Panama City, ook wel Miami van Centraal Amerika heb ik horen zeggen. Een wereldstad, gespleten door het befaamde kanaal en belangrijk voor de wereldeconomie.. waar de wolkenkrabbers troosteloos afstaken tegen een lichtblauwe hemel. Ook waren er een japanner, een colombiaan, een fransoos, een Spanjaard en een clubje Ausies....en hoe kan ik nou schrijven met al die leeghoofden om mij heen? Met die k*muziek, en nog meer achterlijke backpackers die een gitaar uit één van de kasten van het hostel hebben gerukt en daar nog niet eens een zuivere noot uit krijgen. Ik wil alleen maar dat het stil is, heel even..zodat ik kan denken zonder in de weed te zitten die eigenlijk verboden is maar toch gedoogd door dat de hosteleigenaar zelf vrolijk op het dak mee zit te paffen. Wat een trieste zooi. En voor de zevende keer vanavond die half vergane reggae of van die old skool troep. Soms wil je dat al die lui gewoon eens een keer optieven. Altijd hetzelfde gezeik op een stil hoekje op het toch wel helaas gezamenlijke balkon.., dat er zo’n onnozel aankomt en zijn bek open trekt en er op een net niet coole toon uitkraamt..’and how long you guys have been travellin’? En dan kan je weer het hele verhaal voor de vijfenzestigduizendste keer op gaan dreunen. Weer vijf letters verder, mag ik dan nou please mijn verhaal afschrijven? Gisteren om drie uur ’s middags werd er één van die idioten wakker en die vroeg of het al morgen was.. Wat kom je in hemelsnaam doen als je alleen maar jezelf in je eigen Australische enclave op blijft sluiten op het dakterras van het hostel. Down under hebben ze toch ook zon strand, drank en zee? En al het bijbehorende ongedierte kan ik er ook nog wel bij toveren als ze willen. Het kan nog erger..eergisteren vroeg ik aan de Amerikaanse buurman hoe het in Medellín was. Het enige wat ie zei; What? ow I missed breakfast for a week.. really great parties every day..Zelfs van Pablo Escobar had de ziel nog nooit gehoord, zélfs dát niet..en dan weet ik al dat ik beter kan stoppen.
En natuurlijk kwam ik ook weleens uit mijn stapelbed geflikkerd in het hotel op de media luna straat..als ik er trouwens in ben gekomen.. met mijn tas nog om en mijn bucaramangas* nog aan.. of half aan, of één uit ander aan. Alleen de uitgelopen mascara even bijwerken en kan ik zo weer de straat op. Maar ik dans de salsa, en ik hou ook van reggaeton* net als de p’s, en ik spreek Spaans, en ik hou van dezelfde rum alleen het liefst met mango of aardbeien er doorheen.. Ik kijk nog wel rond.. ik vraag me dingen af en ik ontdek het..niet alleen overdag in de taxi, maar ook ’s nachts.. ik vraag me ook af wat mannen toch altijd willen bereiken met; ‘leidi leidi.. pss pss.. beautiful, kiss kiss’ als je met je boodschappentassen tien minuten op straat loopt. Zou dat met apen te maken hebben? Zouden zij daar nog dichter bij staan dan wij vrouwen? En ik vraag me ook af waarom in Colombia iedereen ‘a la orden’ (at your service) zegt. Ik heb er met Carolina en de rest van het land hartelijk om gelachen. Toen ik de liefste hosteleigenaar bedankte voor het onwerkelijk speciale weekend op het onbewoonde eiland antwoordde hij lachend ‘ falta decir .. a ‘ juist.. maar de beste uitleg was van la paisa*.. Lorena, het meisje van the Fantasy.. ‘gewoon, todos por todos’ zei ze me terwijl ze hielp met de zeilen van de boot. En ik werd daar zo gelukkig van. Ik mis het nu al.
