Mostrando entradas con la etiqueta Granada 2008/2009. Mostrar todas las entradas
Mostrando entradas con la etiqueta Granada 2008/2009. Mostrar todas las entradas

martes, 24 de noviembre de 2009

Fuego con agua en el corazón

Mijn ogen vallen bijna dicht maar toch kan ik de stortvloed van woorden niet tegenhouden. Het is net als de regendruppels die onophoudelijk tegen mijn raam aan slaan. Eigenlijk zou ik mij moeten wagen aan de stapel maagdelijke papieren die hier nog steeds onaangeroerd voor me liggen, maar ik laat ze enkel vanavond nog voor even wat ze zijn. Een zomer lang op en neer fietsen van werk naar huis, van huis naar werk, en ook het eerste masterblok was om: Drie keer acht. Moe maar toch voldaan besloot ik te vertrekken uit de regen. Ik had enkel vier dagen om mijn hoofd te kunnen legen. Terug naar de stad zonder haast en zonder spiegels en waar er onverwacht gezellige cafeetjes verscholen zitten in smalle steegjes, waar je al tig keer bent voorbijgelopen. Gewoon omdat wandelen daar niet erg is ook al loop je op nieuwe blauwe hakken. Of omdat je het niet goed meer wist. Het gaf niet.
Naar een sprint op het vliegveld in Al -Mariya, tegenwoordig Almería samen met mijn favoriete roadtripster haalden we op de seconde de bus. Er moesten slechts vijf andere passagiers in hebben gezeten. Ongelofelijk zoiets. Op deze woensdagavond tegen tienen, toen ik de miljoenen lichtjes van stad voor me zag werd ik overvallen door felicidad, iets wat ik lang niet heb gevoeld na een gekwelde donderdagavond in juli. In de allerlaatste stadbus 33, kon ik niet meer stoppen met glimlachen en eenmaal in calle Cardenal Mendoza, vlakbij de fonteinen van Triunfo, woonde de Zuid- Italiaan, een jongedame uit Tenerife en een Malagueña met een rauwe stem. We lieten onze tassen voor wat ze waren in de kamer van de italiaan en verdwenen nog steeds pratend in de Andalusische straten, wij zijn immers nooit uitgepraat. Ik vond mijn weg naar de welbekende bar la antigualla waar een aardige spanjaard ons in ruil voor onze blikken een glas rode wijn schonk. Toen we hem wilde bedanken was deze reeds vertrokken. Ook dat is Granada, je moet je er niet afvragen waarom, waarvoor of wat. Het zit ergens in de stad.

Op de bloementjesmatras in een kamer sliepen tot de zon opkwam om vervolgens onze dag te beginnen met crepes op de plaza de la Universidad. Een beter begin kan men zich niet wensen. De man van de crepería lachte nog om mijn foute kop koffie van een Amerikaans concern, waarin ik hem gelijk gaf. De rest van de dag slenterden we door de stad, en bij het vallen van de namiddag streken we bepakt en bezakt met Zara, Friday's en nog meer tassen neer op de Paseo de los Tristes, in strijd met de waarheid weliswaar. 's Avonds waren het al the single ladies, in las Escuelas, een rumoerige studentikoze bar, waar ik alleen maar goede herinneringen aan had. Ze spraken over signos en over ingewikkelde liefde. Terwijl Elena alles moeilijk vond, was voor Maricruz het leven simpel. En terwijl Suzan in de wolken zat, bleef Tineke met beide benen op de grond. Ik zweeg, ik ben de contradictie zelf. Fuego con Agua en el Corazón. Misschien ga ik daarom graag lachend naar de Paseo de los Tristes. Terwijl de rest huiswaarts keerde om ter gaan studeren na twee glazen, besloot ik samen met de flamenca de nacht te plukken in de meest marginale bar van de stad. Het past totaal niet bij me; maar toch wilde ik er graag heen; El 'más que chupitos' , daar waar nummer 72, ooit mijn favoriet was, maar nummer 152 het deze keer won. Perfecto amor. Na deze misselijkmakende mix van alles wat ook maar iets met de liefde te maken had binnen een kwartier te hebben achterovergeslagen, besloten we de nacht dansend af te maken in de Soho, daar waar een feestje van de fisio gaande was. Ook de italiaan vonden we hier terug.

Vrijdag, was min of meer een herhaling van de donderdag. Overdag dan. Ik kocht een nieuwe mantel, laarzen en kastanjes op straat van de gitana, en 's avonds nam ik Tien mee naar de flamenco bar in het Albaycin waar ik tot op een half jaar geleden bijna iedere week kwam. De weg ernaartoe rook naar jasmijn, en mijn benen leken onuitputtelijk. Ik heb hier met zo veel mooie mensen gelopen, dacht ik. De Franse eigenaar van de bar knipoogde naar me, en zei ' je weet de weg'. De jonge flamenco danseres was weer een jaartje ouder geworden, doch sierlijker. De man iets meer gezet. Na de pizzas schonk de fransman ons een bakje huisgemaakte tiramisu, en een half uur later vonden we de weg terug naar beneden, zonder daarbij te vergeten, even opzij te kijken naar het overweldigende verlichte wereldwonder aan onze linkerzijde. Het liep al tegen elven, en stiekem besloot ik de taller latino te passeren op de Cuesta de Gomérez. Er lag geen rode loper, binnen was het er donker, en er lag stof op de kozijnen en plots dacht ik aan la ausencia, dat wat Montero ooit uitlegde. Het was maar een voorbeeld. Het werd de salsabar in het centrum, en na anderhalf glas Cuba en eindeloze danspassen met een andere latino gingen we terug naar het huis bij Triunfo. Het werd langzaam stiller, enkel een ritmisch geheel van tikkende hakken en nachtvogels maakten de scene af tijdens de weg naar huis...

Op de plaza de Bibrambla was het de lokale bevolking die het weekend vierde in de stad. Het had stijl. De marktkraampjes zorgden voor de kleuren, en de kruiden verdoezelden de geur van de vishandel die een eindje verderop stond. Iedereen zat al pratend aan hoge tafeltjes buiten in de zon. Kinderen speelden met het bronzen beeld op het plein, en de tientallen wagentjes blokkeerden de doorgangen. Niemand klaagde. Na een wandeling door het oude Realejo, eindigden we bij een schilderachtige tapasbar in het centrum. La taberna de Baco, oftwel Bacchus, de zogenaamde god van de wijn. Drie tinto's later besloot Tina een siesta te gaan houden terwijl Suzan en ik eten gingen inslaan voor de allerlaatste cena granadina van het jaar. laat ik er maar niet te veel over na denken. Als je bij alles wat je het laatste zou doen, moest stilstaan.

Zaterdag tegen vijven, een rode gloed verscheen aan de hemel en later liepen we blindelings langs de schappen van de Mercadona. Alles was nog steeds zoals toen, zelfs mijn favoriete Ribera del Duero stond nog op exact dezelfde plek, daartegenover de Rum en de pakken tafelwijn, met aan het einde de olijven. Met pit. Eenmaal thuis besloot ik nog even te studeren, maar door twee dansende meisjes en een italiaan die plotseling !Viva España! door het gebouw liet galmen, werd de theorieen van Krashen en Muñoz met de minuut vager. Tevergeefs verplaatste ik mij naar de keuken waar ik maar paprika's ging snijden. We kozen voor een simpele pasta. Makkelijk? Niets is minder waar. Bovendien waren er andere factoren waar je rekening mee moet houden bij het aangaan van deze uitdaging. Ten eerste er was er natuurlijk een italiaan pur sang, ten tweede een aperitief pur alcohol en ten derde? Een kapotte kurkentrekker pur... Dat laatste laat mag u zelf in vullen na het lezen van de onderstaande anekdote. Terwijl de pasta bijna klaar was, zo'n 11 minuten koken, onder toezicht van drie gillende keukenmeiden zou het praktisch gezien moeten lukken. Tot dat tijdens het openen van de Ribera, de kurkentrekker afbrak. Terwijl de pasta inmiddels 5 minuten kookte, poogde de italiaan om bij de beneden buren een andere kurkentrekker te lenen maar deze waren niet thuis. Ook de bovenburen lieten het afweten en we besloten onze krachten te bundelen. De pasta kookte nog steeds zo'n 4 minuten en na een hefboom te hebben gemaakt van een bieropener en drie trekkende jongedames kwam er beweging in. De pasta borrelde beeldig zo'n 3 minuten door en de italiaan bleef maar zingen. Inmiddels was ook de buurman van opzij gearriveerd. Wij bleven wrikken en de kurk schoot los. Resultaat? Wijn + Weke pasta, = gek genoeg, nog steeds lachende gezichten. De muziek van laptopDJ nam steeds wildere mixen aan, evenals mijn kapsel, en er kwam nog wat lokale bevolking het huisje binnen, waaronder een stel granadinos met precies zo'n zelfde rum. Nog voor drieen vierden we de laatste uren van de zaterdag in de Granada 10, de club in het hart van de stad. Ik had een zwart jurkje aangetrokken met de laarsjes, en ik had alleen maar ruimte nodig. Ik kon niet anders dan onbezonnen dansen, en ik zou ook niet anders gewild hebben. Totdat de het Alhambra op de berg haar lichtjes doofde, de fontein op de plaza weer water begon te spuwen, en vuur weer plaats maakte voor het water. Er is maar één waarheid mas claro que el agua;



Dale limosna mujer, que no hay en la vida nada, como la pena de ser, ciego en Granada.

(Francisco A. de Icaza)


Eva

jueves, 5 de marzo de 2009

Pero el mundo es pequeño...

Uit de zak van mijn zwarte jas viel een verfomfaaid papiertje. ‘El Serallo’, C/ Esquivila 4 b, Granada. Eigenlijk wilde ik dat het voor eeuwig in die zak bleef zitten, en dat ik het er jaren later pas uit had gehaald of dat ik het nooit meer had gevonden..

De afgelopen dagen ook voor dat ik naar Portugal ging waren euforisch, mijn geluk kon niet op. Ik heb twee negens gehaald, en een zeven, ben op reis samen met mijn maatje, doe ik datgene wat ik het liefste doe, zie ik het gene wat ik het liefste wil zien, en heb mooie plannen, .. wat wil een mens nog meer…? In de trein naar Lisboa passeerde ik gouden zeeën en zilveren bergen, en dan ben ik altijd bang dat het nooit nog mooier kan worden dan het is, op deze momenten. ‘Waarom?’, vraagt hij.. ‘Nou gewoon, omdat je soms gewoon gelukkig bent, en dat er ook tijden gaan komen waarin het minder gaat, daar ben ik bang voor, dat je dat verliest, dat het ten einde komt...’ ‘Maar je moet niet denken aan die dingen’, voor je het weet presenteert er zich weer iets moois.. ‘si’.. en ik keek weer uit het raampje naar buiten. Afscheid nemen kan ik niet, net zoals dingen weggooien, ook dat kan ik slecht. En te vroeg juichen, dat doe ik nooit meer, dat weet ik inmiddels wel. Ay, Calle Esquivila, het was ook weer te mooi geweest om waar te kunnen zijn…

Donderdagavond in Porto, aan de grote tafel in het midden van de kamer, wilde ik het liefst dat ik de mailbox niet had geopend, dat ik niet had gekeken, niet die dag, niet de volgende en ook niet de volgende week. Daar stond het, een mail vol spijt, ik was niet meer nodig, wegens problemen met de familie, ik werd bedankt. In de sfeer van volmaakt geluk, kwam dit als een slag, maar gek genoeg, deed het me niks, het bleef rustig, geen tranen, ni nada, maar toch kon ik er niet van slapen... Het was alsof ik het wist, alsof ik het in die trein naar het zuiden me al voorbereid had. Maar goed, ik zal er niet langer omheen draaien.

