebook voorpagina verscheen er een felgekleurde uitnodiging voor een verjaardagsfeestje in het noorden. "Zaterdagavond, 22h." Even staarde ik naar het plaatje.. dacht twee seconden na en klapte mijn laptop dicht.
Buenas Noches...en wordt vervolgd..
No hay comentarios:
Publicar un comentario