domingo, 20 de junio de 2010

No enviadas...



Beste Bogotá..,

Wat een stad... Ik heb nooit echt kunnen begrijpen hoe jij in elkaar zit maar het lijkt me interessant om ooit uit te vinden want ik snap er eigenlijk vrij weinig van. Straten hebben vreemde nummers en combinaties zodat zelfs taxichauffeurs niet weten waar ze heen rijden. Op de hoek staan politiemannen met weerzinwekkende geweren doodgewoon een ijsje te eten en doordeweeks na achten ’s avonds was er geen restaurant open. Bovendien was er niet één Colombiaan is die je in de avond ook maar twee blokken alleen liet lopen om bijvoorbeeld eten te halen. Ook al kon je de pizzeria op afstand al spotten. En op jouw beroemde Plaza Bolivar kwam een merkwaardige zwerver naar ons toe en zegt dat het beter van niet is om achter het plein te lopen. De stad is werkelijk onberekenbaar. Net als de regen die plotseling naar beneden kwam vallen terwijl de zon gewoon scheen of de meest luxe bussen die garanderen dat ze direct gaan terwijl ze onderweg nog minstens zeven keer stoppen om juan- en- alleman op te pikken. Overigens stond in het aanwezige busbadkamertje het raampje gewoon wagenwijd open, en natuurlijk moest de bus net naar de binnenste baan rijden en vaart minderen terwijl ik daar net even gebruik van wilde maken. En ik gá al nooit in de bus. Ondoorgrondelijk soms hilarisch Bogota. En niemand gaf eigenlijk écht antwoord op al mijn vragen. Toen wij na het dumpen van onze backpacks in een fijn hostel in de wijk la Candelaria het aankomende weekend het eerste beste Zuid - Amerikaanse bal afwachtte op een paar nieuwe felroze hakken werden we teleurgesteld door de meedogenloze politieke restricties in de vorm van de Ley Seca. Er mocht drie dagen lang geen alcohol worden gedronken, alle winkels, restaurants en barretjes sloten de deuren voor enkele dagen. Er was geen feest, er was niets. Alleen een stelletje irritante Australiërs die de sfeer verpestten door voor de vijfendertigste keer de beachboys te draaien tot vijf uur ’s ochtends en een slechte kopie van een sentimentele Braziliaanse film. Het maakte mij energieloos, ik begreep het maar niet. De eerste dag was het halve hostel nog voorbereid op de drooglegging van de hoofdstad. Er was nog voor even whisky, aguardiente en sigaretten en terwijl een twintigtal militairen buiten de straten wachtlopen op de mogelijke grillen van de Colombiaanse verkiezingen bleven wij binnen de muren van de herberg en speelden met het fuego van Bomba estereo de ganse nacht poker. Ik probeerde ook dit spel te begrijpen maar er werd in een rap tempo gespeeld en door een combinatie van een vreemde taxirit, een zware pizza, en een moeizame nacht op de Chileense airport had ik moeite om het nog langer te volgen. Clara won, de kleine Colombiaanse met de schorre stem en tegen enen maakte ik aanstalten om naar boven te gaan. De tweede dag was er niks meer.. Niet alleen door het gebrek aan alcohol dat er negen van de tien keer altijd al in de eerste nacht doorheen gaat, maar ook de gevolgen daarvan maakten het dat de day after de halve wereld alleen maar suf voor zich uitstarend op de banken bleef hangen.