Op een heldere dag in Februari, terwijl Marieke en Jaime met Sarah en Suzan boven in de bibliotheek van de faculteit hun tentamen voorbereidden, pakte ik een taxi op Plaza Nueva richting de rivier, het briefje bewaarde ik in mijn zak. Lopen werd me afgeraden omdat het nogal gecompliceerd lag met het huis en de straat. Zij betaalde. Tien minuten later stopte de taxi bij een grote roodgeverfde poort en betaalde ik de vier euro, stapte uit en belde aan. Een hese vrouwenstem gaf me aanwijzingen om binnen te gaan, en naar de volgende poort rechts nog een keer aan te bellen. Vreemd. Maar goed, ik deed het, en een conciërge groette me en deed de deur voor me open. Ik keek een beetje in het rond, zoals Alice in Wonderland. Het was een groot wit en licht huis, met een groen gazon en bomen. Ook het zwembad dat als een grote spiegel leek, bleef niet onopgemerkt. Ik zocht naar iets dat op een voordeur leek, en vond een grote houten massieve deur, met de zoveelste goudkleurige bel. Een blonde vrouw van mijn lengte deed de deur open en groette me vriendelijk. Ik passeerde de latina poetsvrouw en zag de drie kinderen door het huis rennen. Twee jongetjes en een meisje van zeven. Ik presenteerde mezelf en sprak met de vrouw over het baantje als au pair, dat ik op internet had gevonden. Vijftien minuten later drinken we samen koffie in de keuken en de jongens laten me hun speelgoed zien. ‘Ik wil dat Eva blijft’ zegt het meisje met de blonde krullen in een staart. De moeder lachte en sprak het meisje toe, dat ik ná Portugal zal komen, over twaalf daagjes.. Ze gaf me een rondleiding door het huis, liet me mijn kamer zien met de eigen badkamer. Ze gaf me een hand en twee kussen, zegt dat het goed is en vraagt nog of ik wil denken. ‘Ik niet’, zeg ik, ‘ik ook niet’ zegt ze. ‘Nou welkom Eva’, bel me als je terug bent, dan kan je vast een paar avonden komen. Ik knikte, en liep met een brede glimlach de deur uit op zoek naar de uitgang…

En nu, het vakje in de muur van dat wat mijn Refugio Andaluz was, staat voor even nog vol kaarten, briefjes, geld uit vreemde landen, landkaarten, boeken en een verdroogde roos, dingen die ik heb verzameld. Ik vind een kroontje van Halloween, en de jurk achterin de kast die ik met het eighties feest aanhad. Een entrada voor het museum in Madrid, een Portugees metrokaartje met de naam Andante, de oorbellen die ik kreeg van Pepe, een lege zak pipas en een oranje briefje met ‘gracias para la falda’ van Giulia, en de kerstgroet van Marieke.. En ik heb foto’s, het zilveren hart dat ik van Jaime met kerst kreeg, mijn naam in het Arabisch, onze namen op de lichtblauwe muur van Casa Cubana. Een kaartje van het restaurant hier beneden, en een verdwaalde sok van de chino, en het gedicht, en een vijftal boeken van Lorca, acht punten van de Chupitería ’69, een verkreukeld Alhambra kaartje en de vele lege flessen wijn..en nog meer, maar ik zal het bewaren in mijn hoofd, net zoals de typische zondagen van Graná, en de maandagen daarna.

Dit was het dan, Eva en Andalucia, 2008 -2009. De spullen zijn gepakt, de rest is al vertrokken. Het zal nooit meer hetzelfde zijn, en er resten mij leuke en mooie herinneringen, en heel veel foto’s, chemische afdrukken van onze levens in kleur die vertellen dat we gelukkig waren. De flamenco poster met mijn naam liet vandaag vanzelf los, het kan geen toeval zijn. Vanavond nog een rondje Granada, het was één groot feest, en ach, de wereld is maar klein, zegt Youssef altijd. Ik glimlach en weet dat hij gelijk heeft, daar doe ik het dan maar mee. Ik doe de deur achter me dicht, net zoals het roze raam waarover ik droomde, mijn boek is uit. Het is tijd om te gaan…




Granada para siempre,

Abrazo fuerte, Eva

miércoles, 11 de febrero de 2009

Camino...

...Cien jinetes enlutados, ¿dónde irán, por el cielo yacente del naranjal? Ni a Córdoba ni a Sevilla llegarán. Ni a Granada la que suspira por el mar. Esos caballos soñolientos los llevarán, al laberinto de las cruces donde tiembla el cantar. Con siete ayes clavados, ¿dónde irán, los cien jinetes andaluces del naranjal? ...

Aan de ene kant was het oorlog, aan de andere kant was er een gelukkig gevoel ; Of Felicidad, dat klinkt beter. Er staat ook geschreven; Amor y Muerte, Deseo y Autodestruccion. Ik bevond me weer eens tussen de boeken in de bibliotheek en de stoffige biebman ordende de boeken zorgvuldig in de schappen. Ik keek naar de manier waarop hij dat deed, en probeerde mij terug te verplaatsen in 1936, maar tevergeefs. Pepe kwam tegenover me zitten met zijn charmante blik, ja, nou kan ik al helemaal niet meer werken. De ietwat bittere reden dat ik voortaan naar de bibliotheek verkast ben, is niet alleen dat ik thuis niet werken kan, doch ook omdat we de gasrekening van november en december hebben binnengekregen. Toen ik de envelop de desbetreffende ochtend in de brievenbus vond, spoedde mij richting Javier omdat ik het niet wou geloven, terwijl deze knikte dat het toch echt wel zo was. Jaime viel nog in met ;maar in Holanda…, waarop Javier antwoorde; Tja, in España.. Ik staarde maar naar de grond. ‘Asesinado por el cielo’ was de eerste zin die me binnenviel.

En snelle formule zegt me dat Driehonderdachtenvijftig euro en vijfenveertig eurocent : 2 = Een rib uit je lijf is. = ( dat betekent geen rebajas, noch de nieuwe collectie, opnieuw tijden van vijf truien over elkaar heen, lopend naar school, ook in de regen, twee keer hetzelfde theezakje, twee maanden met dezelfde tas door het leven, geen halve uien weggooien, examenpapier mee naar huis nemen, gratis entree kaartjes op straat verzamelen, en vaak naar het café daar waar Matilde werkt; en als we het nou lekker warm bij zaten in die twee maanden. Nou nee.. kortom; we zitten in een recessie, (en de foto's zijn niet representatief), laat ik nou net met de jaren 30 bezig zijn. Een groter inlevingsvermogen kan een mens zich niet voorstellen. We hebben de verwarming binnen enkele minuten maar uitgezet, en ik ben ik dus verhuisd naar de aangename verwarming van de bibliotheek van Filosofia y Letras. Een welkome afleiding, voor het bovenstaande, want met het uitzicht over Granada vanuit het glazen gebouw op Cartuja, werkte ik last minute door aan de ‘Memoria a García Lorca’, en las ik mijn aantekeningen over de Generatie van ‘27, tot dat de schemering inviel en de banken tegenover me langzaam leegliepen.. maar ik bleef nog héél even, totdat de rode letters op mijn witte beeldscherm vragen wanneer ik naar beneden ga, para un café.. Verder kondigden de afscheidsfeestjes zich ook al weer aan, er is altijd wel een reden voor een feest hier in Granada. Zo heb je niet alleen de welkomsfeestjes, en afscheidsfeestje, nee bijvoorbeeld ook nog pré examenfeestjes, examenbreakfeestjes, en post examenfeestjes, om maar even de examens als voorbeeld te noemen. En zo gaat het vast ook met carnaval vrees ik.

Januari was rustig, qua school was er steeds minder les, en de gebruikelijke taken zoals het arte préhispanico werkstuk, de examens, tapas rondjes en cenas. Er kwam ook nog een portugese familie langs en hebben we ons zoveelste rondje door de stad weer gemaakt. En echt ik kan er geen genoeg van krijgen, alhoewel ik meer portugese geschiedenis te horen heb gekregen dan me lief is want het is een trots volk dat blijkt wel. Van ontdekkingsreizigers tot fado, de introductie is er al. Ja, wij zijn latinos zoals hij dat altijd zegt, ik moet daar altijd om lachen..We spraken af bij ‘daar waar je het mooiste uitzicht over de stad hebt’ Ik liep richting Alhambra en deed een gok, je hebt heel veel mooie punten namelijk. Ik gokte goed; ‘la perla’ (de parel), bij de olijfbomen…

Zaterdagochtend, 7 februari, een onchristelijk tijdstip. Ik ben in de hele época Graná nog niet één keer om acht uur opgestaan, (wel naar bed gegaan denk ik), en dat kost moeite. Ik kleedde me aan voor de straalkachel weliswaar, en liep de weg naar school, om het Lorca examen te maken. Het was een beetje vreemd, echt in Montero - stijl. Een scheefgekopieerd ‘Vuelta de paseo’, en drie vragen eronder gekrabbeld, waar het op neer kwam dat we Mariana Pineda, het betreffende gedicht, en ‘La casa de Bernarda Alba’, een theaterstuk moesten interpreteren. Twee uur later, verliet ik de zaal.

Maandagochtend half negen, nog zoiets onchristelijks. Ik zocht naar Auditorio I, een plekje middenin de zaal die langzaam volstroomde, en naar de Franse meisjes die met mij de lessen Historia de la España Actual volgden. Mijn dictator- achtige leraar kwam stipt op tijd binnen, deelde papier uit, en verkondigde met luide stem: ‘de groep van de ochtend (dat zijn wij, alsof we in het leger zitten), Pak een pen en schrijf op. De vragen moesten we gewoon opschrijven, maar bij de eerste kreeg ik het al Spaans benauwd, toen hij één van de 7893475 wetten van het Franco regime opnoemde tussen 1938 en 1942, en we die werden geacht uit te leggen tot op het detail. Ik had het niet meer, en ik dacht aan zaterdagavond dat ik vroeger naar huis ben gegaan dan de norm (zo rond drieën dus), en dat ik om tien uur op ben gestaan om te leren, de hele godganse zondag. En nu dit, cosas detalles... terwijl ik er verdorie alle aantekeningen heb en bovendien al een jaar lang tesis over heb geschreven.. nou ja, die oorlog ís ook niet leuk. En de rest van de vragen werd ik ook al niet veel vrolijker maar kon ze enigzins beantwoorden. Ook Laura en Amadine voor keken elkaar maar verbouwereerd aan. Dat zoek dat dan altijd, gezichten, kijken wat anderen denken, het stelt me dan gerust dat je niet de enige bent die je schouders maar ophaalt. Maar goed ik heb geschreven totdat de uren om waren,.. en keek nog één keer achterom naar de faculteit, toen ik de vertrouwde weg naar beneden zocht voor de laatste keer. Missie volbracht...



Inmiddels zit ik weer in mijn Refugio Andaluz, gezellig boven de Castellana, en ja, de laatste maand is ingegaan, 5 maart ben ik terug. Ik denk er liever maar niet aan, dus vermaak ik mij maar met muziek, wat foto’s van witte stranden, de kaart, en teken ik een route uit; vannacht ga ik naar Portugal…!

Liefs uit Granada,

Eva

sábado, 31 de enero de 2009

Notas..


..Tussen 'la vida granadina' door (zie foto's), ben ik voor deze week voor even 'ahogada en el tintero', en verstopt onder een boeken-lawine, en mil kantjes aantekeningen.. de laatste tentamens komen eraan...


29 de septiembre de 2008
LA FORMACIÓN ESTÉTICA DE FEDERICO GARCÍA LORCA
Profesor: L. García Montero, Universidad de Granada, 2008

· Identidades inestables
· Dogmas
· Homosexualidad
· Obsesiones
· POETA ANDALUZ: que escribió de Gitanos, pero también de Castilla, como Azorín y Machado, no trató sólo de Andalucía.

Objetos: Conocer a Lorca, la generación del ’27, Matices inteligentes:

1. Orígenes de Lorca: España sufrió de Caciques, política y relaciones internacionales. Los Caciques formaron la política española. Lorca escribió prosa jóven.
a. Expulsión del Rey
b. Segunda Republica se presentó
c. Europa era más avanzada
d. Crisis de los años 30
e. Alemania- Italia
f. Golpe de Estado 1936 (murió Lorca)
g. Dictadura mítica y transición è El paraíso perdido

“La Aurora” (Poeta en Nueva York)

La aurora de Nueva York tiene
cuatro columnas de cieno
y un huracán de negras palomas
que chapotean en las aguas podridas.

La aurora de Nueva York gime
por las inmensas escaleras
buscando entre las aristas
nardos de angustia dibujada.

La aurora llega y nadie la recibe en su boca
porque allí no hay mañana ni esperanza posible.
A veces las monedas en enjambres furiosos
taladran y devoran abandonados niños.

Los primeros que salen comprenden con sus huesos
que no habrá paraísos ni amores deshojados;
saben que van al cieno de números y leyes,
a los juegos sin arte, a sudores sin fruto.

La luz es sepultada por cadenas y ruidos
en impúdico reto de ciencia sin raíces.
Por los barrios hay gentes que vacilan insomnes
como recién salidas de un naufragio de sangre.


1. No tiene argumento
2. Contaminar un estado de ánimo (vanguardista)
3. Estrategía terminada (época cubista en lo que toda esta explicable)
4. Habla de la duda de la modernidad
5. Vanguardia esconde la modernidad.
6. Había contaminación y injusticias sociales

Aurora = Amanecer = Esperanza = nacimiento de la sociedad
Nueva York = símbolo à imágen plástica à Columnas de humo = SMOG = (frágiles y sucios) à “Paloma Negra que chapotea..” (sanctu –paz- ternura- y cambio...)

