martes, 24 de noviembre de 2009

Fuego con agua en el corazón

Mijn ogen vallen bijna dicht maar toch kan ik de stortvloed van woorden niet tegenhouden. Het is net als de regendruppels die onophoudelijk tegen mijn raam aan slaan. Eigenlijk zou ik mij moeten wagen aan de stapel maagdelijke papieren die hier nog steeds onaangeroerd voor me liggen, maar ik laat ze enkel vanavond nog voor even wat ze zijn. Een zomer lang op en neer fietsen van werk naar huis, van huis naar werk, en ook het eerste masterblok was om: Drie keer acht. Moe maar toch voldaan besloot ik te vertrekken uit de regen. Ik had enkel vier dagen om mijn hoofd te kunnen legen. Terug naar de stad zonder haast en zonder spiegels en waar er onverwacht gezellige cafeetjes verscholen zitten in smalle steegjes, waar je al tig keer bent voorbijgelopen. Gewoon omdat wandelen daar niet erg is ook al loop je op nieuwe blauwe hakken. Of omdat je het niet goed meer wist. Het gaf niet.
Naar een sprint op het vliegveld in Al -Mariya, tegenwoordig Almería samen met mijn favoriete roadtripster haalden we op de seconde de bus. Er moesten slechts vijf andere passagiers in hebben gezeten. Ongelofelijk zoiets. Op deze woensdagavond tegen tienen, toen ik de miljoenen lichtjes van stad voor me zag werd ik overvallen door felicidad, iets wat ik lang niet heb gevoeld na een gekwelde donderdagavond in juli. In de allerlaatste stadbus 33, kon ik niet meer stoppen met glimlachen en eenmaal in calle Cardenal Mendoza, vlakbij de fonteinen van Triunfo, woonde de Zuid- Italiaan, een jongedame uit Tenerife en een Malagueña met een rauwe stem. We lieten onze tassen voor wat ze waren in de kamer van de italiaan en verdwenen nog steeds pratend in de Andalusische straten, wij zijn immers nooit uitgepraat. Ik vond mijn weg naar de welbekende bar la antigualla waar een aardige spanjaard ons in ruil voor onze blikken een glas rode wijn schonk. Toen we hem wilde bedanken was deze reeds vertrokken. Ook dat is Granada, je moet je er niet afvragen waarom, waarvoor of wat. Het zit ergens in de stad.

Op de bloementjesmatras in een kamer sliepen tot de zon opkwam om vervolgens onze dag te beginnen met crepes op de plaza de la Universidad. Een beter begin kan men zich niet wensen. De man van de crepería lachte nog om mijn foute kop koffie van een Amerikaans concern, waarin ik hem gelijk gaf. De rest van de dag slenterden we door de stad, en bij het vallen van de namiddag streken we bepakt en bezakt met Zara, Friday's en nog meer tassen neer op de Paseo de los Tristes, in strijd met de waarheid weliswaar. 's Avonds waren het al the single ladies, in las Escuelas, een rumoerige studentikoze bar, waar ik alleen maar goede herinneringen aan had. Ze spraken over signos en over ingewikkelde liefde. Terwijl Elena alles moeilijk vond, was voor Maricruz het leven simpel. En terwijl Suzan in de wolken zat, bleef Tineke met beide benen op de grond. Ik zweeg, ik ben de contradictie zelf. Fuego con Agua en el Corazón. Misschien ga ik daarom graag lachend naar de Paseo de los Tristes. Terwijl de rest huiswaarts keerde om ter gaan studeren na twee glazen, besloot ik samen met de flamenca de nacht te plukken in de meest marginale bar van de stad. Het past totaal niet bij me; maar toch wilde ik er graag heen; El 'más que chupitos' , daar waar nummer 72, ooit mijn favoriet was, maar nummer 152 het deze keer won. Perfecto amor. Na deze misselijkmakende mix van alles wat ook maar iets met de liefde te maken had binnen een kwartier te hebben achterovergeslagen, besloten we de nacht dansend af te maken in de Soho, daar waar een feestje van de fisio gaande was. Ook de italiaan vonden we hier terug.