Bogotá is voor the experienced. Er wordt veel geleerd en hard gewerkt. De transmilenio shuttlebus puilt iedere dag uit van de duizenden mensen die naar hun werk gaan en terugkeren, overdag vullen de straatverkopers de carreras met hun bonte stalletjes en op de markt hangt de fleurige Colombiaanse mode uitgehangen. We ontdekten al lopend door de stad dat de septimazo één van de hoofdstraten moet zijn. Het heeft twee kanten. Een vrolijke en een uiterst trieste. Van openingstijden heeft men ook nog nooit gehoord en informatie is er niet of nauwelijks te vinden. Er was weinig romantiek te vinden en als het er is, dan vind je het enkel in één van de restaurantjes in de zona Rosa waar je met de taxi naartoe moet, vijf meter loopt om binnen te komen, om vervolgens weer te vertrekken en dezelfde vijf meter terugloopt om weer in de taxi te stappen. Vrijheid is er niet, maar Colombia is op weg. Na enkele dagen besloten we een weekend naar Villa de Leyva te gaan, een stadje op enkele uren van de metropool waar de hele stad naartoe ontsnapt als het puente is of – inderdaad - Ley Seca. Het is ergens betreurenswaardig, dat de Colombiaanse overheid het eigen volk wantrouwt en de kleine genoegens ontzegt tijdens de verkiezingen, zelfs de bevrijding van het kantoor– van vrijdag tot en met maandag – na de hele week hard werken in de vuile luchten. En niet één dag, maar het hele weekend. Echt, wat een vertrouwen, en wat een onduidelijkheid… maar ik weet zeker dat er ergens in de stad toch nog wat van Colombia terug is te vinden, samen met de Colombiaanse jeugd in het paarse huisje in la Candelaria gelukkig wel, daar hebben we toch nog kunnen dansen en kunnen lachen. Maar toch, ik snap er niks van..nada..


Buenos días Villa de Leyva:

Na urban bogota waande ik mij plotseling in een stad vol bloemen, chocolaatjes en pittoreske steegjes met hele grote stenen. Girls just love that.. behalve als je weer op hakken wil lopen want echt, dat is weer niet te doen. Denk aan het domplein in Utrecht vertienvoudigd op schaal van stiletto? Maar goed, waarom zou je ook, ik heb natuurlijk nog twee paar mooie laarzen en bovendien regende het op de dag van aankomst. Nee geen buitje.. maar echt, het regende. Geen zonnestralen maar het regende tot de straten in rivieren veranderden en dan we met een aardige lokale voorbijganger ongeveer tien meter verder bij ons hostel af konden werden gezet, of we konden zwemmend. Villa Real, het hostelletje waar we verbleven hadden we zo goed als voor ons zelf en dat zorgde ervoor dat Marisol, de vrouw des huizes ons als leden van de familie behandelde. Na een ruige busrit door het Colombiaanse land kwamen we rond drie uur ’s middags aan in la villa. Een uur later, viel de regen er al met bakken uit en de dag daarna zag het er ook niet veel beter uit. De altijd mooie bloemetjes hingen er enigszins verlept bij en de stad was grijs en zo goed als verlaten. Na deze koude douche van regen maakte het ijskoude water in het hostel ook niet veel meer uit. In Bogota hadden we wel eens een hele dag zonder water gezeten dus dat was dan beter dan niks. Ook dat is Colombia. Toen de derde dag de zon scheen besloten we de gok te wagen en een mountainbike te huren om naar la periquera - zeven watervallen – te fietsen. In enige toeristenbalie van la villa zeiden ze dat het ongeveer 7 kilometer fietsen was. De vrouw van de mountainbikes zei dat het wel wat langer moest zijn, en volgens Marisol deed je er wel 3 uur over.. De eerste uit het rijtje had het netjes uitgetekend en dat zei dat we de eerste weg naar links moesten nemen, de tweede stuurde ons naar rechts en de laatste naar links. We kozen voor links en hebben onderweg nog een paar keer gevraagd of we op de goede route zaten. Alles ging goed. Totdat we een half uur lang bergopwaarts bleven fietsen en dat we onderweg bij een winkel maar hebben gevraagd of dit wel de weg naar de watervallen was. En nee.. we werden weer teruggestuurd de berg af. Onder aan de berg hebben we het nog eens gevraagd en deze vriendelijke man vertelde ons dat we de berg weer óp moesten..
We hebben hem vriendelijk bedankt en de fietsen teruggebracht en zijn met de taxi naar de watervallen gegaan. Robert, de taxichauffeur zou op ons wachten tot we de ronde gemaakt hadden. hij boodt zelfs aan om met mij naar beneden ab te seilen zodat de dag nog een enerverend tintje zou krijgen. Want Villa de Leyva.. je bent beeldig, pittoresk en authentiek.. maar spannend is anders. En dat hoeft ook niet. Al die weelde, frijola wijn of weet ik veel-wat,brave paardjes, hartvormige chocolaatjes, en een appeltaart a la guerilla, bloemen en het knusse hostelletje. Het siert je. Een plek om mooie gedichten te schrijven en zoete ballades. Bedankt voor het behaaglijke gevoel.. we schrijven!