Gisteren wilde we voor de tweede keer een pakket versturen naar de andere kant van de oceaan. Dat moet lukken in Panama stad toch? Zijnde één van poorten van de wereldeconomie door dat die fantastische kanaal. Dat zou je denken. Nou beste mensen, het is bijna nog makkelijker om een alcoholist binnen een dag van de drank af te praten dan dat je een pakketje wilt versturen van Panama naar Nederland. Jeetje mina wat was dat een aanfluiting, we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Na het derde postkantoor binnen te hebben getreden om te vragen of ze misschien een pakket naar Nederland konden versturen was het raak. Gek genoeg zat er enkel een postkantoor voor internationale verzendingen aan de rand van de stad waar we dan maar per taxi naartoe zijn gegaan. We waren gelukkig nog wel zo slim om onze paspoorten mee te nemen, en toen we met de veel te zware doos vol bergschoenen en andere nutteloze waar een half uur in de rij stonden kregen we een paar formulieren in onze handen gedrukt om even in te vullen. We voegden ons uit de rij, vulden het papierwerk in en sloten we aan in de inmiddels nog langer geworden rij. Toen we voor de tweede keer de doos en de papieren wilde inleveren en het bedrag al klaar hadden liggen, keek de gezette medewerkster ietwat raar naar de doodnormale doos en zei dat er een speciaal papier om het pakket moest zitten dat we konden halen bij de supermarkt op de hoek. En met haar blik al gericht op de volgende klant, richtte Karlijn zich enigszins ontdaan tot mij en zei dat zei dat ze het stuk papier wel even ging halen. Ik wachtte ook een beetje aangebrand op het bankje samen met de doos, en toen ze na twintig minuten niet terug was begon ik me zorgen te maken. Gelukkig dook ze een moment later op, met een rood hoofd. En terwijl ze tierend het stuk papier om de doos wikkelde zei ze dat in de supermarkt niemand haar wilde helpen, en het stuk papier uit wanhoop zelf maar van de rol af had gescheurd waarna ze een uitbrander kreeg van de caissière. Ze had in ieder geval bergen moeten verzetten om aan het lelijke stuk papier te komen, en voegde eraan toe dat ze ook een beetje genoeg begon te krijgen van alles. Even later hadden we het pakket strak ingepakt, van adressen en afzender voorzien. Klaar om verstuurd te worden. Toen we ons voor de derde keer in de rij voegden, en na enige tijd weer aan de beurt waren, pakte de dame de doos aan, rommelde in een laatje en gaf ons weer een papier dat ook nog ingevuld moest worden. Toen ze verder wilde gaan met de volgende krant, zag ik het gezicht van mijn reisgenote rood aanlopen en zei bits dat ze het nú hier wel even die handtekening zou zetten. De man achter ons was het daar echter niet mee eens, en terwijl ze de papieren snel invulde legde ik de Panamees haarfijn uit dat ik al een halve dag bezig was om het pak te versturen en dat ons geduld nu echt op was. De vrouw achter de balie keek ons met een schaapachtige blik aan, zocht vervolgens naar een Pritt stift om het stuk papier op de doos te lijmen, en die vond ze. Uitgedroogd. De dikke dame verdween achter de schermen en ik zag dat bij Karlijn het huilen nader stond dan het lachen. Bij mij precies andersom door de onbegrijpelijke situatie. Was dit echt? Ik heb zoiets werkelijk nog nooit meegemaakt. Panama. Wat een vertoning. Ik zei dat ik morgen nog weg wilde, toen we het uiteindelijk afgehandeld hadden en er een kleine glimlach van opluchting op het gezicht van mijn reisgenote verscheen. Want het is alles, alles, behalve a la orden.