AGUA = bautismo, que fluye positivo (pero Lorca no le presenta limpia, ni salva, estanqada, en la que chapotean las palomas negras.

ARQUITECTURA DE NY: no es humano, formas duras en la que puedas herir. Naturaleza angustiosa pero la arquitectura la oprime. “No hay mañana ni esperanza posible, no hay futuro, nadie recibe el sol, como ninos abandonados.

Es como...
· Recoger las hojas de las margaritas y la respuesta será siempre ‘no’..
· La luz sepultada por cadenas y ruidos..
· Gente que andan como muertos vivientes, en u naufragio de sangre..
· Toda la avance técnica, sin moral fundamental
· La técnica

NEGATIVO: Se nota por el uso de no, ni, sin, (ciencia sin raices)
“La ciencia y politica trabajan separados, no para la dignidad humana sino para las monedas furiosas”
Lorca tambien va a llenarlo con metaforas que son espirituales, y cristianos. No solo trata del amor y socialismo.

Todo alude a sus experiencias traumaticas, que piden la libertad.
‘Arbol de muñones que no canta’
‘Animalitos de cabezas rotas’
Mariposa ahogada en el tintero..
(reprimida y disfrazada), el esta cansado.
No puede expresarse libremente.
Lorca como muerte viviente, conciencia traumatica, que no tenemos alma, hombres desabitadas.
Radicalizar el romanticismo
Metafora del propio fracaso, tema de la conciencia de la propia crisis.

DIMENSION EN LA OBRA?
1. Crisis personal, de su propia identidad
2. Crisis social, sociedad con problemas.
3. Crisis de la modernidad

Nueva York es el paisaje simbolico, el camino en el que se va andando por la sociedad. Igual como Catalunya , era paisaje simbolico, o la vega de Granada...


(( zoo.. en nu ga ik lekker koekjes soppen in de chocolademelk met kaneel en heel veel slagroom ....))


“El ser humano es el dueño de su propio esfuerzo”

martes, 13 de enero de 2009

La Ventana Rosa

Vannacht droomde ik over een groot roze raam. Zo ééntje die open stond, waarvan de witte voile gordijnen naar binnen waaien bij een windvlaag. Ik liep er naartoe en voelde de wind, zo als het voelt als je beneden langs de rivier loopt, als de sopraan viool in ‘inverno’, als de kou je gezicht bereikt ... zo ongeveer was het. Ik keek naar buiten, de straten waren leeg, er was nog niks te zien..

Verder is het vandaag een typische Sunday After. De zon schijnt bleekjes door het wolkendek heen dat de stad bijna volledig bedekt. Matilde en Jaime zitten in de keuken achter hun laptops, levensverhalen uit te wisselen, of gewoon de caprichos van de zaterdagnacht in de Granada 10. Het gaat in ieder geval over, een woordenboek Spansk-Dansk, Murciaans bier, mannen en de foto’s die daarbij horen. Matilde is onze nieuwe huisgenote, een Deense, die sinds twee dagen het huis met ons deelt op de Reyes Católicos. We hadden nog een kamertje leegstaan, en Javier had het zo bedacht dat er wel iemand bij kon vanaf januari, vandaar. Ze is gisteren gekomen, ietwat onverwacht, maar dat geeft niet, het is een stuk minder leeg in huis, gezelliger wel. Alhoewel ze misschien maar voor een maand zal blijven, we zullen het zien.

Vorige week presenteerden zich nog de gezellige naschokken van de feestdagen, in de vorm van Reyes Magos, oftewel Drie Koningen. De de stad was nog steeds geheel verlicht, er klonk muziek die ik in de tweede badkamer aan de achterzijde nog steeds duidelijk kon horen, en een joelende menigte vulde de straten van Granada wachtend op de optocht die voorbijkomen zal. Jaime en ik haastten ons rond half zeven naar beneden richting de Zara, om ons te verenigen met Belgie en Italie, die al met plastieken tasjes en blauwe vlaggetjes paraat stonden. Na dertig Spaanse minuten wachten, passeerden dan eindelijk een viertal fiere Andalusische paarden aan kop, gevolgd door een fanfare en kamelen met reclameborden. Vervolgens kwamen dan ook de verlichte praalwagens in zicht met als koningen verklede kinderen en volwassenen. Het was mooi allemaal, dat wel, al hebben we niet al teveel van het spektakel kunnen zien. Bijna een uur lang moesten we dekking zoeken door een hagel van de El Corte Ingles- zuurtjes die je over je heen kreeg. En ach, we mogen dan wel allemaal twintig plus zijn, maar onze zakken puilden letterlijk uit. Ik heb bijna alles maar een klein meisje gegeven dat naast me stond, die me een brede glimlach daarvoor teruggaf. Het deed deugd. De rest van de avond zijn we na een drankje, naar een goede tapasbar bij Plaza Einstein gegaan. Een idee van de zuiderburen, uiteraard, ‘omdat ze daar gewoon lekkere patatten hebben’...



Tussen mijn nieuwe levensplannen door, heb ik trouwens nog een leuk nieuwtje, iets waar ik buiten mijn verwachtingen blij van werd. Een week geleden spraken we met Javier, onze huisbaas, gewoon over wat zaken, plannen en onduidelijkheden.. typische cosas caseras. Ik kan me niet meer herinneren hoe we erop uit kwamen, maar het moet ongetwijfeld te maken hebben gehad met de peruaanse schilderijtjes en de poncho’s van lamawol die de kamer vol boekenkasten enigszins iets minder donker maakte, maar hij vertelde dat de huur van Jaime , Matilde en mij, naar een huishouden gaat in Peru, naar la ‘Casa de las Estrellas’ ( het huis van de sterren) waar ze kinderen van de straat opvangen en een beter leven kunnen bieden. Hij liet ons de foto’s zien van de plaats, en vertelde wat ze allemaal doen en over het leven daar. Zijn ex- vrouw is er gaan wonen. Ik vertelde over mijn plannen om een vriendin op te zoeken in Peru, die volgend jaar voor de ambassade in Lima werken zal. Opeens kwam er een spraakwaterval van heb-ik-me-jou-daar, en het eerste half uur kon ik geen moment vinden om ook maar enigszins uit de kamer weg te gaan, ondanks de afspraak die ik had staan om zeven uur. Hij kon me helpen aan betaalbare tickets, busmaatschappijen, interessante plaatsen, en drie kwartier later verlieten we het kamertje weer, met een hoofd vol aan informatie en een complete kaart van Peru die ik al bijna uit mijn hoofd ken, ik moet het alleen nog een plek weten te geven. Ik kon ook nog goedkoop doorreizen naar Bogotá, Buenos Aires, Rio etc. mm, ja. In een waas van blijdschap en verbijstering vertrok ik en tien minuten later stond ik op Plaza Trinidad, daar waar ik had afgesproken.

Een korte wandeling, vervolgens een zoektocht tussen fietsen en gitaren, naar een boek van Lorca wat we uiteindelijk niet vonden, verlieten we de winkel met zijn vieren, voor een italiaanse cena beneden bij de rivier. Die avond keken we nog naar een mafia film, plunderden we een bakje Oost Europese koekjes. En zo verdwenen we weer in een typische andalusische zaterdagnacht tot deze weer hand in hand ging met het blauw van de morgen. Ik sloot het roze raam, en ging weer slapen...

Liefs uit de stad der Koningen,

Eva

viernes, 2 de enero de 2009

2009

24 December, het moet rond kwart voor zeven zijn geweest. Er stond letterlijk een rij tot achter in de Mercadona, maar ik bleef glimlachend staan wachten, en liet zelfs nog een oude man achter me voorgaan. Voor het eerst vond ik dit soort rijen niet erg, vanavond is het Kerst dacht ik, ondanks de tien kilo aan boodschappen die nog ongeorganiseerd over de band verspreid lagen en ik nog mee naar huis moest zien te krijgen. Maar het zou me lukken, en zo groot als ik ook ben, sleepte ik de zeven plastieken tassen en mijn rugzak met kalkoen erin naar huis. Ik ben enkel een ananas verloren..

Marieke bracht het Sloveense bezoek uit Cartagena naar het busstation, en kwam vervolgens met nog meer tassen aangesjouwd en dumpte ze in Jaime’s kamer. Ik had mijn plek in de keuken inmiddels alweer gevonden, en toen ik de kalkoen wilde vullen, met combinatie van een beschrijving van ah.nl en een vage herinnering aan Jamie Oliver, kwam er achter dat er nog een drietal aan allerlei Greys Anatomy- achtige onderdelen, in het gevogelte verscholen zaten. Ik weet tot op heden niet was het in godsnaam allemaal was, maar het stimuleerde in ieder geval wel onze lachspieren. Ik heb het maar netjes in een bakje naast elkander opgesteld, zo als dr. Grey zelf ook gedaan zou hebben, en we hebben er hard om gelachen... Na enkele uren en twee glazen wijn later, terwijl het beest vreedzaam in de oven lag te rusten, waagden we ons alvast aan ons voorgerechtje van artisjokharten met Jamon Serrano en een veel te groot portugees knoflookbrood.. En ach, je weet wat men zegt over ‘Spaanse’ ovens, dus begonnen we ook maar vast aan de bijgerechten van aardappels, salades en opgerolde aubergines met geitenkaas. Het hoofdgerecht hebben we dan maar als toetje genomen…

Het liep al tegen twaalven, en onder de sfeervolle Art Nouveau verlichting van de Carcel Baja, liepen we beiden zowat drie maanden zwanger, via de kerstalletjes op de Alcaiceria naar beneden richting de kathedraal om de kerstmis bij te wonen. Ik herinner me nog de een ietwat studentikoze Erasmus woorden van Marieke bij de poorten van de kathedraal; ‘Goh, als ik had geweten da’k ook gratis die kathedraal in kon’.... prachtig lieverd, ik zal hem voor je opschrijven.. In de kathedraal, na de kerstmis, die altijd mooi maar net iets te lang is, liep ik voor de tweede keer Nanda uit Sevilla per toeval tegen het lijf, en twee banken voor ons werden we spontaan uitgenodigd om de kerstnacht te vieren in het huis van de Mexicaanse Jimena en Zuid Amerikaanse compañia. Na het Feliz Navidad wensen en nog een aantal Latijnse gebruiken, verloren we onszelf compleet aan de túrron de Alicante, polvorones en nog wat spaanse zoete verleidingen die thuis op ons lagen te wachten. Eerste Kerstdag hebben we op een stralende dag een typische kerstwandeling gemaakt naar de parken van het Alhambra, en de tweede, die ze hier overigens niet vieren, schaatsend in de Sierra Nevada ,onder de zon. En als het er zo staat geschreven, zo was het precies, als een postkaart, nou ja bijna perfect dan. Las Navidades Andaluzas..

De oudejaar cena van gisteravond was werkelijk geweldig, evenals de rare avond daarvoor. Toen we de hele avond ons vermaakt hebben volgens een fuga achtig schema van huis ,bar , bar , huis , Mae West , huis , om uiteindelijk weer ‘ns om acht uur te eindigen thuis. En na sluitingstijd van de lokale supermarkt, presenteerde zich gisteravond om half acht het oudejaarscomité aan de deur. Ze waren met een rode mini gekomen, tot de nok toe vol portugese waren, wijnen uit eigen kelders, kazen, en een compleet varken , maar je moest wel even puzzelen dan. Met zijn viertjes, kregen we alles snel boven, en groette ik nog snel de buurman van beneden die een achterdochtige blik over zijn schouder wierp . En zoals ik vorige week nog met een enorm gevogelte in mijn tas door de stad liep, stond ik nu weer met het varken in de lift. Ach, ik heb ook nooit gezegd dat ik niet van dieren houd. Er weerklonken geluiden van muziek en er werd driftig gehakt, geraspt, en gesneden, en de keuken veranderde in een bonte verzameling van van alles en nog wat..
Marieke en haar broer Jeroen met vriendin Puck, van eigen bodem, wijdden zich aan de beste tortillas terwijl João en Claudia uit Portugal achter twee enorme pannen verdwenen.. De italianen, Luciano en Carlo gingen het brood uithollen,en toen ik klaar was met het snijwerk ging ik maar knoflook raspen, dat moest immers ook gebeuren.. Rond negenen kwam ook de rest van Portugal binnen en Manu en Lobo, met Pauline uit Parijs.. plus een hele zware groene tas, die bij ieder bekend is. Vijftien, waren we in totaal.. De tijd ging weer snel te voorbij, en rond kwart voor twaalf, verenigden we ons met bakken vol met druiven en een witte karaf op Plaza del Carmen bij de rest van de stad, terwijl Granada aftelt om het jaar af te sluiten. In alle weelde van de Reyes Católicos en de rode bloemen van het plein, een wonderbaarlijk landschap. Ik wenste iedereen nog een gelukkig nieuwjaar, in zoveel mogelijk talen, en herinner nog me dat ik naar boven keek naar het mooiste vuurwerk dat boven me losbarstte…


En nu,1 januari.. Ik stond op en was blij dat alle woorden die ik in tweeëntwintig jaar heb verzameld nog binnen mijn bereik lagen. Ik raapte mezelf langzaam bij elkaar, trok mijn trui over mijn benen, struikel over een van mijn laarzen die me de weg blokkeerden en omzeil flessen en lege glazen jungle op weg naar de badkamer. Het huis deed me denken is aan een clip die ik ooit zag op MTV, ik wist alleen niet zo snel meer welke. Een rode bloem viel uit mijn haar en ik trof plots mijn huisbaas in de gang, ...dios de mi vida.. hij vraagt me of het traditie is in Denemarken om serviesgoed te laten sneuvelen.. ; Ik mompel iets in de trant van ‘grieks’, en voeg eraan toe dat we plastieken borden hadden, en dat ik later, alles wel uit zal leggen. Voor even bleef het stil, hij gaf me een knipoog en vertrok..