Querida Taganga, Santa Marta y Tayrona:


Dios wat had ik een spijt… dat ik de avond daarvoor iets te lang in de media luna was blijven hangen. En net iets teveel salsa’s had gedanst, en dat er net iets teveel rum in de mojitos zat. Of misschien, nou ja- gewoon net iets teveel mojitos dan. De man met de hamer of op z’n Colombiaanse el man met el martillo komt heb ik ook totaal geen medelijden met mezelf. Maar die betreffende dag was ik wel een beetje zielig. Het was een combinatie van de klassieke hangover maar dan in tweevoud, mijn zware rode backpack en Marsol, de fijne Colombiaanse busmaatschappij die ’s ochtends iets té vroeg klaarstond.Alles was gewoon té. Daar gingen we dan. Op naar Santa Marta in een hemelsblauwe van. Iets waar je altijd al van droomt; de airco stond minstens op -15, en bij Barranquilla viel het er wederom met bakken uit. Bovendien was de weg van Santa Marta naar Taganga ook al niet om over naar huis te schrijven... Volledig brak, ziek en misselijk kwamen we het busje uitgevallen, en wat? Het hostel was vol. We zouden onszelf niet zijn als we gewoonlijk met een pijnlijke glimlach verder gingen zoeken want die avond was zeker de moeite waard, dus no complains want eenmaal in Taganga kwam alles goed na een korte ploegtocht door de modder. Onze kamer in het kleine hostelletje La Tortuga had een wonderbaarlijk mooi uitzicht over de zee..én een hangmat.
De volgende dag zijn we - op z’n Colombiaans - dus met de lokale busjes boodschappen wezen doen in Santa Marta. En dat was leuk. Je moet alleen wel weten hoe zoiets werkt want het staat niet in de lonely planet, dus hier de ontbrekende handleiding; Colombiaanse minibusjes, het kan van levensbelang zijn ; Je springt de bus in, snel, want ze rijden weg voordat je er erg in hebt. Het kost je zo’n twintig cent, er klinkt vrijwel altijd een vallenato en als de chauffeur niet meezingt, is hij aan ’t bellen of iets anders aan ’t doen behalve navigeren, en geloof me de wegen zijn niet zoals bij ons maar het gaat meestal wel goed. Daarnaast blijven de deurtjes meestal open staan en wat met normaal vervoer zo’n 15 minuten duurt doen deze Colombiaanse minibusjes in 5 minuten, dus zorg in hemelsnaam dat je jezelf vasthoudt zodat je er niet uitflikkert. Neem geen drinken mee, zet niks op de grond want je vind het niet meer terug, er zijn geen gordels en er kunnen altijd meer mensen, uien of aardappelen bij. En dan het rubriek ‘toeteren’. 1x toeteren: ik rij achter je. 2x toeteren: ga uit de weg. 3x toeteren: ik rijd nu dwars door je heen… Het is net een kermisattractie en gegarandeerd lol voor twintig cent.. op naar el Parque Tayrona.. waar ik op mijn gekleurde slippertjes een geheel verkeerd voorgestelde jungle inging. Ik dacht aan tien minuten lopen over een paadje dat naar het strand zou leiden. Maar niets was minder waar. Het was een woeste ruige jungle vol modder, gaten en omgevallen bomen. en dat allemaal door het ontbreken van goede informatie over de staat van de paden en de natuur. Het zij zo. In Brazilië zouden we met een 4x4 over deze paden zijn gegaan maar goed.. ik kan dat natuurlijk ook op slippers. Er stond nog wel een bord, ‘Wie teveel van zijn schoenen houdt, kan beter niet gaan lopen’ (echt, ik lieg het niet..). Na 3 kwartier lachend baggeren kwamen we dan eindelijk aan in een verassend paraíso.. Een maagdelijk breed wit strand, wuivende palmbomen, en een zilveren zee.. en dat stond ook nergens aangegeven, waardoor het vreugdevolle moment nog harder insloeg.. Ik was spontaan alle modder en de slopende tocht door de colombiaanse jungle vergeten. Tayrona, ik ga voorlopig nog niet terug, ik overleef ’t hier wel..geef me enkel een hangmat want er zijn kokosnoten en bananen in overvloed.. en mijn bikini heb’k al aan.


