sábado, 3 de julio de 2010

Hike 'n Flash; the adventure reloaded

Toen we de volgende dag nog de metropool achter ons hadden gelaten en het leed enigzins was verzacht door een paar goede cocktails die we op de dag des onheils ergens in een bar hadden genuttigd, besloten we Panama nog een kans te geven door naar een klein bergdorpje te reizen in het noorden. Dicht bij de grenzen van Costa Rica, zodat we ook snel weg konden indien nodig. Je scheen er mooi te kunnen wandelen rondom de vulkaan Baru, enkele koffieplantages te kunnen bezoeken en de meest wonderlijke flora en fauna te kunnen bezichtigen want na vier dagen te hebben vertoefd in weerzinwekkend Panama stad na afscheid te hebben genomen van onze mede-piraten van de Fantasy, neigden we wel weer naar een beetje frisse berglucht. Dus namen we de nachtbus naar de stad David. Toen we daar over moesten stappen zouden we enkel nog een uurtje rijden zijn naar Boquete. In de bus was het enigszins krap, en op een handtastelijke Panamees na naast mij op het bus-bankje die ik vrijwel onmiddellijk een boze blik toewierp, verliep de busrit verder voorspoedig. Ik moest eerlijk toegeven toen ik uit de raampjes keek dat Panama inderdaad een mooi groen en ongerept was, net zoals de Lonely Planet ons ook beloofd had. Toen we arriveerden in Boquete verbleven we in een klein hostelletje, een soort blokhut, waar enkel een Amerikaan, een Braziliaans koppel en een belg rondliepen. Om vier uur hield de panameña van de receptie het voor gezien en ging naar huis, en tot onze grote verbazing hadden we het rijk voor ons alleen. Ergens is dat raar, want als er iets gebeurd is er niks of niemand aanwezig in het achteraf liggende hostelletje. Mijn reisgenoot begon al met de doemscene, dat je houten deuren zo kon intrappen, alles kon jatten en als ze even.. Ik onderbrak haar grofweg omdat ik er niet aan wilde denken. Dan schakel ik gewoon die Braziliaan wel in, zei ik lachend. Maar natuurlijk kon ik haar geen ongelijk geven. We waren moe van de reis, en na het rondlopen door het kleine dorpje voor informatie, boodschappen en een nieuwe regenjas keerden we terug naar het hostel. Het dorpje was trouwens uitgerust met Braziliaanse vlaggen vanwege het WK, Panama was duidelijk voor Brazil en ik voelde me nog minder welkom toen ik door de straten paradeerde. Toen we de afwas hadden gedaan, verzamelde alle vijf de hostelgasten zich voor de televisie die het WK uitzond. Moeite om iets dat enigszins oranje was aan te trekken, hadden we maar niet gedaan, terwijl de Braziliaanse buurman volledig uitgedost in geel en groen het halletje verscheen. Hij wist dat we Nederlands waren en voegde zich hoopvol tussen het gezelschap. Tot onze grote verbazing viel de eerste goal voor Nederland. Karlijn en ik moesten elkaar eerst tien seconden lang hebben aangekeken, en later pas naar de Braziliaan. Ik stamelde een knullig  ‘sorry’, me nog verbazend over het feit, maar deze had zich alweer naar de beeldbuis gericht. Toen het tweede maar ook het derde goal viel, waren we nog verbaasder dat we al waren en toen de wedstrijd ten einde was gekomen feliciteerde het groepje ons. Ook de Braziliaan trok even kwaadwillig zijn shirt over zijn hoofd, maar richtte zich tot ons en schudde ons de handen. Zijn glimlach was dan wel ongemeend-dat zag ik meteen - maar ik kon het gelukkig begrijpen. Dat soort dingen zitten nou eenmaal diep, zeker in Brasil. ‘Nou daar hoeven we ook niet meer op te rekenen als we eens overvallen mochten worden’, zei Karlijn gniffelend toen we enigzins opgewekt naar het kamertje terug liepen. Ik knikte instemmend, ach we redden ons wel.
De opeenvolgende dagen kuierden we een beetje rond door het dorp, bezochten de lokale bar die wel een beetje gezellig was en gingen we naar een fout reggaetton feest ergens aan de rand. De Panameños waren samengeklonterd, eveneens de Amerikanen die in een klein groepje midden op de dansvloer stonden. De scheiding was meer dan duidelijk. Het was wel huiselijk maar geen hoogstandje. Toch vermaakten we ons wel maar de derde dag hebben we het dorpje maar verlaten. De regen en de modder maakte het ons onmogelijk om ook maar een beetje van het het natuurschoon te willen aanschouwen en een vulkaan wilde ik dan al helemaal niet denken. Bovendien wist ik dat Costa Rica en Guatemala vol moest zijn van vulkanen, dus eentje minder zaten we niet mee. Bovendien had Panama niet de beste impressies achter gelaten dus we keken eigenlijk wel uit naar Costa Rica.