Vrijdag, was min of meer een herhaling van de donderdag. Overdag dan. Ik kocht een nieuwe mantel, laarzen en kastanjes op straat van de gitana, en 's avonds nam ik Tien mee naar de flamenco bar in het Albaycin waar ik tot op een half jaar geleden bijna iedere week kwam. De weg ernaartoe rook naar jasmijn, en mijn benen leken onuitputtelijk. Ik heb hier met zo veel mooie mensen gelopen, dacht ik. De Franse eigenaar van de bar knipoogde naar me, en zei ' je weet de weg'. De jonge flamenco danseres was weer een jaartje ouder geworden, doch sierlijker. De man iets meer gezet. Na de pizzas schonk de fransman ons een bakje huisgemaakte tiramisu, en een half uur later vonden we de weg terug naar beneden, zonder daarbij te vergeten, even opzij te kijken naar het overweldigende verlichte wereldwonder aan onze linkerzijde. Het liep al tegen elven, en stiekem besloot ik de taller latino te passeren op de Cuesta de Gomérez. Er lag geen rode loper, binnen was het er donker, en er lag stof op de kozijnen en plots dacht ik aan la ausencia, dat wat Montero ooit uitlegde. Het was maar een voorbeeld. Het werd de salsabar in het centrum, en na anderhalf glas Cuba en eindeloze danspassen met een andere latino gingen we terug naar het huis bij Triunfo. Het werd langzaam stiller, enkel een ritmisch geheel van tikkende hakken en nachtvogels maakten de scene af tijdens de weg naar huis...

Op de plaza de Bibrambla was het de lokale bevolking die het weekend vierde in de stad. Het had stijl. De marktkraampjes zorgden voor de kleuren, en de kruiden verdoezelden de geur van de vishandel die een eindje verderop stond. Iedereen zat al pratend aan hoge tafeltjes buiten in de zon. Kinderen speelden met het bronzen beeld op het plein, en de tientallen wagentjes blokkeerden de doorgangen. Niemand klaagde. Na een wandeling door het oude Realejo, eindigden we bij een schilderachtige tapasbar in het centrum. La taberna de Baco, oftwel Bacchus, de zogenaamde god van de wijn. Drie tinto's later besloot Tina een siesta te gaan houden terwijl Suzan en ik eten gingen inslaan voor de allerlaatste cena granadina van het jaar. laat ik er maar niet te veel over na denken. Als je bij alles wat je het laatste zou doen, moest stilstaan.

Zaterdag tegen vijven, een rode gloed verscheen aan de hemel en later liepen we blindelings langs de schappen van de Mercadona. Alles was nog steeds zoals toen, zelfs mijn favoriete Ribera del Duero stond nog op exact dezelfde plek, daartegenover de Rum en de pakken tafelwijn, met aan het einde de olijven. Met pit. Eenmaal thuis besloot ik nog even te studeren, maar door twee dansende meisjes en een italiaan die plotseling !Viva España! door het gebouw liet galmen, werd de theorieen van Krashen en Muñoz met de minuut vager. Tevergeefs verplaatste ik mij naar de keuken waar ik maar paprika's ging snijden. We kozen voor een simpele pasta. Makkelijk? Niets is minder waar. Bovendien waren er andere factoren waar je rekening mee moet houden bij het aangaan van deze uitdaging. Ten eerste er was er natuurlijk een italiaan pur sang, ten tweede een aperitief pur alcohol en ten derde? Een kapotte kurkentrekker pur... Dat laatste laat mag u zelf in vullen na het lezen van de onderstaande anekdote. Terwijl de pasta bijna klaar was, zo'n 11 minuten koken, onder toezicht van drie gillende keukenmeiden zou het praktisch gezien moeten lukken. Tot dat tijdens het openen van de Ribera, de kurkentrekker afbrak. Terwijl de pasta inmiddels 5 minuten kookte, poogde de italiaan om bij de beneden buren een andere kurkentrekker te lenen maar deze waren niet thuis. Ook de bovenburen lieten het afweten en we besloten onze krachten te bundelen. De pasta kookte nog steeds zo'n 4 minuten en na een hefboom te hebben gemaakt van een bieropener en drie trekkende jongedames kwam er beweging in. De pasta borrelde beeldig zo'n 3 minuten door en de italiaan bleef maar zingen. Inmiddels was ook de buurman van opzij gearriveerd. Wij bleven wrikken en de kurk schoot los. Resultaat? Wijn + Weke pasta, = gek genoeg, nog steeds lachende gezichten. De muziek van laptopDJ nam steeds wildere mixen aan, evenals mijn kapsel, en er kwam nog wat lokale bevolking het huisje binnen, waaronder een stel granadinos met precies zo'n zelfde rum. Nog voor drieen vierden we de laatste uren van de zaterdag in de Granada 10, de club in het hart van de stad. Ik had een zwart jurkje aangetrokken met de laarsjes, en ik had alleen maar ruimte nodig. Ik kon niet anders dan onbezonnen dansen, en ik zou ook niet anders gewild hebben. Totdat de het Alhambra op de berg haar lichtjes doofde, de fontein op de plaza weer water begon te spuwen, en vuur weer plaats maakte voor het water. Er is maar één waarheid mas claro que el agua;



Dale limosna mujer, que no hay en la vida nada, como la pena de ser, ciego en Granada.

(Francisco A. de Icaza)


Eva