Allerliefste Cartagena de Indias ...


Mi Amor lunatico.. Misschien was jij wel de beste plek waar ik in al die maanden heb rondgehangen. Alles was waanzinnig mooi. De gekleurde koloniale huisjes in het oude historische centrum met de balkons met de lichtblauwe deuren, de pleinen en de straten, de koetsjes die als losse versiersels door de smalle straten heen manoeuvreerden en de Afrikaanse vrouwen met de grote fruitmanden op hun hoofden, de grote stadspoort met de klok en jouw murallas die jou al sinds de 17e eeuw doen bewaken. De haven. Van de zon op Plaza Bolivar tot Santo Domingo by night. Van al het antiek verkleurde tot het strakke nieuwe aan de andere kant. En vergeet vooral de mix aan mensen niet. Alle jurkjes mogen en slippers hakken en laarzen passen ook.. maar je moet er wel op kunnen dansen. Want dansen gaat er vanzelf.
Maar Cartagena, je hebt twee gezichten. De kant die je als passant misschien niet direct ziet, maar ergens in de achterste buurtjes, aan de rand van de stad.. werken mensen hard om te kunnen overleven, zoals de schaars geklede meisjes 's avonds op straat, die met kapotte zielen zijn opgehouden met dromen, en met hun grote lege ogen je afwijzend nakijken. Prinsessen van de straat y sin tetas no hay paraíso. Ergens schaam ik mij diep.. wat een wereld.. Kon ik hem maar een beetje mooier te maken. Iedere avond moest ik om bij het historische centrum te komen langs deze meisjes, het verbitterde mij ook, maar wat kon ik nu doen? Ook al is het geluk niet eerlijk verdeeld er ook gelukkige mensen die slechts een tentje bewonen op het strand, een steiger en enkel een bootje. De laatste was Giovanni, eenentwintig jaar oud en vader van twee prachtige dochtertjes. Soms werkte hij als kok, dan timmerman en hij viste er wat bij. Hij had niet veel nodig zei hij. En terwijl we met de hostelero die avond een goed gesprek voerden op de steiger van één van de islas del rosario, vroeg hij zijn verloofde om de I-pod uit de tent te halen.. voor een beetje achtergrond muziek. Ik glimlachte. Dat zijn de fijne contrasten van Colombia. We glimlachten en waarschijnlijk dachten we hetzelfde. Hoe zal ik het noemen. Caribisch sentiment? Het ontroert...
Op een avond werden we ontvoerd door de Colombiaanse gebroeders, mee uit eten genomen naar een veel te mooi hotel.. het was een gezellige avond. We praten over Polo en over het dansen van de Champeta en spendeerden de laatste uurtjes op het stads strandje in Manga, de maan scheen een licht over de oceaan en een caribish briesje maakte een perfecte nacht. Alleen er was iets.. en begrijpen deed ik het weer niet. Het heeft vast met Bogotá te maken. De volgende dag zouden ze allebei naar de hoofdstad vertrekken voor werk en ik zou ze waarschijnlijk nooit meer zien. Twee kussen, bedankt.. en tot ooit, waren de laatste woorden toen we weer terug op de Media Luna straat waren.