Vijf uur ’s middags. De toeterende auto’s en busjes kruisten de straten van David waar we weer naartoe waren gereden. Volgens onze reisbijbel zouden er vanaf hier bussen de grens over rijden maar toen we naar het kantoortje van de Tica bus wilden gaan, bleek het enkel op vrijdag open te zijn. Hoe kan het ook, zuchtte ik. We zijn nog steeds in Panama. Door de chaos op straat en de tegenslag, sprong mijn reisgenootje plots voor een busje waarop Paso Canoas aangegeven stond. Ik had nog zo gezegd dat ik het fijner vond om met een grote bus de grens over te steken vanwege het risico dat we anders in de avond zouden aankomen..maar deze keer was ik te laat. De tassen werden al door een dikke jongeman onder een van de stoeltjes gepropt en voor je het weet zaten we naast elkaar achter in de bus. Er was iets vreemds gebeurt met mijn reisgenote die in een vreemd soort vrolijke bui was. Vanavond zijn we nog in Costa Rica, the adventure reloaded van hike and flash, zei ze op een revolutionaire toon al frunnikend aan de draadjes van haar witte Mp3 speler. Hike and Flash, waren de bijnamen die we voor elkaar hadden verzonnen. Karlijn was immers altijd goed voorbereid. Voorzien van EHBO tas, praktische dingen maar toch leuk en een week geleden nog, bergschoenen. Vandaar Hike. Ik daarentegen, wandelde rustig op mijn slippers een jungle in, beklim nog een vulkaan op hakken en zorg altijd voor voldoende versiersels aan mezelf of mijn rode tas. Ik loop nog liever in de regen in een jurk dan dan een plastieken jas. Volgens sommigen val ik onder de categorie flashpacker vandaar de naam flash. Handig is het niet, maar al met al overleef ik het meestal ook wel. Ieder zijn trip.
Hoewel we trouwens allebei wel goede planners zijn was deze keer de reis was dit keer volledig ongepland. Hike moest vast ook last hebben van de symptomen van de opgelopen PanaManía in de stad des onheils. Wat wil je ook met zo'n pakket-comedie, een ontvreemde jurk en snibbige houding van de mensen. Maar Ach, uit betrouwbare bronnen weet ik dat het vanzelf over moet gaan zodra je het land verlaat. Daarbij kan je diverse maatregelen treffen; zowel de shoppingmall als de keiharde reggaetton doen het proces voelbaar vertragen. En alsof ze mijn gedachten kon lezen kreeg ik al snel één van de oortjes aangereikt en even later zaten we samen te luisteren naar het Diva Virtual van Don Omar in het witte busje op de snelweg. Keiharde reggaeton, om Panama toch nog maar tot een deugdelijk einde te brengen.

x

jueves, 1 de julio de 2010

La PanaManía ...