Ik wens jullie allemaal een mooi 2009 toe!

Eva

viernes, 19 de diciembre de 2008

Dos cenas de navidad y muchíssimas maletas..

Ik werd wakker, een zwaar hoofd, en terwijl ik twijfelde of ik op ging staan, zocht ik toch nog onder de deken naar de warmte van mijn bed. Het was leuk gisteren, te leuk. Zo leuk, dat ik nog sterker het gevoel heb dat ik de kerstvakantie geen beter begin had kunnen hebben, en dat ik het raar vind dat ik nu opeens alleen hier ben, in mijn kamertje bij Plaza Nueva..

Dinsdagavond in een bar verscholen in een smalle steegje, ergens achter Calle Puentezuelas, lag eens een bar die eerst nog leeg was, maar binnen enkele minuten opeens werd overladen door een bont Europees gezelschap bestaand uit Spanje, Duitsland, Italie, Frankrijk, België, Nederland, en Portugal, dat sterk vertegenwoordigd was. Het moesten minstens vijfentwintig mensen zijn geweest. De tafels overladen met allerlei soorten eten en drinken, en er werd de hele avond gepraat over van alles wat, feesten, school, kerst, familie toekomstplannen, en nog meer. Er werden kerstliedjes gezongen en natuurlijk werd het laat, en zijn we daarna nog doorgegaan naar de Chupitería 69, ja die, waar nummer 72 nog steeds mijn favoriet is. Aan ééntje had ik overigens wel weer genoeg gehad deze nacht, want tijdens het overleg van Giulia en de eigenaresse van de bar zei ik in een spontane bui dat de twaalf Italiaanse vrienden van Giulia, wel Nochevieja (Oud & Nieuw) bij ons in de piso mochten vieren, in plaats van de bar afhuren. Gelukkig is Giulia een vriendin en huisgenoot van Marieke , en zei me dat het voor haar iets als een droom zou zijn, en kon ik op de hulp van João en haar rekenen voor de voorbereidingen van de Cena,plus de rest, de betreffende avond. De woorden van Javier, mijn huisbaas ‘dat we geen feesten kunnen houden' waren vast ergens achter een gesloten deurtje in mijn hoofd blijven steken, maar ik zal een oogje in het zeil houden, als de situatie dat toestaat tenminste…

Part 2: Seis manos frías… un Bacalao..

Zorgvuldig ging ik door met het scheuren van de huid van de bevroren vis. Mijn vingertoppen waren inmiddels wit en gevoelloos geworden, maar ik werkte stug door. Een uur lang was ik compleet verloren in de enorme Alcampo geweest, op zoek naar datgene dat ik maar niet in de Mercadona vinden kon voor mijn Charlottes de Granadas, het toetje dat ik op me had genomen. Na een half uur rennen had ik alles bij elkaar gevonden en inmiddels stond het op te stijven in de vriezer en hielp ik João en Jaime met het schoonmaken van de kabeljauw.
Maandagavond spraken we met de Portugese João en zijn huisgenote Cristiana af, dat we woensdag dan eindelijk het beroemde kabeljauw gerecht voor ons zou maken, dat hij al heel lang beloofd had. Het zou dan maar een groot afscheidsdiner worden, voordat iedereen naar zijn eigen land vertrok met kerst, dat kwam zo uit, dus voor het eerst werd er niet zuinig gedaan. En hadden we zoals gewoonlijk weer te veel. Calle Salamanca, was ook aan de slag geweest, en Sara en Suzan waren ook gekomen. Nadat we samen de Mercadona waren gepasseerd voor de een paar boodschappen die je altijd vergeet, wijdde Cristiana en Luciano zich aan het voorgerecht, terwijl de drie schalen Bacalao al in de oven stonden, en de warme kaasbollen de tafel hadden bereikt. De namen van alle gerechten, op de kartoffelsalat van Norma na, zijn me helaas ontgaan, maar het was één groot festijn. Uiteindelijk hadden we drie portugese voorgerechten, twee bijgerechten, de Bacalao, en vier toetjes. Waaronder de Crêpes van Giulia en Paola, de Les Charlottes, de Stoofpeertjes van Marieke, en Jaime’s klassieker Brownies. Om over het brede scala aan soorten goede portugese en spaanse wijnen nog maar te zwijgen, voor iedere gang hadden we een iets bijpassends. Want dat vinden we heel belangrijk, als je het doet, doe het dan goed. Een van mijn favorieten, de ’vinho do Porto’, was helaas sneller op dan ik dacht, (was dus blijkbaar niet de enige), en ach..ik heb altijd Portugees willen leren. Ik heb die ochtend vier plastic tassen met lege flessen, diezelfde nacht nog naar beneden gebracht, na thuiskomst van de iets te drukke Vogue, die we daarna maar hebben bezocht totdat de eerste zonnestralen, achter de bergen vandaan kwamen, terwijl Granada weer langzaam stil werd.



..y unas centenas maletas

Toen ik met João het huis van Marieke binnenging, zag ik Manuel nog haastig een enorme ham in zijn koffer proppen, en voegde er aan toe dat ie dan maar minder kleren mee naar huis nam. Er hing er een briefje van Paola en Giulia in de gang dat ze al naar Italie zijn afgereisd, en ook de kamer van Norma was leeg . Ook de piso op Calle Alhóndiga, waar we het kerstfeest eerst mee zouden viereb is langzaam aan het leeglopen, en toen we het huis van de Portugezen passeerden, tegenover de kathedraal, was het er ongeorganiseerd, en een donkere chaos, en er lagen overal kleren en een tafel vol kadootjes die nog ingepakt moesten worden en vonden we alleen nog Verena. We namen afscheid, en ik liep haastig achter hem aan op zoek naar de bus omdat het al laat was, en ook hier, neem ik snel afscheid van voor de kerstdagen. Ik bleef alleen over, gisteravond op de Gran Vía. Vandaag is dan ook Jaime vertrokken, die ik niet zal zien tot 4 januari, Marieke is mee naar Málaga. En dat voelt vreemd, alsof ik het niet meer gewend ben om alleen te zijn.

Vanmiddag kreeg ik een smsje vanuit Cairo, en met de pot Nutella naast me op de sofa, luchtte ik mijn hart bij Laura op msn vanuit Mexico Stad en denk aan het gesprek dat ik met iemand had over familie gisteravond in de straten van Granada.. Ik kijk naar de msn- naam van mijn au- pair Paris nichtje Pauline; ‘so happy to be back home’, en die van Jolien ; ‘Kerst in NL’ verschijnt plots op het scherm.

Nu, heb de kaarsjes maar aangestoken, eet de restjes Bacalao die zijn overgebleven, met olijven en de Portugese wijn, en voel me voor het eerst een beetje alleen in Granada, terwijl ik het een boekje ‘Poemas del Amor Andalusí’ lees dat ik van Jaime en Marieke voor kerst heb gehad. Dit jaar wordt het een Spaanse Kerst voor mij, want deze kerstdagen zal ik gezellig doorbrengen met Marieke. We gaan lekker veel kerstfilms kijken, chocola eten, zingen, koken, skieen in de Sierra Nevada, lachen, karaoke zingen, dansen, skypen, lezen en chillen.. Het is heeft twee kanten, dat weet ik en dat voel ik, en dat had ik eigenlijk niet verwacht, nu iedereen toch weggaat, maar het worden drie fijne dagen.... en met Oud en Nieuw? ..dan is de rest al weer terug en wordt het het grootste feest ooit, hier op Plaza Nueva vast voor 2009. De kinderen op straat zingen “Feliz Navidad y prospero año nuevo.” En dat wens ik jullie ....állemaal!


Besos desde Granada

Eva

domingo, 14 de diciembre de 2008

Para ti..

Ik zou wel uren kunnen vertellen over het shoppen met Jaime en Marieke in Madrid in kerstsfeer, over de spraakwaterval van Miguel Sorroche in het Museo de las Américas over de Aztheekse kalender en de cowboyverhalen van Evelia Sánchez, de Starbucks en de tortillabar, het viersterren hotel dat niet echt viersterren waard was, de kapotte stoel nr. 53 achter in de bus naast een Argentijn, over slenteren met papa en mama in het mooie Sevilla, de rivier de Guadalquivir met de sinaasappelboompjes, de tapasbar ‘Doña Lina’, en de grote klokken van de Giralda én de buitenkant van het Alcazaba...

Maar ik kan nog veel meer vertellen… Over flessen wijn in hotel Britz, over Jaime in de Sierra, een grijze Ford Fiesta, de Castellana, de foto expositie in het bos bij het Alhambra, de Fransman in Zoraya, en de straten in Realejo en het Albaycín, een kerststal op de Alcaicería, en een ietwat vreemd afscheid in een garage bij Severo Ochoa. Of nog meer.., over plaksnorren op een Mexicaans feestje, over je misselijk eten op Sinterklaasavond, een mooi gedicht over mij, de kast die ik om half vijf ’s ochtends in elkaar zette, een roadtrip in 2009 van Pachuca via Yucatán naar Lima, over Bacalao die ik al geeneens meer zou hoeven zou, de hele nacht films kijken op een verdieping in Calle Elvira, over een zeker iemand die belde via Skype net onder de presentatie, over de witte Ribero del Duero uit kommetjes in Calle Jardines in een restaurant waarvan in de naam niet meer weet... ja, ik zou er wel uren over kunnen praten..

Maar vandaag... vertel ik over mijn zusje.

Afgelopen dinsdag, vlak na een presentatie over narcocorridos, om kwart over acht, verscheen ze op het vliegveld van Málaga. Drie zoenen, en we pakten snel een taxi richting het busstation, omdat we al bijna te laat waren voor laatste bus naar Granada, én omdat zij maar vier dagen zou blijven, en we liever geen tijd in Malaga wilden verdoen. De tocht van anderhalf uur richting Granada konden we niet stoppen met praten, over van alles en nog wat, en ondanks dat het als tegen elven was toen we in Granada aankwamen, hebben we toch nog maar meteen maar drietal tapasbarren bezocht, dat was wel een goede inleiding geweest, dacht ik zo.

De volgende dag, woensdag de tiende, een prachtig zonnige dag . We waren laat opgestaan en na het ontbijt van Crêpes, zijn we via de Paseo de los Tristes naar de Mirador gelopen, om vervolgens weer af te dalen en de bus naar de universiteit te pakken. Ik heb mijn zusje en laptop meegenomen naar een college van García Montero, waarin ze terwijl dat ik schreef, mailtjes stuurde naar California en stiekem opzij keek naar de jongen van negentien die een paar rijen achter ons zat. Na het college, toen we reeds de Mercadona gepasseerd waren voor wat lekkere dingen, zijn we gaan shoppen in het centrum en hebben we ons een zak kastanjes van kwaliteit aangeschaft bij een kraampje op de Carcél Baja, en kochten we hetzelfde zwarte jurkje bij de Stradivarius. Natuurlijk vloog de tijd, en zijn we Bar Salão in gegaan voor een Tinto de Verano, Navas 14 voor stokbroodjes met chips, en sloten we tegen twaalven de avond in la Bella y la Bestia.