Colombia is onvoorspelbaar. Ik had een zwak voor de hotelero.. Stel je een griekse god voor, maar dan ééntje geemigreerd naar de Cariben. Hij ontvoerde ons naar de maagdelijke islas de Rosario om te zwijgen, te praten, te drinken om weg te gaan van het werk dat zijn hostel 'de halve maan' met zich meebracht en gewoon voor gezelschap... Het hostel ging werkelijk fantastisch, zijn jonge ondernemende geest, en zijn intelligentie wist hij goed wat je zoekt in Colombia..maar maar werken is het wel. Hij klaagde over werken met de costeños die iets minder efficiënt en vooral langzaam te werk gaan. Ik merkte dat hij bevestiging zocht in de manier waarpop hij zijn leven inrichtte en niet wist of het wel de juiste manier was, en waar een ander zich uitleeft op de dansvloer, een studie of andere hobby en met zijn romantische ziel vergreep hij zich aan vrouwen en aan alcohol... maar toch..ik ben ervan overtuigd dat hij succes zal boeken. Zijn hostel heeft alles wat je ook maar zoekt. Werken moet, als een paard. Werken zodat je vergeet waar je het eigenlijk doet. Hij knikte en ik pakte mijn glas... ik mag je.. Dan was er nog Su.. een echte powerwoman die door een fouten nooit echt kansen heeft gehad. Net als ik is ze ervan overtuigd dat je door een sterke wil in staat bent om dromen realiseren. Nu heeft haar eigen café. Niks is onmogelijk, alleen voor de één is het makkelijker als voor de ander' zei ze me nog, waar ik vol overgave mee instemde igual, persiguiendo el sueño loco. Het café is Su en Su is het café. Op de muren zijn gedichten in alle talen op de muren gekalkt in alle talen door passerende reizigers uit alle hoeken van de wereld. Het meubilair is de costeña zelf, met alle bloemen en versiersels in haar bruin gekrulde haar en meestal een vluchtig jurkje of heeft ze een ander gebloemde flard stof omgeknoopt. Voor mij vertegenwoordigd ze la pura vida. En ik ben er bijna zeker van dat zelfs scrooge geen glimlach kan verbloemen bij het betreden van Su’s Caribische café. Ze praat soms zo snel in een accent van de kust dat je haar af en toe niet meer volgt, maar dat doet er niet toe. Ik kan daar naar blijven luisteren zonder te horen wat ze zegt. Het is kunst met onvervalste felicidad. Het hoort zo. Ze werkt hard aan de weg maar het gaat haar voorspoedig. Met Su kan je vallen en opstaan en toch blijven lachen, ook al hou je weleens blauwe plekken over of gebroken neuzen . Met Su kan je dansen, en zingen, lachen en drinken en uit je dak gaan op het dak van een hotel. Met Su is er altijd ‘oprechte gekke liefde voor het leven’, omdat ze niet zonder kan, en dat merk je vooral in het café; ‘Amor lunático'. Wat een energie!

Ik zal je missen. Cartagena. Van las islas del Rosario, Manga, la playita, de reggaeton, de alegría, die avond met die polo spelers.., de salsa met de caleño op het dak van de Media Luna. De wandelingen door de stad met de hotelero met zijn hond, de lancha waar je bont en blauw uitkwam, het straatje van de verbitterde prinsessen, ondanks mijn dubbele gevoelens.. waar ik met Carolina niet meer bijkwam door een ordinaire grap op een verkeerd moment én het foute uur.. ‘a la orden’ was het.. Ja ik zal het missen.. colombiaanse hakken en hangmatten tot de laatste zonsondergang. Cartagena de Indias..Estás en mi corazón..

No hay comentarios: