Maar ik kan nog veel meer vertellen… Over flessen wijn in hotel Britz, over Jaime in de Sierra, een grijze Ford Fiesta, de Castellana, de foto expositie in het bos bij het Alhambra, de Fransman in Zoraya, en de straten in Realejo en het Albaycín, een kerststal op de Alcaicería, en een ietwat vreemd afscheid in een garage bij Severo Ochoa. Of nog meer.., over plaksnorren op een Mexicaans feestje, over je misselijk eten op Sinterklaasavond, een mooi gedicht over mij, de kast die ik om half vijf ’s ochtends in elkaar zette, een roadtrip in 2009 van Pachuca via Yucatán naar Lima, over Bacalao die ik al geeneens meer zou hoeven zou, de hele nacht films kijken op een verdieping in Calle Elvira, over een zeker iemand die belde via Skype net onder de presentatie, over de witte Ribero del Duero uit kommetjes in Calle Jardines in een restaurant waarvan in de naam niet meer weet... ja, ik zou er wel uren over kunnen praten..
Maar vandaag... vertel ik over mijn zusje.
Afgelopen dinsdag, vlak na een presentatie over narcocorridos, om kwart over acht, verscheen ze op het vliegveld van Málaga. Drie zoenen, en we pakten snel een taxi richting het busstation, omdat we al bijna te laat waren voor laatste bus naar Granada, én omdat zij maar vier dagen zou blijven, en we liever geen tijd in Malaga wilden verdoen. De tocht van anderhalf uur richting Granada konden we niet stoppen met praten, over van alles en nog wat, en ondanks dat het als tegen elven was toen we in Granada aankwamen, hebben we toch nog maar meteen maar drietal tapasbarren bezocht, dat was wel een goede inleiding geweest, dacht ik zo.
De volgende dag, woensdag de tiende, een prachtig zonnige dag . We waren laat opgestaan en na het ontbijt van Crêpes, zijn we via de Paseo de los Tristes naar de Mirador gelopen, om vervolgens weer af te dalen en de bus naar de universiteit te pakken. Ik heb mijn zusje en laptop meegenomen naar een college van García Montero, waarin ze terwijl dat ik schreef, mailtjes stuurde naar California en stiekem opzij keek naar de jongen van negentien die een paar rijen achter ons zat. Na het college, toen we reeds de Mercadona gepasseerd waren voor wat lekkere dingen, zijn we gaan shoppen in het centrum en hebben we ons een zak kastanjes van kwaliteit aangeschaft bij een kraampje op de Carcél Baja, en kochten we hetzelfde zwarte jurkje bij de Stradivarius. Natuurlijk vloog de tijd, en zijn we Bar Salão in gegaan voor een Tinto de Verano, Navas 14 voor stokbroodjes met chips, en sloten we tegen twaalven de avond in la Bella y la Bestia.
En dan, donderdagochtend. Om half tien ’s ochtends, wachtten we voor ons huis op Pepe, die met ons naar Parque de Ciencias wilde gaan. Een wetenschappelijk museum, dat nu verschillende nieuwe exposities had. Waaronder één over het leven in Antarctica, een zaal met wilde dieren, een sectie met een kruising tussen Arte en Mechaniek, het menselijk lichaam, Italiaanse kunst en de Gulden Snede, maar ook veel Mathematiek waar ik me niet goed in kon verplaatsen, en waar iedereen het leek te begrijpen, nam ik dan maar aan. Het mooiste vond ik toch de vlindertuin waarin we ons als laatste in waanden, en waar onze architect Pepe aan Alexandra uitlegde welke planten hij op zijn Mexicaanse Ranch had staan. Later, zijn we op de valreep het Alhambra nog ingegaan, en natuurlijk werd er weer moeilijk gedaan door de chagrijnige vrouw aan de balie, maar werden we gelukkig bijgestaan door een aardig meisje, een gids, ze moest van mijn leeftijd zijn geweest. Zo konden we toch nog doorlopen zonder het Paleis zelfs over te slaan. Natuurlijk kan ik de Arabische patronen al bijna dromen, ken ik iedere deuk in het Alcazaba, en ben ik in staat om in één oogopslag mijn huis tussen de miljoenen huizen in de stad te vinden..Daarom vertel ik alleen dat we oude kinderen voor kinderen liedjes hebben gezongen in op de weg naar de tuin en foto’s hebben geschoten in het Generalife waar de zon nu toch wel op zijn mooist was, en dat we ’s avonds iets lekkers bij de Mexicaan hebben gegeten.
Vrijdag 12 december, ik stuurde nog snel een smsje terug naar Pepe die naar Egypte zal vertrekken, en wens hem goede reis. In de bus van tien uur naar de Sierra Nevada veranderde het landschap van een kille vlakte, naar een wonderlijk wit paradijs en toen we boven aankwamen, zijn we meteen in een bar koffie gaan drinken om en hebben we ons afgevraagd wat we eigenlijk zouden kunnen doen. Het sneeuwde buiten hard en toen het iets minder leek te worden hebben we ons aan de Rodelbaan gewaagd. Mijn zusje voorop, en ik moest dan maar bremsen, zonder bril, mijn ogen half dicht, door een sneeuwstorm.. Het is een wonder dat we niet op onze voorgangers zijn gebotst. We lachten er maar om, en zijn we pizza gaan eten in hetzelfde restaurant. We wandelden wat door het dorp, en opeens was ik mijn zusje even kwijt, en zag ik dat ze een kaartje met een telefoonnummer verzamelde bij een skileraar, waarbij ze me zei ‘Spaans en Skileraar, dat is de toch wel perfecte combinatie’. Ik knikte, en we liepen nog even rond en om te tijd te doden gingen we een laatste bar in het centrum van Pradollano waarin een vader nog snel zijn twee dikke zonen aan ons voorstelde, en zij hoopvol een blik wierp op het kaartje op de tafel met de naam ‘Enrique’. We bedankten ze vriendelijk en liepen richting de eerste bus naar Granada die namelijk pas om kwart over vier zou vertrekken.