En dan, donderdagochtend. Om half tien ’s ochtends, wachtten we voor ons huis op Pepe, die met ons naar Parque de Ciencias wilde gaan. Een wetenschappelijk museum, dat nu verschillende nieuwe exposities had. Waaronder één over het leven in Antarctica, een zaal met wilde dieren, een sectie met een kruising tussen Arte en Mechaniek, het menselijk lichaam, Italiaanse kunst en de Gulden Snede, maar ook veel Mathematiek waar ik me niet goed in kon verplaatsen, en waar iedereen het leek te begrijpen, nam ik dan maar aan. Het mooiste vond ik toch de vlindertuin waarin we ons als laatste in waanden, en waar onze architect Pepe aan Alexandra uitlegde welke planten hij op zijn Mexicaanse Ranch had staan. Later, zijn we op de valreep het Alhambra nog ingegaan, en natuurlijk werd er weer moeilijk gedaan door de chagrijnige vrouw aan de balie, maar werden we gelukkig bijgestaan door een aardig meisje, een gids, ze moest van mijn leeftijd zijn geweest. Zo konden we toch nog doorlopen zonder het Paleis zelfs over te slaan. Natuurlijk kan ik de Arabische patronen al bijna dromen, ken ik iedere deuk in het Alcazaba, en ben ik in staat om in één oogopslag mijn huis tussen de miljoenen huizen in de stad te vinden..Daarom vertel ik alleen dat we oude kinderen voor kinderen liedjes hebben gezongen in op de weg naar de tuin en foto’s hebben geschoten in het Generalife waar de zon nu toch wel op zijn mooist was, en dat we ’s avonds iets lekkers bij de Mexicaan hebben gegeten.

Vrijdag 12 december, ik stuurde nog snel een smsje terug naar Pepe die naar Egypte zal vertrekken, en wens hem goede reis. In de bus van tien uur naar de Sierra Nevada veranderde het landschap van een kille vlakte, naar een wonderlijk wit paradijs en toen we boven aankwamen, zijn we meteen in een bar koffie gaan drinken om en hebben we ons afgevraagd wat we eigenlijk zouden kunnen doen. Het sneeuwde buiten hard en toen het iets minder leek te worden hebben we ons aan de Rodelbaan gewaagd. Mijn zusje voorop, en ik moest dan maar bremsen, zonder bril, mijn ogen half dicht, door een sneeuwstorm.. Het is een wonder dat we niet op onze voorgangers zijn gebotst. We lachten er maar om, en zijn we pizza gaan eten in hetzelfde restaurant. We wandelden wat door het dorp, en opeens was ik mijn zusje even kwijt, en zag ik dat ze een kaartje met een telefoonnummer verzamelde bij een skileraar, waarbij ze me zei ‘Spaans en Skileraar, dat is de toch wel perfecte combinatie’. Ik knikte, en we liepen nog even rond en om te tijd te doden gingen we een laatste bar in het centrum van Pradollano waarin een vader nog snel zijn twee dikke zonen aan ons voorstelde, en zij hoopvol een blik wierp op het kaartje op de tafel met de naam ‘Enrique’. We bedankten ze vriendelijk en liepen richting de eerste bus naar Granada die namelijk pas om kwart over vier zou vertrekken.




Half zes, Granada ontwaakte langzaam weer en we winkelden nog even in de straat voor ons huis. Die avond hadden we namelijk een cena in het huis waarvan de meerderheid uit Belgen bestaat op Calle Alhóndiga, bij de Blanco. Suzan en Sarah hadden weer heerlijk gekookt, en het huis stroomde langzaam vol met mensen van verschillende nationaliteiten, maar mijn zusje voegde zich toch voornamelijk bij onze zuiderburen, gewoon uit gemak. Ze pastte er goed tussen, en ik zag dat ze zich vermaakte zich met filmpjes van Danzel en de fles Tinto de Verano, die we hadden meegebracht. Die nacht, zijn we nog naar een fout kerstfeestje op Recogidas gegaan, maar dat dan was al tegen het einde aangelopen. We verlieten het feest tegen vieren en ik stelde voor om naar huis te gaan, maar mijn zusje wilde de laatste avond Granada geheel benutten, wat ik volkomen begreep. Ik legde haar uit dat de Agora waarschijnlijk al dicht zou zijn, en dat Metro nog wel een eindje lopen was, evenals de Camborio, dat ik gebroken was van de Sierra Nevada en dat we morgen (of eigenlijk vandaag, over een paar uur) naar Málaga zouden gaan.. Maar niks kon haar tegenhouden. Marieke en ik keerden terug, haar moeder is immers op bezoek, en Alexandra wilde met nog wel heel even met Jaime mee. Ik vond het goed, natuurlijk, en slechts een half uur later kwamen ze thuis, de Metro was nog acht euro entree, en iedereen ging naar huis. De volgende dag zei ze me; ‘Vincent zei dat hij het heel leuk had gevonden dat het zusje van zestien, nog wel mee uit wilde en Eva niet meer’. Ik glimlachtte, mijn lieve zusje.

Zaterdag, de dag van vertrek, we haalden chocoladebroodjes bij het bakkertje tegenover ons en pakten de bus van twee uur naar Málaga, zodat we nog even konden winkelen in de Mall ,‘Maria Zambrano’. Ware het niet dat ik vergeten was op mijn rekening te kijken, en dat ik dus geen cent meer op zak had noch beltegoed, kwam ik achter in Málaga. Het zal wel weer met nummer 13 (december) te maken hebben gehad.. Voor het eerst was ik afhankelijk van haar om terug in Granada te komen. Hebben wij weer, nog vier uur de tijd, en met de dertig euro van mijn zusje konden we nog net een paar kleine kerstkadootjes kopen, de kaartjes voor de bus en de trein, en een afscheidsdrankje houden bij 100 Montaditos, en bracht ik haar bij naar de airport.

Dat was het dan, vier dagen met mijn zusje in Granada. We namen afscheid, twee kussen en een omhelzing een paar woorden, ik zag dat ze haar schoenen bij de douane uit moest trekken en dat nog snel deed. Ze zwaaide een laatste keer en verdween weer. Ik draaide me om, en keerde terug naar het station. De regen viel opeens werkelijk met bakken uit de lucht… Ay, winter in Málaga. Tijdens de terugrit in de bus terug word ik altijd overspoeld door een waterval van woorden die het tot een complete verhalen in mijn hoofd. En voordat ik begon met schrijven, op het witte scherm van mijn laptop dat eerst nog leeg was, verdrinken de woorden weer één voor één achter elkaar, tot dat er soms niets meer over blijft dan een twee uur lang staren naar het scherm. Lieve Alexandra, ik hoop dat Granada voor jou niet langer een klein stipje op de kaart is ergens in het zuiden, maar een plek waaraan jou slechts een mooie herinnering rest, die je kan bewaren ergens tussen de gedachten in je hoofd. Dit is van mij voor jou...


Met de soundtracks uit de films ‘Central do Brasil’ en Amelie. Amores Perros’ ‘Memorias’, en een Malagueña Salerosa op te achtergrond typ ik dicht en zit ik me te bedenken dat mijn zusje weer weg is…én dat ik met kerst hier in Andalucía vier, en het nog best lang duurt voordat ik iedereen weer zal zien..Dat soort momentjes heb je soms..ze is weer weg.


Maar gelukkig is daar weer de Granada... dat net zulke momenten weet te breken met een lachende Jaime die binnen komt met de volgende woorden: “Suzan en Sarah komen vanavond hier naartoe om chocola te eten en mannen te verachten’ .., en daarna gaan we Tapas eten..” Kom je mee?

Ik glimlach.., en zeg dat ik mee zal komen..

Liefs Eva

miércoles, 26 de noviembre de 2008

Comprar botas de la renta

Ik schrok op van het harde en onverwachte geluid, vergezeld door de hese stem en het aanraken van een snaar, precies op de juist plek, het juiste moment, van woeste hakken op het houten podium, dat al niet meer geheel intact was, en als krakende, één werd met het lied. Het stampvoetende wezen voor me trok een grimas, pijnlijk, verraden door de lijnen in het getekende gezicht . Het tafereel deed me denken aan een bokkend paard dat niet beleerd wil worden, de onvoorspelbaarheid, soms even zachtjes en ritmisch, als een stilte voor de storm, en dan de perfecte draai en een klap. Mijn hand waarin ik het glas hield, schokte.. s%^#^# weer een (rioja)vlek. Even dacht ik dacht ik aan de witte broek, maar dit keer was het gelukkig een zwarte panty. Mijn gezelschap gniffelde, en reikte me een servet aan. Ik lachte, ‘alsof de duivel ermee speelt’, dacht ik…

De afgelopen twee weken waren redelijk rustig, en de storm genaamd ‘Erasmus’ waarin ik me eerder bevond is een beetje gaan liggen. Met de nadruk op een beetje, want behalve op donderdag, vrijdag, zaterdag en ja ook de zondagavond na de klassieke (tapas)tourtjes en paseos door Granada met Jaime en Felipe, die haar kwam opzoeken, werden toch tegen een uur of twaalf, ook de Dancin’ shoes weer uit m’n kast -keukenrekje getrokken om samen met een bezoekje te gaan brengen aan de Nelson’s Taller Latino en de Agora. Marieke was dit weekend per bus naar een vriend in Cartagena vertrokken, maar zondagavond waren we weer zo goed als herenigd en hebben we daarna meteen maar koers richting de ‘Mae West’ gezet. Wat we dachten dat een luxe club was, een beetje ‘pijo’ zoals ze dat hier zeggen, bleek meer een mooie bar in westernstijl, en ondanks dat we misschien iets té classy binnenkwamen voelde ik me wel thuis. Het was dan ook een weer een leuke avond, en tegen zessen zagen we pas ons bed... Voordat men nou weer gaat denken dat er toch geen einde is gekomen aan deze ietwat hedonistische levensstijl met gek genoeg bijna dezelfde naam; ‘Erasmus-Granada’, wil ik jullie ook niet van het feit onthouden dat ik om tien uur, op de universiteit aanwezig diende te zijn voor zwaar college ‘Historia de la España Actual’, en dat ik ja..om vijf over tien me in aula 3 bevond, links voor op derde rij . Ik heb getuigen! En dat is de andere kant van de munt...
Bovendien, de boeken die ik had gepland te lezen, liggen inmiddels niet meer onaangeroerd op het bureau* , een eerste presentatie kondigt zich ook al spoedig aan, en werk ik tussen de kleine huishoudelijke taken, de Aerosalsa, en de boodschappen door aan een project voor ‘el español y los lenguanjes especializados’, waarvan de docent door Marieke is betiteld als ‘Piet Piraat’ , met zoveel stof voor verspreid over een half jaar dat in de eerder genoemde les echter in vijf minuten dient opgeschreven te worden . Maar goed, we doen braaf ons werk..

Verder maakt Granada maakt zich nu hard voor de winter, en er hangt zo nu en dan een roerige sfeer door demonstrerende studenten tegen ‘Plan Bologna’ of andere manifestaties. Gistermorgen was men al bezig met het ophangen van kerstverlichting en allerlei andere tierlantijnen, en over Plaza Nueva trekt een koude luchtstroom vanuit Sacromonte. Het is er altijd twee graden kouder, is hier bekend. De bloempotten aan de balkons worden met een lelijk plastieken zeil bedekt en ook de Darro en de Genil, twee bergriviertjes, diens weg een smal stroompje was, herwinnen hun pad naar beneden en de kastanjebomen op de cuesta de los chinos laten hun vergeelde bladeren langzaam vallen... Ja, Andalucia is voor even veranderd, maar gelukkig is de lucht is nog altijd gekleurd in het mooiste blauw dat je jezelf maar kan voorstellen en de witte pieken van de Sierra Nevada doen bijna pijn aan je ogen als je er te lang naar kijkt.

Nu we het toch over winterse taferelen hebben, het compromis ‘niet teveel stoken maar je er goed op kleden’, oftewel ‘ik koop liever een trui dan dat ik het aan g/w/l spendeer, ’ dat Jaime en ik al in september hebben afgesproken, lijkt nu toch al echt wel minder realistisch dan een maand geleden, dus sinds een week ben ik in het bezit van een goedkoop, doch fijn Alcampo- kacheltje, nieuwe bruine laarzen van de Zara , en hebben we toch ook de verwarming toch maar aangezet. Het moet immers wel leuk blijven, en ach.. ook aan de extra truien, en vesten en sokken geen gebrek, ik kan namelijk na een lang en moeilijk traject weer pinnen en trouwens.. de huur mag de hele week nog heeft Javi gisteren gezegd.


Het was weer een bijzonder weekend maar toch kijk alweer uit het volgende, want mijn kast zal na twee en een halve maand wachten, op de legendarische datum van donderdag 27 november tussen acht en tien eindelijk worden bezorgd, én nog belangrijker, ’s avonds komen mijn ouders aan in Granada. Verder ben ik het komende weekend twee dagen te vinden in Madrid, voor Arte Préhispánico, en hopelijk passeer ik maandag ook nog Sevilla.. Jullie horen het wel!
De klok zegt 2.14, de glasbak op Plaza Nueva wordt geleegd, en de Kebab King sluit zijn luiken. Ik denk dat ik dat eigenlijk ook maar ga doen..