Panama City, ook wel Miami van Centraal Amerika heb ik horen zeggen. Een wereldstad, gespleten door het befaamde kanaal en belangrijk voor de wereldeconomie.. waar de wolkenkrabbers troosteloos afstaken tegen een lichtblauwe hemel. Ook waren er een japanner, een colombiaan, een fransoos, een Spanjaard en een clubje Ausies....en hoe kan ik nou schrijven met al die leeghoofden om mij heen? Met die k*muziek, en nog meer achterlijke backpackers die een gitaar uit één van de kasten van het hostel hebben gerukt en daar nog niet eens een zuivere noot uit krijgen. Ik wil alleen maar dat het stil is, heel even..zodat ik kan denken zonder in de weed te zitten die eigenlijk verboden is maar toch gedoogd door dat de hosteleigenaar zelf vrolijk op het dak mee zit te paffen. Wat een trieste zooi. En voor de zevende keer vanavond die half vergane reggae of van die old skool troep. Soms wil je dat al die lui gewoon eens een keer optieven. Altijd hetzelfde gezeik op een stil hoekje op het toch wel helaas gezamenlijke balkon.., dat er zo’n onnozel aankomt en zijn bek open trekt en er op een net niet coole toon uitkraamt..’and how long you guys have been travellin’? En dan kan je weer het hele verhaal voor de vijfenzestigduizendste keer op gaan dreunen. Weer vijf letters verder, mag ik dan nou please mijn verhaal afschrijven? Gisteren om drie uur ’s middags werd er één van die idioten wakker en die vroeg of het al morgen was.. Wat kom je in hemelsnaam doen als je alleen maar jezelf in je eigen Australische enclave op blijft sluiten op het dakterras van het hostel. Down under hebben ze toch ook zon strand, drank en zee? En al het bijbehorende ongedierte kan ik er ook nog wel bij toveren als ze willen. Het kan nog erger..eergisteren vroeg ik aan de Amerikaanse buurman hoe het in Medellín was. Het enige wat ie zei; What? ow I missed breakfast for a week.. really great parties every day..Zelfs van Pablo Escobar had de ziel nog nooit gehoord, zélfs dát niet..en dan weet ik al dat ik beter kan stoppen.
En natuurlijk kwam ik ook weleens uit mijn stapelbed geflikkerd in het hotel op de media luna straat..als ik er trouwens in ben gekomen.. met mijn tas nog om en mijn bucaramangas* nog aan.. of half aan, of één uit ander aan. Alleen de uitgelopen mascara even bijwerken en kan ik zo weer de straat op. Maar ik dans de salsa, en ik hou ook van reggaeton* net als de p’s, en ik spreek Spaans, en ik hou van dezelfde rum alleen het liefst met mango of aardbeien er doorheen.. Ik kijk nog wel rond.. ik vraag me dingen af en ik ontdek het..niet alleen overdag in de taxi, maar ook ’s nachts.. ik vraag me ook af wat mannen toch altijd willen bereiken met; ‘leidi leidi.. pss pss.. beautiful, kiss kiss’ als je met je boodschappentassen tien minuten op straat loopt. Zou dat met apen te maken hebben? Zouden zij daar nog dichter bij staan dan wij vrouwen? En ik vraag me ook af waarom in Colombia iedereen ‘a la orden’ (at your service) zegt. Ik heb er met Carolina en de rest van het land hartelijk om gelachen. Toen ik de liefste hosteleigenaar bedankte voor het onwerkelijk speciale weekend op het onbewoonde eiland antwoordde hij lachend ‘ falta decir .. a ‘ juist.. maar de beste uitleg was van la paisa*.. Lorena, het meisje van the Fantasy.. ‘gewoon, todos por todos’ zei ze me terwijl ze hielp met de zeilen van de boot. En ik werd daar zo gelukkig van. Ik mis het nu al. 