Half zes, Granada ontwaakte langzaam weer en we winkelden nog even in de straat voor ons huis. Die avond hadden we namelijk een cena in het huis waarvan de meerderheid uit Belgen bestaat op Calle Alhóndiga, bij de Blanco. Suzan en Sarah hadden weer heerlijk gekookt, en het huis stroomde langzaam vol met mensen van verschillende nationaliteiten, maar mijn zusje voegde zich toch voornamelijk bij onze zuiderburen, gewoon uit gemak. Ze pastte er goed tussen, en ik zag dat ze zich vermaakte zich met filmpjes van Danzel en de fles Tinto de Verano, die we hadden meegebracht. Die nacht, zijn we nog naar een fout kerstfeestje op Recogidas gegaan, maar dat dan was al tegen het einde aangelopen. We verlieten het feest tegen vieren en ik stelde voor om naar huis te gaan, maar mijn zusje wilde de laatste avond Granada geheel benutten, wat ik volkomen begreep. Ik legde haar uit dat de Agora waarschijnlijk al dicht zou zijn, en dat Metro nog wel een eindje lopen was, evenals de Camborio, dat ik gebroken was van de Sierra Nevada en dat we morgen (of eigenlijk vandaag, over een paar uur) naar Málaga zouden gaan.. Maar niks kon haar tegenhouden. Marieke en ik keerden terug, haar moeder is immers op bezoek, en Alexandra wilde met nog wel heel even met Jaime mee. Ik vond het goed, natuurlijk, en slechts een half uur later kwamen ze thuis, de Metro was nog acht euro entree, en iedereen ging naar huis. De volgende dag zei ze me; ‘Vincent zei dat hij het heel leuk had gevonden dat het zusje van zestien, nog wel mee uit wilde en Eva niet meer’. Ik glimlachtte, mijn lieve zusje.
Zaterdag, de dag van vertrek, we haalden chocoladebroodjes bij het bakkertje tegenover ons en pakten de bus van twee uur naar Málaga, zodat we nog even konden winkelen in de Mall ,‘Maria Zambrano’. Ware het niet dat ik vergeten was op mijn rekening te kijken, en dat ik dus geen cent meer op zak had noch beltegoed, kwam ik achter in Málaga. Het zal wel weer met nummer 13 (december) te maken hebben gehad.. Voor het eerst was ik afhankelijk van haar om terug in Granada te komen. Hebben wij weer, nog vier uur de tijd, en met de dertig euro van mijn zusje konden we nog net een paar kleine kerstkadootjes kopen, de kaartjes voor de bus en de trein, en een afscheidsdrankje houden bij 100 Montaditos, en bracht ik haar bij naar de airport.
Dat was het dan, vier dagen met mijn zusje in Granada. We namen afscheid, twee kussen en een omhelzing een paar woorden, ik zag dat ze haar schoenen bij de douane uit moest trekken en dat nog snel deed. Ze zwaaide een laatste keer en verdween weer. Ik draaide me om, en keerde terug naar het station. De regen viel opeens werkelijk met bakken uit de lucht… Ay, winter in Málaga. Tijdens de terugrit in de bus terug word ik altijd overspoeld door een waterval van woorden die het tot een complete verhalen in mijn hoofd. En voordat ik begon met schrijven, op het witte scherm van mijn laptop dat eerst nog leeg was, verdrinken de woorden weer één voor één achter elkaar, tot dat er soms niets meer over blijft dan een twee uur lang staren naar het scherm. Lieve Alexandra, ik hoop dat Granada voor jou niet langer een klein stipje op de kaart is ergens in het zuiden, maar een plek waaraan jou slechts een mooie herinnering rest, die je kan bewaren ergens tussen de gedachten in je hoofd. Dit is van mij voor jou...
Met de soundtracks uit de films ‘Central do Brasil’ en Amelie. Amores Perros’ ‘Memorias’, en een Malagueña Salerosa op te achtergrond typ ik dicht en zit ik me te bedenken dat mijn zusje weer weg is…én dat ik met kerst hier in Andalucía vier, en het nog best lang duurt voordat ik iedereen weer zal zien..Dat soort momentjes heb je soms..ze is weer weg.
Maar gelukkig is daar weer de Granada... dat net zulke momenten weet te breken met een lachende Jaime die binnen komt met de volgende woorden: “Suzan en Sarah komen vanavond hier naartoe om chocola te eten en mannen te verachten’ .., en daarna gaan we Tapas eten..” Kom je mee?
Ik glimlach.., en zeg dat ik mee zal komen..
Liefs Eva
2 comentarios:
Heerlijk om te lezen!
Xje
alweer een mooi verhaal!
fijne feestdagen!!!
Jenzranch
Publicar un comentario