Welterusten en een knuffel uit Granada,

Eva


*twee ‘bokken’ met een plank

viernes, 7 de noviembre de 2008

Frío Frío

Frio, Frio como el Agua del Rio
Caliente, Caliente como el agua de la fuente...
Federico García Lorca

Ik herinner me de woorden uit een artikel van Ortega en Gasset, van meneer García Montero, een bekende auteur en dichter uit Granada, waarbij ik ook colleges volg,; “De reiziger, is op zoek naar de perfectie, op zoek naar iets om dichter bij het zelf te komen, daarentegen de Andalusiër reist niet, en blijft gewoon op zijn plek wonen, want in Andalusië ben je bij dát wat je wil zijn”. Nou kan je denken, mooi filosofisch geblaat, of wederom een perfecte reclame slogan, dat natuurlijk in het spaans nog tien keer zo mooi klinkt, en hecht ik misschien meer waarde aan hoe deze man het uitspreekt dan de beladen inhoud, maar toch... je doet er iets mee. Alleen ik zou dan wel het woord ‘zomer’ of ‘nazomerse herfst’ toevoegen, want het weer speelt hier zeker een rol in. Bijvoorbeeld op het dakterras van Marieke, tijdens een verjaardagsfeestje van Giulia. Het was een warme en heldere avond, er was een achtergrond muziek, wijn en eten, gezelligheid, en uitzicht op verlichte Alhambra. Het voelde als een perfect afscheid van een zomerse herfst waarin er geen plaats is voor regen. Als een soort van perfecte filmsetting, zoals ook de picknick in het park in de zon, of de tapasbar in Calle Elvira, waarin tientallen jonge mensen zich verenigen en al pratend de avond vullen… Meer dan dat heb je niet nodig, zo nu en dan.

En met de studie? Hoor ik menig lezer al denken naar het lezen van mijn zoveelste verhaal over 'la vida granadina'. Nou, om daar maar een héél klein beetje over te zwijgen..want eigenlijk ben ik druk bezig, met het praktijkgedeelte, noem ik dat dan altijd maar, om het leed enigzins te verzachten..Vorige week had ik weer eens gezellig internationaal bezoek, een Mexicaanse en een Duitse, die studeren in Milaan. Het weer was lekker, dus de stad binnenste buiten gekeerd, traditionele tapasroutes gedaan, en de lokale barretjes en clubs langsgeweest. En naast onze cena, die ik samen met Paola, Marieke, Jaime, Anne en Alejandra had voorbereid voor tenminste twaalf personen, kwam er diezelfde week een clubje italiaanse hobbykoks ons weer verassen. Tussen alles door, ben ik ook nog met de Portugezen naar Sacromonte geweest, om de zonsondergang te bekijken, en heb ik geprobeerd op om z’n minst één boek uit te lezen. Maar ik heb het gevoel dat ik ook niet veel meer nog hoef te doen..omdat alles in twee weken aan het einde van januari wordt gepropt.. maar dat zien we dan wel weer. Er is ook nog zoiets als kerstvakantie, toch?

En dan nog Halloween, of wel Allerheiligen, Día de los muertos, dat oorspronkelijk op vrijdag wordt gevierd maar dat in Granada op donderdagavond al een intro heeft in de vorm van een bonte parade van rare pakken en gekken in de straten van Granada, huisgenoten en medestudenten die geheel verkleed de kamer binnen komen vallen in een Engelenpak, een Duivels gewaad of slechts een kleurrijk supermarktmasker.. de één nog uitbundiger dan de ander. In deze vooravond van dit bonte feest, verliet ik de stad op weg naar Málaga om mijn nichtje op te halen. Omdat het al laat en er geen bus of trein meer huiswaarts ging, waren we genoodzaakt een nachtje in Málaga te blijven bij de Franse jongens van het hostel in Málaga waar in inmiddels al benoemd werd tot bijna vaste klant. Die avond hebben we het rustig gehouden en zijn we na drie rondjes lopen bij een tapasbar uitgekomen dichtbij het strand. Wat een bijna perfect ‘Bienvenidos en españa’ leek, werd de volgende ochtend grofweg omgegooid door de weergoden boven ons. Ik werd wakker van de kletterende regen tegen het raampje naast mijn bed, typisch Málaga noem ik dat tegenwoordig en hoe eigenwijs we ook waren, we wilden nog even shoppen in voordat we de bus naar Granada zouden nemen. Dát hebben we geweten. Waar je normaal op iedere hoek van de straat een parapluverkoper ziet staan, kwamen we in de stad niet meer tegen dan een enkele rokende kastanje kraam. En door een gebrek aan paraplu’s, plus overschot aan Zara’s en een té lange en gladde winkelstraat kwamen we uiteindelijk via het hostel uit op het busstation, doorweekt wel is waar, maar we lachten nog. In Granada regent het vast niet, dacht ik stiekem. Maar ook de rest van de week hebben we het helaas niet droog gehouden, en ondanks dat er op sommige momenten letterlijk de hemel naar beneden kwam vallen, en ik soms dacht dat de kou van Sierra letterlijk mijn matras uitkwam, warmden we onze handen in de drukke tapasbarretjes in Calle Navas, hebben we gedanst tot de zon bijna opging in een danscafé in Cuesta de Gomérez, zijn we na een uiterst spannende wandeltocht door het Albaicín naar de Flamenco show in geweest, en zijn we wat internationale feestjes afgeweest.

Ook het Alhambra lag er maar winters bij dezer dagen, maar voordat we daar inkwamen..?! Nou, lieve lezer, het moet bijna nog makkelijker zijn om de paus tot de islam te bekeren, dan dat je als studentje het Alhambra wil bekijken, als je niet over een creditcard beschikt. Ook al gebruik je die van je ouders of een familielid, want dan heb je een fotokopie en een ondergetekende brief nog van degene die de creditcard bezit… stond er in kleine lettertjes onder aan de site. Die hadden we natuurlijk niet, en hebben we het (zeer professioneel) met een in vijf minuten uitgetypt vervalst briefje op zak, snel koers richting het Alhambra gezet. Eenmaal bij de ticketbalie probeerden we ons verhaal uit te leggen, kozen we uit alle baliemedewerkers, de man uit die er het meest vriendelijk uitzag, en ik zag dat Marie achter mij zenuwachtig begon te worden. Ik zette mijn liefste stem op om het probleem uit te leggen. De man mompelde iets, vroeg naar wat gegevens en ik keek hoopvol naar de printer die onze kaartjes uitspuwde.. Ik geloof dat we de eerste van die dag moeten zijn geweest die juichend het Alhambra binnen liepen, aan de blik van de bewaker van de poort te merken... De rest van de dagen, de stad verkent, vooral Recogidas, waar je lekker kan winkelen. De laatste avond voor het vertrek,hebben we in Calle Buensuceso, bij Taquería México de vakantie van mijn nichtje gezellig tot een einde gebracht, en de volgende dag, na de lessen, afscheid genomen op het busstation, dat voor mij wel een beetje vreemd voelde toen ik terugkeerde naar het grote huis op Plaza Nueva.


Deze week was een koude week, de eerste echte. Maar telkens als ik de vroege avond, geheel in mijn sjaal gedoken, na het College van Lorca y la Generación del ’27 de heuvel afloop kijk ik uit over Granada, waarin de miljoenen lichtjes zich langzaam verspreiden over de stad. Tegen de achtergrond ligt de Sierra Nevada, diens toppen nu al bedekt zijn met een donzen laagje. Het is net een schilderij, alleen lopen we er zelf in. Soms op zo’n moment heb ik altijd zin in een zielig liedje op je Ipod. Het is hetzelfde gevoel alsof je naar een dramatische film zitten kijken, lekker janken dat heb je nodig.. zo af en toe. En als ik dan toch bezig ben, dan pak ik dat gezeur om die rotkast er gelijk bij, ik zou hem geeneens meer hoeven.. het feit dat ik nu wel een pinpasje heb maar géén code, en dat alles weer fout is gegaan bij de bank, dat je het Alhambra alleen met zo'n stomme creditcard kan betalen, en dat het gewoon koud is en regent…

Maar ondanks die kou zit er ergens ook nog altijd dat ‘warme’ gevoel dat overal in de stad verscholen zit, en wat er altijd wel is. He is net als de zon, je ziet hem niet altijd, maar hij is er ongetwijfeld. Bijvoorbeeld ook in het glas wijn, in muziek, in de bar of tablao, in herinneringen of.. in personen…

Liefs uit Andalusië

jueves, 23 de octubre de 2008

A Bittersweet Symphony...

Woensdag 3.45 a.m.. Een meerstemmige Spaanse Canon galmt tot ver over Plaza Nueva, ik ken het ergens van en het klinkt eigenlijk best mooi, maar niet nu. Een beetje boos draai ik me nog een keer om en bedenk me dat ik morgen vroeg op moet, of dat ik op z’n minst vier uurtjes wilde slapen.. Mijn balkondeur heeft een lichte buiging naar binnen dus ik hoor alles. En een ritme in het Erasmus leven waarin ik me bevind? Dat heb ik al niet meer. Het is slechts een aaneenschakeling van gebeurtenissen waar de tijd ook niet belangrijk is, alleen voor school dan. Fiesta en Siesta, zijn twee belangrijke hoofdbegrippen in het Spaanse Erasmus Vocabulaire, maar laten we ook vooral de studie niet overslaan, dat is eindelijk wel het Leitmotiv, oftewel de hoofdreden dat ik hier ben.

Er is inmiddels een maand verstreken, maar het dromerige vakantiegevoel wil maar niet verdwijnen, alhoewel de herfst in Andalusie zijn intrede al heeft aangekondigd, niet alleen door de windhozen en regenbuitjes die af en toe over de vallei heen trekken, doch ook de geur van verbrand hout, geroosterde kastaCursiefgnes en noten zorgvuldig bereid door een gitana op de hoek van de straat. In deze herfstachtige setting plaats ik ook afgelopen twee weken waren de fiestas medievales op de Dia del Pilar, een religieus feest, met een soort braderie van authentieke producten en barbecues in de stad. Iedere koopman gekleed in een middeleeuwse gewaad en theatervoorstellingen voor de kathedraal voor kinderen. Met de italiaanse huisgenoten van Marieke; Giulia, Paola en Manuel en (het is al bijna cliché) een riojaatje, op de trappen voor de kathedraal, so generación ’27.. Maar één tip; trek vooral geen witte broek aan. en ja, ik kan zo nog wel even doorgaan met vertellen hoe geweldig hier alles is, maar laten we de realiteit ook maar even niet vergeten, de tijd staat nóóit stil, en dat is misschien ook wel de reden dat ik er nu pas weer een nieuw verhaal op kan zetten.

Parte 1: Córdoba, tres horas para 1001 noches..


Het is inmiddels alweer een tijdje geleden maar op een buiige maandag, de 15e hebben we Córdoba bezocht. Even een culturele break, tussen de Camborio, Chupeterías, de Mango en de Tapasbar door. Een typisch spaans stadje met moorse invloeden, iets ten noorden van Granada. Het is niet groot en het centrum is omringd met hoge stadsmuren en in het midden van alles staat de bekende Mezquita (Moskee) van Córdoba. Een architectonisch hoogstandje uit de achtste eeuw, dat tijdens Kalifaat van Córdoba en later in de 13e eeuw als kathedraal van het bisdom van Córdoba werd beschouwd . Het is niet alleen prachtig, maar het heeft ook nog een verhaal dus. ’s Ochtends om 8.00m uur stonden we paraat, (ja, het is werkelijk een wonder), om vervolgens drie uur te rijden, met ASEE, een studentenorganisatie die goedkope tripjes organiseert speciaal voor erasmus studenten in Granada. En écht, deze keer waren het slechts twee bussen, normaal zijn het er op z’n minst vijf..,en toch, hoewel ik de mooiste plek in de bus had.. zou ik het niet nog een keer doen. Ik houd gewoon niet van wachten op 200 man, nog minder van in de rij staan in de regen zonder paraplu als je net je haar hebt gewassen, en ja hoor, ik had nét nu die witte broek weer aan. Dat ding lijkt wel regen aan te trekken.. Hoewel Córdoba zelf wel een mooi stadje is, was er weinig te beleven vanwege de feestdag die gaande was. In Spanje betekent dat namelijk, dat álles, maar dan ook echt álles gesloten is. Behalve natuurlijk de toeristische kiosken en monumenten, de 27/7 paardenkoetsjes, en de duistere parapluverkoper op sandalen blijft natuurlijk ook gewoon zijn werk doen. De mezquita was toch wel de favoriet van de dag, en de tocht met twee Franse meisjes op zoek naar een tapasbar was ook zeker heel gezellig, maar ook de Arabische tuinen van het Alcázar deden daar zeker niet voor onder ..(alhoewel ik in plaats van lelijke Oranje Afrikaantjes als border wel een ander soort bloempje had uitgekozen.. maar ja, ‘het is mijn tuin niet’, he” zeg ik dan maar altijd. Op de terugweg ondekte is per toeval nog Sting en Cheb Mami’s, ‘Desert Rose’, die nog ergens verdwaald op mijn Ipod stond... nice, die is voor in de bus terug..!