Gisteren wilde we voor de tweede keer een pakket versturen naar de andere kant van de oceaan. Dat moet lukken in Panama stad toch? Zijnde één van poorten van de wereldeconomie door dat die fantastische kanaal. Dat zou je denken. Nou beste mensen, het is bijna nog makkelijker om een alcoholist binnen een dag van de drank af te praten dan dat je een pakketje wilt versturen van Panama naar Nederland. Jeetje mina wat was dat een aanfluiting, we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Na het derde postkantoor binnen te hebben getreden om te vragen of ze misschien een pakket naar Nederland konden versturen was het raak. Gek genoeg zat er enkel een postkantoor voor internationale verzendingen aan de rand van de stad waar we dan maar per taxi naartoe zijn gegaan. We waren gelukkig nog wel zo slim om onze paspoorten mee te nemen, en toen we met de veel te zware doos vol bergschoenen en andere nutteloze waar een half uur in de rij stonden kregen we een paar formulieren in onze handen gedrukt om even in te vullen. We voegden ons uit de rij, vulden het papierwerk in en sloten we aan in de inmiddels nog langer geworden rij. Toen we voor de tweede keer de doos en de papieren wilde inleveren en het bedrag al klaar hadden liggen, keek de gezette medewerkster ietwat raar naar de doodnormale doos en zei dat er een speciaal papier om het pakket moest zitten dat we konden halen bij de supermarkt op de hoek. En met haar blik al gericht op de volgende klant, richtte Karlijn zich enigszins ontdaan tot mij en zei dat zei dat ze het stuk papier wel even ging halen. Ik wachtte ook een beetje aangebrand op het bankje samen met de doos, en toen ze na twintig minuten niet terug was begon ik me zorgen te maken. Gelukkig dook ze een moment later op, met een rood hoofd. En terwijl ze tierend het stuk papier om de doos wikkelde zei ze dat in de supermarkt niemand haar wilde helpen, en het stuk papier uit wanhoop zelf maar van de rol af had gescheurd waarna ze een uitbrander kreeg van de caissière. Ze had in ieder geval bergen moeten verzetten om aan het lelijke stuk papier te komen, en voegde eraan toe dat ze ook een beetje genoeg begon te krijgen van alles. Even later hadden we het pakket strak ingepakt, van adressen en afzender voorzien. Klaar om verstuurd te worden. Toen we ons voor de derde keer in de rij voegden, en na enige tijd weer aan de beurt waren, pakte de dame de doos aan, rommelde in een laatje en gaf ons weer een papier dat ook nog ingevuld moest worden. Toen ze verder wilde gaan met de volgende krant, zag ik het gezicht van mijn reisgenote rood aanlopen en zei bits dat ze het nú hier wel even die handtekening zou zetten. De man achter ons was het daar echter niet mee eens, en terwijl ze de papieren snel invulde legde ik de Panamees haarfijn uit dat ik al een halve dag bezig was om het pak te versturen en dat ons geduld nu echt op was. De vrouw achter de balie keek ons met een schaapachtige blik aan, zocht vervolgens naar een Pritt stift om het stuk papier op de doos te lijmen, en die vond ze. Uitgedroogd. De dikke dame verdween achter de schermen en ik zag dat bij Karlijn het huilen nader stond dan het lachen. Bij mij precies andersom door de onbegrijpelijke situatie. Was dit echt? Ik heb zoiets werkelijk nog nooit meegemaakt. Panama. Wat een vertoning. Ik zei dat ik morgen nog weg wilde, toen we het uiteindelijk afgehandeld hadden en er een kleine glimlach van opluchting op het gezicht van mijn reisgenote verscheen. Want het is alles, alles, behalve a la orden.
.. maar ze hebben ook nog eens mijn lichtblauwe jurk gestolen in een de wasserette. Spoedig zal mij wreken.
Je kan enkel het leed verzachten door met de Reggaettonbus keihard naar Albrook te rijden- een weerzinwekkende Amerikaanse shoppingmall- , je misselijk eten aan chocola en Oreo koekjes, enkel tien euro meenemen en dan weer stuiterend terugkeren met met minstens vijf nieuwe jurken.. Je moet wat. Hoe zal ik het noemen; Pura Panamanía..?! Ik begin al symptomen al te vertonen...
Tot.. nooit
*Bucaramangas; Colombiaans merk kurkensleehakken (nee, ze staan me echt niet aso)
*Paisa; iemand uit Medellín
*Foutste Reggaeton : Check la ‘Tranca van Carlitos..
No hay comentarios:
Publicar un comentario