Toen we de volgende dag nog de metropool achter ons hadden gelaten en het leed enigzins was verzacht door een paar goede cocktails die we op de dag des onheils ergens in een bar hadden genuttigd, besloten we Panama nog een kans te geven door naar een klein bergdorpje te reizen in het noorden. Dicht bij de grenzen van Costa Rica, zodat we ook snel weg konden indien nodig. Je scheen er mooi te kunnen wandelen rondom de vulkaan Baru, enkele koffieplantages te kunnen bezoeken en de meest wonderlijke flora en fauna te kunnen bezichtigen want na vier dagen te hebben vertoefd in weerzinwekkend Panama stad na afscheid te hebben genomen van onze mede-piraten van de Fantasy, neigden we wel weer naar een beetje frisse berglucht. Dus namen we de nachtbus naar de stad David. Toen we daar over moesten stappen zouden we enkel nog een uurtje rijden zijn naar Boquete. In de bus was het enigszins krap, en op een handtastelijke Panamees na naast mij op het bus-bankje die ik vrijwel onmiddellijk een boze blik toewierp, verliep de busrit verder voorspoedig. Ik moest eerlijk toegeven toen ik uit de raampjes keek dat Panama inderdaad een mooi groen en ongerept was, net zoals de Lonely Planet ons ook beloofd had. Toen we arriveerden in Boquete verbleven we in een klein hostelletje, een soort blokhut, waar enkel een Amerikaan, een Braziliaans koppel en een belg rondliepen. Om vier uur hield de panameña van de receptie het voor gezien en ging naar huis, en tot onze grote verbazing hadden we het rijk voor ons alleen. Ergens is dat raar, want als er iets gebeurd is er niks of niemand aanwezig in het achteraf liggende hostelletje. Mijn reisgenoot begon al met de doemscene, dat je houten deuren zo kon intrappen, alles kon jatten en als ze even.. Ik onderbrak haar grofweg omdat ik er niet aan wilde denken. Dan schakel ik gewoon die Braziliaan wel in, zei ik lachend. Maar natuurlijk kon ik haar geen ongelijk geven. We waren moe van de reis, en na het rondlopen door het kleine dorpje voor informatie, boodschappen en een nieuwe regenjas keerden we terug naar het hostel. Het dorpje was trouwens uitgerust met Braziliaanse vlaggen vanwege het WK, Panama was duidelijk voor Brazil en ik voelde me nog minder welkom toen ik door de straten paradeerde. Toen we de afwas hadden gedaan, verzamelde alle vijf de hostelgasten zich voor de televisie die het WK uitzond. Moeite om iets dat enigszins oranje was aan te trekken, hadden we maar niet gedaan, terwijl de Braziliaanse buurman volledig uitgedost in geel en groen het halletje verscheen. Hij wist dat we Nederlands waren en voegde zich hoopvol tussen het gezelschap. Tot onze grote verbazing viel de eerste goal voor Nederland. Karlijn en ik moesten elkaar eerst tien seconden lang hebben aangekeken, en later pas naar de Braziliaan. Ik stamelde een knullig ‘sorry’, me nog verbazend over het feit, maar deze had zich alweer naar de beeldbuis gericht. Toen het tweede maar ook het derde goal viel, waren we nog verbaasder dat we al waren en toen de wedstrijd ten einde was gekomen feliciteerde het groepje ons. Ook de Braziliaan trok even kwaadwillig zijn shirt over zijn hoofd, maar richtte zich tot ons en schudde ons de handen. Zijn glimlach was dan wel ongemeend-dat zag ik meteen - maar ik kon het gelukkig begrijpen. Dat soort dingen zitten nou eenmaal diep, zeker in Brasil. ‘Nou daar hoeven we ook niet meer op te rekenen als we eens overvallen mochten worden’, zei Karlijn gniffelend toen we enigzins opgewekt naar het kamertje terug liepen. Ik knikte instemmend, ach we redden ons wel.
De opeenvolgende dagen kuierden we een beetje rond door het dorp, bezochten de lokale bar die wel een beetje gezellig was en gingen we naar een fout reggaetton feest ergens aan de rand. De Panameños waren samengeklonterd, eveneens de Amerikanen die in een klein groepje midden op de dansvloer stonden. De scheiding was meer dan duidelijk. Het was wel huiselijk maar geen hoogstandje. Toch vermaakten we ons wel maar de derde dag hebben we het dorpje maar verlaten. De regen en de modder maakte het ons onmogelijk om ook maar een beetje van het het natuurschoon te willen aanschouwen en een vulkaan wilde ik dan al helemaal niet denken. Bovendien wist ik dat Costa Rica en Guatemala vol moest zijn van vulkanen, dus eentje minder zaten we niet mee. Bovendien had Panama niet de beste impressies achter gelaten dus we keken eigenlijk wel uit naar Costa Rica.
Hoewel we trouwens allebei wel goede planners zijn was deze keer de reis was dit keer volledig ongepland. Hike moest vast ook last hebben van de symptomen van de opgelopen PanaManía in de stad des onheils. Wat wil je ook met zo'n pakket-comedie, een ontvreemde jurk en snibbige houding van de mensen. Maar Ach, uit betrouwbare bronnen weet ik dat het vanzelf over moet gaan zodra je het land verlaat. Daarbij kan je diverse maatregelen treffen; zowel de shoppingmall als de keiharde reggaetton doen het proces voelbaar vertragen. En alsof ze mijn gedachten kon lezen kreeg ik al snel één van de oortjes aangereikt en even later zaten we samen te luisteren naar het Diva Virtual van Don Omar in het witte busje op de snelweg. Keiharde reggaeton, om Panama toch nog maar tot een deugdelijk einde te brengen.
x