Part 2: La Sierra Nevada..frío, viento y vino tinto..


Zoals je in Spanje de ene week met je bikini op het strand kan liggen, de volgende avond je compleet in moorse sferen kan bevinden in een téteria, kan je de andere dag opeens vijf truien over elkaar heen trekken. We hebben voor Granada ook maar een variatie op de slogan voor Spanje bedacht, (i.p.v. “een lach en je bent in Spanje”), want die vlieger gaat niet altijd op. Beter, “Alles kan… want je bent in Graná”. Nou ja, als je het heel snel uitspreekt klinkt het ongeveer hetzelfde, en die ‘lach’ komt altijd later, net als de kater’ trouwens. Zondag zijn Marieke en ik, samen met Bas en Paul uit Cartagena, de Sierra opgeklommen. Nou ja, met hulp van een Seat Ibiza voor de eerste 25000 meter maar die laatste 300 hebben we toch écht zelf gedaan. Natuurlijk is in Spanje hier niet alles zo gezegd, zo maar even gedaan?.. , want ook uitgerekend deze zondag moest er weer een hardloopevenement in stad zijn waardoor alles afgesloten was, en na een half uur de bordjes ; Sierra Nevada”volgen waarbij we telkens weer op de zelfde plek aankwamen besloten we toch maar een andere weg te nemen.. Daar gingen we dan, de berg op, muziek aan; ‘I’ve got a feelin’inside ..’ en het roadtrip- gevoel kwam weer helemaal naar boven, en ik weer blij. De eerste stop was een informatiepunt in de bergen, met een bordje dat het alleen op maandag gesloten zou zijn. Het uitzicht was fantaaástisch maar er was werkelijk geen kip te bekennen, dus besloten we maar verder te rijden. Segunda parada, Monachil! Een uitgestorven skidorp, maar waarempel, er was een kiosk open waar we iets konden vragen voor eventuele korte wandelroutes, met de nadruk op ‘kort’ hoopte ik stiekem natuurlijk, want de bergen zagen er werkelijk bedreigend uit, voor iemand die maar twee uur heeft geslapen de nacht ervoor. Hier werden we van het ene plein naar het ander gestuurd, en toen we erachter kwamen dat het hele dorp uit slechts pleinen bestond en ook een uitgestorven indruk werken besloten we maar verder de Sierra in te gaan.. Toen we onderweg waren, opeens in ‘the middle of nowhere’, een bar met zo’n groot amerikaans higway bord: ‘abierto todo el año’ (het hele jaar geopend). Alleen Dios wist waar we zaten maar we gingen ook hier toch maar naar binnen. Een vriendelijk Spanjaard, die me deed denken aan dat knorrige personage uit Heidi , wees een paar keer in het rond, mompelde over een Laguna die achter de berg moest liggen, dat wel de moeite waard was om te bezichtigen. En toen we de deur uitliepen riep hij nog: “Si los nubes se van a bajar, hay que regresar”*, en hee ‘die rijmt’ dacht ik bij mezelf, zonder er verder nog over de betekenis na te denken. (*Als de wolken gaan dalen, moeten jullie terugkeren).. en vol goede moed, liepen we richting berg.

Ruim een half uur hebben we omhoog gelopen, richting een groot kruis ergens halverwege de berg, en daar even wat plaatjes geschoten ten midden van wat andere wandelaars die veelal hetzelfde deden. We passeerden dit stuk, en liepen vervolgens nog wat verder omhoog de bergen in over. Na een half uur, werden de paden echter minder goed begaanbaar en kwamen we ook steeds minder van die nordic walkers tegen, maar we wisten zeker dat we nu in de buurt van de Lagune de las Yeguas moesten zitten’, dat kon niet anders..dus liepen we maar door over een smal paadje achter een hoge top (het deed me denken uit zo’n scene van Lord of the Rings, toen ik de foto’s terugzag, alleen het pakpaard ontbrak nog). Uiteraard konden we niet zien wat de wolken deden, áchter deze top.. Beste lezer, je voelt het al aankomen.. Een koude wind, stak op, toen we tussen de twee bergen doorliepen, en ook de wolken kruisten jammergenoeg ons pad.. En ook nét op dit moment, en niet er voor, noch erna, herinnerde ik de woorden van de man uit de bar ‘als de wolken....


Na tien minuten vonden we godzijdank een schuilplaats in een verlaten skiliftstation, ergens in de bergen. En echt, deze komt zeker in de top 5 van raarste plekken waar ik ooit gepicknickt heb.. Weer niemand te bekennen,ze waren er nog aan het verbouwen, want er stonden overal kranen, werktuigen, mappen en computers etc. In de hal, zochten we even vier stoffige stoelen bij elkaar, en zo konden we tenminste schuilen tegen het weer, ook al waren we min of meer al doorweekt, maar met Eve’s homemade tapas- pakket, olijven en een fles wijn werd het leed toch enigszins verzacht. Na een klein uurtje,toen de wind was gaan liggen, bereidden we ons maar voor op de afdaling die gelukkig altijd sneller gaat, en waren we ook zoo weer beneden bij de bar. De man schudde met zijn hoofd, in de trant van, ‘die jongeren ook altijd’, en na iets warms verlieten we de bar en stond de Seat Ibiza gelukkig nog op dezelfde plek op de parkeerplaats. De kachel op tachtig, en gaan met die banaan…


Parte 3; La vuelta a Granada, y la pura realidad

En ja, voordat jullie allemaal weer gaan denken, dat het verhaal mooi tot een einde zal komen, zal ik maar gelijk nog even met de deur in huis vallen, en het bittere randje in het laatste deel van de Granada- symfonie maar even aandikken: Ik ben namelijk mijn pinpas kwijt...

Toen ik maandag mijn pasfoto wilde kopieren in de copyshop bij de universiteit, merkte ik dat het leren vakje waar hij zich normaal in mijn portomonnee zit, leeg was. No pasa nada dacht ik, maar ik vond het wel vreemd, en ik ben snel naar huis gelopen om de ongeveer twaalf tassen om te keren of hij daar niet mogelijk ergens in was blijven hangen. Na de negende tas, een omgekeerd bureau, bed, sieradendoos en de rest van de piso begon ik me toch wel zorgen te maken. En ben maar gelijk naar de bank gegaan waar ik voor het laatst had gepind, .. c*ñ* dat was vrijdag. De vrouw achter de balie was kortaf tegen me, en meldde dat als ik hem mogelijk in de pinautomaat had laten zitten dat ze hem dan naar Nederland op zouden sturen. Nou, das lekker dan. Kon ze niet gewoon even gaan checken of dat hij soms hier in het gebouw (nota bene ónder mijn piso) zou bevinden, dat zou me een hoop ellende besparen. Maar nee, dat was niet mogelijk. Daar hebben we het al, alle herinneringen uit Andalucía 2006 kwamen weer naar boven, en ik heb de boel maar meteen laten blokkeren. Ik wéét ook gewoon echt niet wat ik er gedaan heb, maar de Spaanse pinautomaten zijn nou eenmaal niet uitgerust met een alarmsysteem voor het uitnemen van je pasje, zoals in Nederland wel het geval is. En ik herinner me dat ik weer heb staan te kleppen, en in alle haast het geld en een bonnetje eruit heb genomen, en ja.. bij de Caja Rural.. ja hoor.. Krijg je je pasje als laatst. Maar dit is nog niet alles, de bank in Nederland wilde me in eerste instantie géén nieuwe sturen, omdat ik niet door heb gegeven dat ik voor studie in het buitenland zat.. Nou brak me werkelijk de klomp, want ik wil altijd alles tot in de puntjes geregeld hebben, zodat ik dit soort gezeur kan voorkomen, en er is niemand, maar dan ook niemand van de hele universiteit of wat dan ook, die me hierop heeft gewezen. Ik heb er ook geen moment bij stil gestaan, maar goed, na een onderhandeling van 20 minuten plus wachttijd, met mijn Nederlandse telefoon vanuit Spanje, werd er dan tóch een uitzondering gemaakt gelukkig, en moest ik alle documenten weer gaan faxen.. Gáán we weer, maar goed, als ik het daarmee geregeld kan krijgen.? Pues.. BIEN. Gelukkig heb ik genoeg mensen die me hier kunnen helpen, maar hoe lang ik hier nou weer op moet wachten…

Die avond zijn we naar de Tortuga gegaan met wat lokale bekenden, hadden we gisterenavond een ongeplande maar te gekke ‘80s’ party in de Vogue, liggen Marieke en ik dubbel om een catalaans lesje over ‘peusec’ (anti-zweetvoetenmiddel) en over het feit dat ik enorme spierpijn heb van een potje tafelvoetbal, blijft ‘hay ‘más’ amores’ een klassieker. Daarnaast is nummer 72 in de Chupeteria nog steeds mijn favoriet én telkens als ik jullie mailtjes en berichtjes lees verschijnt er toch weer de glimlach (dankjulliewel!), die een kwartier lang niet van mijn gezicht te poetsen valt. Alle leuke dingen wegen dan toch weer zwaarder om je daar ook maar meer dan twee dagen druk over te maken. We zijn tenslotte in Granada. Basta…!

Liefs Eva

jueves, 9 de octubre de 2008

Un poco de Nostalgia..

Afgelopen maandag in de bus, van Granada naar Almuñecar, dacht ik even terug aan de vakanties uit mijn kindertijd, toen na de pasionele en doordringende klanken uit de kelen van de gitanos, opeens lieflijk genoeg ‘Une belle histoire’ van Michel Fugain, uit de radio klonk. Een vriendelijk intermezzo tijdens zo'n tocht, want zo ruw als de stem van een klassieke flamencozanger wat normaalgesproken door de bus galmt, zag ik ook het Andalusische berglandschap voor me. Langs verlaten keramiek winkels, pottenverkopers en haciënda’s, dacht ik weer aan de eindeloze ritten op de achterbank samen met mijn zusjes, in Frankrijk, op weg naar de kust. Vaak fantaserend over de letters van de franse nummerplaten, waar soms rare woordspelingen uit voort kwamen, of zwaaiend naar passerende vrachtwagenchauffeurs en de mensen in de voorbijkomende treinen, die altijd harder gingen. En ook herinnerde ik me een achterbankklassieker van Lau, mijn zusje, die gewoon áltijd werkte: “Mama?..Eef en Allie, willen echt héél graag een snoepje, mag dat?”... Ja, deze gedachten bracht de chansonnier zomaar weer even in me naar boven op een zonnige maandag in Spanje. En wat als kind lange uren rijden leek, is nu zo gepiept, want als ik me bedenk dat we in Mexico er nog geen half uur over na hoeven denken of we de zeven uur durende rit naar naar de hoofdstad wel zouden maken, ja dus. Als je dan weer bedenkt dat het net zo ver is, als van Nijmegen naar Parijs.... ach ja, laat ik er maar over ophouden, time flies, en iedereen herkent het vast, als je maar weet dat ik aan jullie denk, zo nu en dan…

En toch, ook deze week is weer gevlogen. En naast de lijst mannen, die nóg langer is geworden, kan ik er een nieuwe docentenlijst bij maken. Je hebt ze namelijk ik alle soorten en maten, goede en slechte, dikke en dunne, maar voornamelijk veel mannen hier. De afgelopen week heb ik namelijk zoveel vakken gevolgd, en ben ik vier dagen ’s ochtends ‘vroeg’ de berg opgelopen en ’s avonds weer afgedaald en zelfs dán was het nog moeilijk om een beslissing te maken. Het vakkenlijstje wat ik van te voren had gemaakt, werd al naar één dag aanzienlijk korter, en ná de tweede dag, na een college over prehistorisch gesteente met drie mensen (zie je me al zitten met m'n nieuwe Zara sunglasses), een buitengewoon deprimerend personage voor Spaans Art Nouveau theater, twee anti- Erasmus docenten, een dictator uit de ouwe tijd, een foutieve vakbeschrijving, en een paar onbekende reglementen..én leraren die niet eens op kwamen dagen… zakte ons de moed wel een beetje in de schoenen, als we in de comedor van de faculteit onze lijstjes grofweg met rode pen inkortten. Om een lang, en vooral saai verhaal kort te maken, van de lijst die ik had opgegeven, is werkelijk niet één vak overgebleven. Want hoe gek het ook klinkt, het niveau van Spaanse vakken in Nederland is toch écht wel hoger. Toch heb ik het bij elkaar geraapt, én zelfs een perfect rooster weten te construeren, en volg ik zowel Arte Préhispanica, als Arte Mudéjar. Bij Spaans, El Español y los Lenguajes Especializados en Historia de la España Actual, én Federico García Lorca y la Generacion de ’27. ..And I’m happy with it..!