Gisteren wilde we voor de tweede keer een pakket versturen naar de andere kant van de oceaan. Dat moet lukken in Panama stad toch? Zijnde één van poorten van de wereldeconomie door dat die fantastische kanaal. Dat zou je denken. Nou beste mensen, het is bijna nog makkelijker om een alcoholist binnen een dag van de drank af te praten dan dat je een pakketje wilt versturen van Panama naar Nederland. Jeetje mina wat was dat een aanfluiting, we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Na het derde postkantoor binnen te hebben getreden om te vragen of ze misschien een pakket naar Nederland konden versturen was het raak. Gek genoeg zat er enkel een postkantoor voor internationale verzendingen aan de rand van de stad waar we dan maar per taxi naartoe zijn gegaan. We waren gelukkig nog wel zo slim om onze paspoorten mee te nemen, en toen we met de veel te zware doos vol bergschoenen en andere nutteloze waar een half uur in de rij stonden kregen we een paar formulieren in onze handen gedrukt om even in te vullen. We voegden ons uit de rij, vulden het papierwerk in en sloten we aan in de inmiddels nog langer geworden rij. Toen we voor de tweede keer de doos en de papieren wilde inleveren en het bedrag al klaar hadden liggen, keek de gezette medewerkster ietwat raar naar de doodnormale doos en zei dat er een speciaal papier om het pakket moest zitten dat we konden halen bij de supermarkt op de hoek. En met haar blik al gericht op de volgende klant,  richtte Karlijn zich enigszins ontdaan tot mij en zei dat zei dat ze het stuk papier wel even ging halen. Ik wachtte ook een beetje aangebrand op het bankje samen met de doos, en toen ze na twintig minuten niet terug was begon ik me zorgen te maken. Gelukkig dook ze een moment later op, met een rood hoofd. En terwijl ze tierend het stuk papier om de doos wikkelde zei ze dat in de supermarkt niemand haar wilde helpen, en het stuk papier uit wanhoop zelf maar van de rol af had gescheurd waarna ze een uitbrander kreeg van de caissière. Ze had in ieder geval bergen moeten verzetten om aan het lelijke stuk papier te komen, en voegde eraan toe dat ze ook een beetje genoeg begon te krijgen van alles. Even later hadden we het pakket strak ingepakt, van adressen en afzender voorzien. Klaar om verstuurd te worden. Toen we ons voor de derde keer in de rij voegden, en na enige tijd weer aan de beurt waren, pakte de dame de doos aan, rommelde in een laatje en gaf ons weer een papier dat ook nog ingevuld moest worden. Toen ze verder wilde gaan met de volgende krant, zag ik het gezicht van mijn reisgenote rood aanlopen en zei bits dat ze het nú hier wel even die handtekening zou zetten. De man achter ons was het daar echter niet mee eens, en terwijl ze de papieren snel invulde legde ik de Panamees haarfijn uit dat ik al een halve dag bezig was om het pak te versturen en dat ons geduld nu echt op was. De vrouw achter de balie keek ons met een schaapachtige blik aan, zocht vervolgens naar een Pritt stift om het stuk papier op de doos te lijmen, en die vond ze. Uitgedroogd. De dikke dame verdween achter de schermen en ik zag dat bij Karlijn het huilen nader stond dan het lachen. Bij mij precies andersom door de onbegrijpelijke situatie. Was dit echt? Ik heb zoiets werkelijk nog nooit meegemaakt. Panama. Wat een vertoning. Ik zei dat ik morgen nog weg wilde, toen we het uiteindelijk afgehandeld hadden en er een kleine glimlach van opluchting op het gezicht van mijn reisgenote verscheen. Want het is alles, alles, behalve a la orden.

Natuurlijk zal het land ook andere kanten hebben enkel ik zag ze niet meer. Een week lang leven als piraat heeft me ongetwijfeld beïnvloed. Ik schaam me nu al voor de uitbarsting..
.. maar ze hebben ook nog eens mijn lichtblauwe jurk gestolen in een de wasserette. Spoedig zal mij wreken.
Je kan enkel het leed verzachten door met de Reggaettonbus keihard naar Albrook te rijden- een weerzinwekkende Amerikaanse shoppingmall- , je misselijk eten aan chocola en Oreo koekjes, enkel tien euro meenemen en dan weer stuiterend terugkeren met met minstens vijf nieuwe jurken.. Je moet wat. Hoe zal ik het noemen; Pura Panamanía..?! Ik begin al symptomen al te vertonen...

Tot.. nooit


*Bucaramangas; Colombiaans merk kurkensleehakken (nee, ze staan me echt niet aso)
*Paisa; iemand uit Medellín
*Foutste Reggaeton : Check la ‘Tranca van Carlitos..