En toen, hadden we opeens zin in het strand, dus hebben we zondagavond besloten dat we maandagochtend de bus naar Almuñecar zouden pakken, waar we op het strand, een goed gesprek hadden met Felix (en Shadow, zijn pup) een Duitse avonturier die in een tentje langs de stranden van de Costa del Sol trekt, en een paar italiaanse heren waarmee we wat hebben gedronken op een terras. Verder breng ik de dagen voornamelijk door in de tapasbar of téteria, of ga ik ergens dansen, kom ik soms dan om elf uur dan weer om vijf uur thuis.. ga ik naar college, word ik een keer in de lucht gegooid door Deimos, een cubaanse salsajongen.. of lekker wandelen naar een Mirador , de zonsondergang afkijken op een muurtje op de berg, en dan je verbazen dat het toch écht diezelfde zon is, die we in Nederland ook hebben, maar nooit zien (zie foto’s).. En dan de tablaos passeert, met de fiere andalusische paarden aan de muur geknoopt, terwijl hun baasjes een tablao in zijn gedoken voor een caña, verzetten wij onze weg voor een tapasje bij de chicos op de paseo de los tristes. Maar soms ook gewoon gezellige boven, bij Marieke. Diens traditioneel Spaans doch krakkemikkig huis, ook telkens weer voor verassingen zorgt. Want dan hebben ze geen warm water, dan weer geen licht, gas of/en internet, we hebben alles al gehad. Maar met een beetje creativiteit, een José die verstand van zaken heeft, (ook van vooroorlogse stoppenkasten), én een flesje rioja, komt het altijd wel weer op z’n pootjes terecht. En de avonden zonder stroom, hebben immers ook wel iets.. En daar zijn ze het in Utrecht vast ook mee eens.. toch?

Al met al, we hebben het voor de zekerheid toch nog maar even gevraagd aan de wietkoning van beneden, een Argentijn verrassend genoeg, of we dan nog eens bij hem mochten koken (zij koken ook electrisch) als die stoppen er boven weer eens uit knallen..


Liefs uit Granada

domingo, 28 de septiembre de 2008

Tinto de Verano, Chocolate en Baklava, en een beetje Salsa

Het is zondagochtend 11.30, het regent een beetje… Dik twee weken zijn inmiddels verstreken, en ik voel me wel al een beetje thuis in Graná. Misschien wordt het tijd om er maar weer eens iets over te vertellen tussen alle gesprekken door, want ja, “time flies when your having fun”. Waar ik de afgelopen dagen heb uitgehangen weet ik ook allemaal niet meer precies.. alleen ik weet inmiddels wel waar ik de lekkerste baklava kan halen, goede tapas kan eten en waar we het best de salsa kunnen dansen, en waarempel.. het zit allemaal om de hoek. Ook probeer ik maar weer eens een vermakelijk nieuw verhaaltje in elkaar te flansen, maar met skype, msn, mail, telefoon en een gillende jaime die vanuit de badkamer vraagt of dat ik de boiler opnieuw aan wil zetten, of vraagt hoe de citruspers nou ook alweer werkt, is dat niet zo maar even gedaan.

De afgelopen dagen hebben we ook vooral Calle Recogidas afgestruind naar iets fatsoenlijks om aan te kunnen trekken, want tja, aan een koffertje afmeting weekendtas, voel ik me als een net alsof ik me zo kan verenigen met de talloze hippies in het Albaycin, die altijd dezelfde serenades brengen aan de altijd onbekende geliefden, en die verder ook niks nodig hebben.. Zij misschien niet, maar mijn ietwat matrialistische deel helaas toch echt wel. En op de achtergrond klinkt weer zachtjes ‘Mi primer millon’ van Bacilos vanuit mijn kamertje op de Plaza Nueva.

Verder doen we alles via de gemakkelijke weg; ‘Relax the max’. Een beetje Spaans dat wel, dus we raken al aardig ingeburgerd. Alleen, enige lastige vraagstukken waar Jaim en ik elke dag weer mee te kampen hebben zijn: “Wat moeten we nu weer aan?, is het niet té (kort)? Of zal ik die hakken wel aandoen?”..Ook welke thee zullen we kiezen (lees: ca. 981 smaken) is iets wat me altijd weer toch twijfels beweegt. Tja het leven gaat niet over rozen..soms.. want ook ben ik trouwens al een keer languit over straat gegaan voor de deur van het appartement (nee, mama, ik had niet gedronken), en ik heb natuurlijk alweer mijn eerste Rioja vlek op mijn witte broek gesignaleerd. Verder heb ik ook nog steeds geen kledingkast, want die is besteld bij één of andere teletienda, waarvoor wordt gebeld als ze aan de deur staan. Ik hoop trouwens écht niet dat we worden geacht deze zelf in elkaar te zetten?! Nou ja, gelukkig heb ik al wat telefoonnummers van Juanitos en Carlossen al verzameld die dat allemaal wel zou kunnen doen...

Trouwens, over Carlossen en Juanitos gesproken. De lijst telefoonnummers van ons drieën bij elkaar, begint toch al aardig lang te worden.. En we zeggen altijd; “sms’en ze/we na een paar keer niet terug?, Niks aan het handje, de rij is nog lang”. Want voor ieder probleem wat we mogelijk nog tegen kunnen komen hebben we een adresje. Zo hebben we een Madrileense technicus Antonio leren kennen, voor eventueel de afwasmachine of één van de andere huishoudelijke apparaten.. Een knappe portugese economicus, een undercoveragent Miguel die werkt voor de staat, een leraar informatica, sing and songwriter José, een neurochirurg die bij ons al heeft vastgesteld dat er aan onze sociale kwab niks schort, een dansleraar die de flamenco wil dansen in de grotten van Sacromonte met zonsondergang, een stel obers die ons maar al te graag willen uitnodigen voor een etentje buiten bij maanlicht, de Italiaanse huisgenoten van Marieke die fantástisch koken kunnen en natuurlijk onze vaste cubaan Nelson waarbij we iedere avond even langsgaan voor een mojito en/of salsatje. Ook hebben we zelfs onze private klusjes-boliviaan, Fredie, die dan weer een deur weg komt halen of onze bureaus opnieuw in elkaar zet. En gisteravond in el Taller Latino, op de Cuesta de Gómerez om de hoek, ‘t is echt waar, een Chileen met twaalf (hispano-árabe)paarden die ons uitnodigde voor een tochtje over het strand van Torremolinos.Tja,.. soms kan ik weer bergen verzetten, denk ik dan, en dan hebben we het nog niet eens over de kwaliteiten van al onze Erasmus collega’s gehad…

En ja, last but not least, zeker niet onbelangrijk. Morgen begint de universiteit. Dinsdag hadden we een kleine introductie op de Faculteit bij Triunfo, en ben ik inmiddels in het bezit van een splinternieuwe blauwe UGR map, en een Coca Cola rugzak. Ja,het eerste ben ik zeker trots op.. En ondanks het filmpje aan het begin dat niet echt uitnodigend klonk door de zware filmmuziek á Lord of the Rings, klonk het verder allemaal goed. Zeer georganiseerd, modern en duidelijk, ik heb namelijk wel eens slechter gehad in Spanje. De student staat hier op één, dus ik voel me zeker welkom. En het komt erop neer dat je de eerste week alle vakken mag gaan volgen die je maar wilt, en daarna pas een selectie kan maken. Nou, de vrijdag houd ik vrij, dat weet ik nu al, maar verder gaan we écht aan de slag dus…

Ojee, klein probleempje, de fontanero komt morgen voor een klein lek in de afvoer, zei Javi gister.... Nou, ik ga even aan Jaim vragen hoe we dat nou weer gaan doen, we zijn er namelijk niet, morgen…

Eva

La bajada del sol

domingo, 21 de septiembre de 2008

Si sacamos la plata, o no la sacamos..

De afgelopen paar dagen hebben we ons als echt citygirls bewogen.. Telkens als we de sleutel beneden in de grote glazen deur met tralies,van het gebouw steken worden we aangekeken door passerende toeristen en studenten, die ons met een schuin oog aankijken of we hier wel thuishoren. Je zou er bijna een zonnebril voor opzetten, wat je Jaime dan ook gewoon lekker doet..

Vrijdagavond, zou Pepe langskomen om de huur te innen van ons beide, incl. de borg. Daarvoor moeten we hem bellen, zodat hij ons buiten opwacht om met ons mee te gaan pinnen. Beneden op de hoek wacht hij ons op bij zijn motor, waar het geld geteld wordt. .. Ja, het is bijna komisch hoe we onze zaken soms telefonisch en onder 8 ogen afhandelen.. Alsof we zowat drugshandelaars zijn…’sí, claro, sí está tarde sacamos la plata, por supuesto’, (vert. jaa, vanavond komt het (cash)geld eraan ..natuurlijk) zoals Jaime dat zo lekker zegt, dus compleet met bodyguard liepen we richting pinautomaat. Natuurlijk moest het weer zo zijn dat de pinautomaat niet meewerkte, want onze studentenrekeningen hebben natuurlijk een armoedig limiet (ach ja.. het is tenslotte ook wel veilig), en er kwam dus géén geld uit..Goed, volgens Pepe hoefde we ons geen zorgen te maken en we doken de eerste beste tapasbar in met hem, maandag hoefden we pas met het geld over de brug komen…

Na de verhuizing zijn Jaime, Marieke en ik, meteen in stijl met de taxi naar de supermarkt gegaan… om inkopen te doen voor de piso. Bij de Carrefour Armilla, die zo groot was dat ie me deed denken aan de Wal-Mart in Mexico. We laaiden we de kar vol met een dekbedden, keukengerei, boodschappen, schoonmaakspullen, pantoffels en andere leuke dingen en probeerden Jaime en ik nog de kindermountainbikes uit in de enorme winkel.. Zingend met de steel van de mop, als een stel spartaanse soldaten, paradeerden we door de enorme winkel naar de afdeling wasmiddelen waar Jaime nog een leuke chico tegen het lijf liep. Ja, net op dát moment..Net met de mop in de hand, en Jaime dansend met twee flessen wasmiddelen, passeerde hij natuurlijk. Jaime besefte dat als ze nu niks zei, dat die jongen gedacht moet hebben dat we niet helemaal honderd waren, maar gelukkig wist ze snel te improviseren door te vragen wélk van de twee wasmiddelen, nou in de aanbieding was… Hij lachte, keken elkaar aan, en we lachten een beetje ongemakkelijk terug. Terwijl Jaime nog druk bezig was met de afdeling föhns en stijltangen, liepen Marieke en ik met een kar die we onderhand met z’n tweeën moesten duwen. We betaalden, en belden wederom een taxi om ons op te pikken op de parkeerplaats. Een beetje chagrijnig laaide de taxista onze boodschappen voor een jaren achterin, wat moet ie gedachten hebben; ‘Zij komen de winter wel door..?’ 'A dónde vamos?' En ik reageerde maar al te graag.. want Plaza Nueva ..is toch wel een triomfantelijk gevoel..Hij zweeg als een dode, terwijl wij luid zingend in de taxi intuïntion van Shakira meeblèrden.. hij nam het ons vast niet in dank af.. Midden op Plaza Nueva.. een beetje onhandig dat wel, laaide ie onze spullen weer uit, en voordat we hem wilden bedanken was hij reeds vertrokken.. Ja, had je maar geen taxichauffeur moeten worden, dacht ik..Thuis belde Javier me, hij had een kast besteld voor mij en donderdag kwamen ze hem bouwen in mijn kamer, en er kwam evenals een splinternieuw bureau.. ‘het moet niet gekker meer worden', dacht ik..

Het loopt onderhand tegen negenen.. ‘Kom’, we gaan tapas eten bij de Mirador in het Albaycín (Arabische wijk), met uitzicht op het Alhambra, dat is zoo mooi s’avonds...

(’s avonds kreeg ik nog een klein-smsje van Marieke):
“Beter met Eva en Jaime aan elke hand, dan alleen door het Granada-land..”

Ik ging nog even op mijn evita- balkonnetje staan, en glimlach naar ‘los Reyes Católicos’ (de katholieke koningen) die onbeweegelijk op een sokkel bij de verlichte fontein staan… Granada..wat een heerlijke stad…!